‘Rechter handelde uit wraak voor dochter’

Rechtszaak

Een Iraaks-Nederlandse oud-rechter zou zijn macht hebben misbruikt om zijn ex-schoonzoon onder druk te zetten. Justitie eist 6 jaar.

Verdachte A-K. pendelde op en neer tussen Nederland en de Iraakse hoofdstad Bagdad, zegt justitie. Foto Epa

Midden in de nacht, op 19 februari 2012, wordt in Nijmegen een Iraakse Nederlander door zeven politieagenten klemgereden en aangehouden. Na anderhalf uur komt hij weer vrij; de politie weet niet wat ze met hem aan moet.

Tegen de man loopt dan al bijna een jaar een internationaal arrestatiebevel. Hij zou betrokken zijn bij moord en genocide in twee dorpen in de Zuid-Iraakse provincie Dhi Qar, in 1999. Zijn broer, die in Irak woont, heeft daar al eerder vastgezeten vanwege dezelfde verdenking.

Deze week donderdag, een kleine zes jaar later, wordt dit verhaal behandeld in de Haagse rechtszaal. Opmerkelijk genoeg staat niet de van genocide beschuldigde man terecht, maar zijn toenmalige schoonvader. Het is de 70-jarige Khasid A-K., een kleine, broze man met een grijs stoppelbaardje die zo’n 25 jaar geleden uit Irak naar Nederland is gekomen. Hij wordt beschuldigd van wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling en valsheid in geschrifte.

Saddam Hussein

Onder het regime van Saddam Hussein werkte Khasid A-K. als rechter. Na de val van de dictator (2003) werd hij rechter van het Iraaks Speciaal Tribunaal voor misdaden tegen de menselijkheid en reisde hij op en neer tussen Irak en Nederland, zegt justitie.

In die functie heeft hij zijn macht misbruikt, zegt het OM. Als rechter zou A-K. valse arrestatiebevelen tegen zijn schoonzoon en diens broer hebben uitgevaardigd. Uit wraak, vanwege de scheiding tussen zijn schoonzoon en zijn eigen dochter.

Dit stel is in Nederland volgens islamitisch recht getrouwd. Vader A-K. deed er volgens het OM alles aan om een „gunstige scheidingsregeling” voor zijn familie af te dwingen. Allereerst vielen op verzoek van A-K. in Irak elitetroepen het huis binnen van de broer van zijn schoonzoon. Na bemiddeling van een stamhoofd werd een overeenkomst getekend tussen beide families. De schoonzoon accepteerde dat hij afzag van het gezag over zijn kind en dat de woning op naam van zijn ex-vrouw kwam.

Handtekening namaken

Op de schriftelijke overeenkomst staat de handtekening van de verdachte. „Ik was er niet, ik heb niet getekend”, zegt A-K. daarentegen. Volgens de verdachte heeft zijn schoonzoon zijn handtekening op het formulier gezet. „Hij tekende namens mij in Nederland.” De rechter reageert zeer verbaasd. „U zegt dat uw schoonzoon uw handtekening heeft leren namaken, dat mag niet. Dat is een strafbaar feit. Je moet iemand machtigen. Dat moet u weten als rechter.”

De verdachte ontkent dat hij een hoge positie heeft bekleed bij het Speciaal Tribunaal in Bagdad. Volgens A-K. is al het bewijsmateriaal, zoals aankondigingen over zijn functie in de Staatscourant, vals en gefabriceerd door zijn schoonzoon. Voormalige rechters bij het Strafhof herkennen A-K. als collega, maar durven uit angst niet te getuigen, zegt justitie.

Een onderdeel van de overeenkomst bleef openstaan. De verdachte wilde 20.000 euro van zijn schoonzoon ontvangen omdat deze een foto van zijn dochter online had gezet terwijl ze ongesluierd was. Maar de schoonzoon weigerde dit bedrag te betalen. Dit leidde uiteindelijk tot het arrestatiebevel tegen zijn schoonzoon en de aanhouding in Nijmegen.

De landelijke recherche deed onderzoek naar de man, maar vond geen enkel bewijs van ernstige misdrijven in Irak. De schoonzoon was in 1999 bezig met zijn naturalisatie en werkte als uitzendkracht.

Justitie rekent het A-K. aan dat hij het vertrouwen in het Iraakse en Nederlandse rechtssysteem heeft geschaad. Het is „dubbel verraad aan twee samenlevingen”. De eis: 6 jaar cel. De uitspraak is over twee weken.

    • Huib de Zeeuw