Opinie

    • Caspar Naber

‘Vernoemen van een straat naar een deurwaarder is niet verstandig’

Stelling

Straten in een nieuwbouwproject aan de Laan op Zuid worden vernoemd naar personages uit Karakter van Ferdinand Bordewijk (1884-1965).

Het gaat om de romanpersonages deurwaarder Arend Barend Dreverhaven en zijn buitenechtelijke zoon Jacob Willem Katadreuffe. De roman (1938) en hoofdpersonen symboliseren volgens de straatnaambedenker het karakter van het Rotterdam van toen, maar het eerbetoon aan Dreverhaven roept vragen op. De stelling luidt: ‘Vernoemen van een straat naar een deurwaarder is niet verstandig.’

Rien Vroegindeweij, bedenker en oud-lid straatnamencommissie: „Het boek gaat over een deurwaarder die mensen onverschrokken uit hun woningen zet, een zoon verwekt bij zijn huishoudster en die zoon tegenwerkt om hem karakter te geven. De persoonlijke groei van de zoon symboliseert de menselijke groei. Het boek en de hoofdpersonen symboliseren het karakter van het Rotterdam van die tijd: armoede in de oude binnenstad.”

Hans Anten, voormalig universitair docent en onderzoeker Moderne Nederlandse Letterkunde: „Het personage Dreverhaven heeft een negatieve connotatie. De deurwaarder balanceert op de grens van de boven- en onderwereld en bereikt veel doordat hij de grens van wat legaal is, behoorlijk overschrijdt. Het lijkt me niet verstandig om een straat naar zo’n romanpersonage te vernoemen.”

Therese Steur, Expertisecentrum Armoede Rotterdam: „Je vernoemt toch geen straat naar een deurwaarder? Het is verschrikkelijk hoe dat soort mensen zich opstelt. Wij begeleiden mensen met schulden, maar deurwaarders hollen hen volledig uit met telkens weer nieuwe incassosystemen, boetes en administratiekosten.”

Elly Kamp, dubbelbiografie Ferdinand en Johanna: „De deurwaarder is een vreselijke vent die zijn buitenechtelijke zoon ongelofelijk dwarszit. Dit om hem sterker te maken, zegt hij later tegen zijn dienstmeid Joba bij wie hij het kind verwekte. Hun zoon brengt het uiteindelijk tot advocaat. Na het afleggen van de eed wil hij geen hand van zijn vader, dit monster dat hem zijn hele leven heeft tegengewerkt. ‘Of meegewerkt’, reageert pa. Bordewijk kreeg destijds ook kritiek op Dreverhaven maar vond dat moralisme en kunst niets met elkaar te maken hadden. Hij zou het onzin hebben gevonden door de bril van nu kritiek te leveren op een romanpersonage. Ik sluit me daarbij aan. Dreverhaven is een ijzersterke romanfiguur. Beter de Dreverhavenstraat dan de Sinaasappelstraat.”

    • Caspar Naber