Radicale tijden vragen om radicale oplossingen in Davos

Op het World Economic Forum in Davos waren opvallend veel discussies over de verliezers van globalisering. Trump werd vooral naar de mond gepraat.

De Amerikaanse president Trump kijkt naar de Landwehr Fribourg band op het World Economic Forum in Davos.

De drommen toppolitici en CEO’s die in Davos moesten dringen om nog een zitplek te krijgen bij de speech van Donald Trump, werden vrijdag flink gepleased door de Amerikaanse president. „America First betekent niet America Alone”, verzekerde hij. Trump mocht op het World Economic Forum (WEF) een verkooppraatje houden over het geweldige investeringsklimaat en de belastingverlagingen in de VS, en deed zelfs de deur op een kier voor nieuwe onderhandelingen over vrijhandel met Aziatische landen.

Trump zelf werd tijdens de bijeenkomst flink naar de mond gepraat. Hij werd door een blaaskapel in vol ornaat verwelkomd op het podium, en WEF-oprichter Klaus Schwab complimenteerde Trump met zijn belastingverlaging. Na afloop mocht hij in een gesprekje met Schwab vertellen wat zijn meest vormende moment was geweest. ( „Ik heb altijd heel veel geld verdiend.”)

Onder de beschaving en wederzijdse beleefdheden gaan desondanks grote verschillen schuil. Het nationalisme van Trump en het globalisme waarvoor Davos al jaren symbool staat, staan ideologisch mijlenver van elkaar af.

De afkeer van Trump is hier voelbaar maar blijft vooral impliciet. De directeur van de Wereldbank verwoordde het tijdens een paneldiscussie deze week subtiel: „Globalisering is als een oceaan. Je krijgt het water niet meer terug de rivieren en beekjes in. Dat is een heilloze weg. We moeten wel meer mensen leren zwemmen.”

Paneldiscussies over de verliezers

Er waren de afgelopen week op de jaarvergadering van de wereldwijde elite opvallend veel paneldiscussies over de verliezers van globalisering. Het was ondanks het optimisme over economische groei een behoorlijk gloomy editie met grote zorgen over de macht van techreuzen zoals Google en Facebook, de gevaren van technieken als kunstmatige intelligentie en gentech, de verschuivende balans richting het ondemocratische China en toenemend protectionisme. Vergelijkingen met de jaren 30 en andere deprimerende tijden waren niet van de lucht.

Lees ook over de nieuwe Chinese zijderoute: een zegen voor vrijhandel of vloek voor de democratie?

En, wat hier opvalt, is dat radicale tijden vragen om radicale oplossingen. Veel van de discussies die hier zijn gevoerd, waren tot voor kort ondenkbaar in dit bolwerk van de vrije markt en open grenzen.

1.Basisinkomen

Neem de grote rol die het basisinkomen speelt in vele discussies. Hoogleraar Guy Standing van de University of Londen zegt tijdens een van de panels over het onderwerp dat er een „perfect storm” is om over te gaan op een basisinkomen. „Door banenverlies vanwege kunstmatige intelligentie, én door een groter gevoel van onzekerheid en verwijdering tussen mensen.” Hij wijst op een succesvol experiment in 2017 in India, dat er in dat grote land voor zorgt dat politieke steun groeit voor een universeel basisinkomen.

Minouche Shafik, directeur van de London School of Economics is minder enthousiast. „Een basisinkomen zou misschien kunnen werken in geavanceerde landen, maar in armere landen zou zelfs een relatief mager basisinkomen van een kwart van het gemiddelde loon, zo’n 6,5 procent van hun totale bruto binnenlands product (BBP) kosten.” Dat is onrealistisch, denkt ze.

„Het viel mij ook op dat het basisinkomen vaak op het programma staat”, zegt premier Mark Rutte in gesprek met NRC. „Maar ik ben ronduit tegen een basisinkomen. Het moet draaien om het bieden van gelijke kansen, en een vangnet. Maar de hoofdafspraak is wel dat iedereen voor zichzelf zorgt.”

Rutte is niet de enige die sceptisch blijft. „Volgens mij hebben we in veel geavanceerde landen door sociale vangnetten al een soort basisinkomen,” zegt Frans van Houten, Philips-CEO.

Lees ook het Davosblog terug.

Maar dat het basisinkomen überhaupt tijdens meerdere paneldiscussies op de agenda staat van het overwegend liberale WEF, is opmerkelijk. En dát er iets moet veranderen aan ongelijkheid en het ‘sociale contract’ tussen bedrijven, overheden en burgers, daarover is wel brede consensus in de vele paneldiscussies.

2. Weg van BBP en kwartaalcijfers

Het BBP is een imperfecte maatstaf voor maatschappelijk welzijn, dat is zo langzamerhand een cliché. Sla een ruit in, en door het inzetten van een nieuwe ruit groeit het BBP. Maar of de wereld daar nou beter van wordt? Het BBP meet onbelangrijke dingen wel en andere belangrijke dingen, zoals de uitputting van het milieu, niet. De organisatie van het WEF stelde deze week een alternatieve maatstaf voor het BBP voor, „omdat dat ongelijkheid aanjaagt en kortetermijndenken stimuleert.”

Het WEF wil dat landen hun vooruitgang gaan meten met een nieuwe maatstaf, de Inclusive Development Index (IDI), een jaarlijks rapport dat landen op 11 criteria meet, waaronder ongelijkheid, ‘intergenerationele verantwoordelijkheid’ en verantwoorde omgang met natuurlijke hulpbronnen.

Dat is behoorlijk revolutionair op een bijeenkomst van regeringsleiders die zich vaak nog op de borst slaan bij een groeiend BBP, en bestuursvoorzitters die door beleggers worden afgerekend op kwartaalcijfers. Trump hamerde in zijn speech ook nog maar eens op stijgende beurzen en een groeiend BBP.

Nederland staat op de nieuwe IDI-ranglijst van het WEF meteen op zeven (Noorwegen op 1), maar toch is deze discussie niet helemaal aan Mark Rutte besteed. „Natuurlijk is het relevant om verder te kijken dan het BBP omdat dat wordt berekend aan de hand van kortetermijn-drijvers. Maar het gevaar is dat dit een intellectuele discussie blijft terwijl er al heel veel gebeurt om op de lange termijn te sturen, zeker in Nederland, bijvoorbeeld met de doelen voor CO2-reductie.”

Philips-CEO Frans van Houten werkt er in Davos al enkele jaren aan dat bedrijven hun succes aan meer maatstaven afmeten dan kwartaalcijfers. „In dat nieuwe meetinstrument staan ook zaken als hoe een bedrijf presteert op diversiteit, milieu, het investeren in medewerkers.” Honderd bedrijven hebben zich aan de nieuwe maatstaf gecommitteerd, maar nu nog wel alleen voor intern gebruik. Van Houten wil kwartaalcijfers niet helemaal overboord doen: „De tucht van de markt is belangrijk en omzetcijfers helpen daarbij. Maar het is ook een kwestie van leiderschap om af en toe nee te zeggen tegen kortetermijn-maatstaven en -prikkels.”

3. Blockchain als panacee

Soms zijn gespreksonderwerpen in Davos niet heel anders dan die tijdens de gemiddelde vrijdagmiddagborrel onder yuppen. Cryptovaluta zoals bitcoin en dan met name de onderliggende techniek blockchain zijn dé onderwerpen op technologiegebied. Als je de vele beloftes in Davos hoort gaat blockchain zo ongeveer álles radicaal veranderen. Blockchains kunnen worden gebruikt om allerlei zaken en transacties te laten controleren door een netwerk van gebruikers, de belofte is dat dat op termijn notarissen, banken en bepaalde overheidsdiensten zoals kadasters kunnen worden vervangen door de techniek.

De CEO van techbedrijf Cisco denkt dat de opkomst van blockchains gaat zorgen voor nieuwe concurrentie voor de techreuzen als Google en Apple. Erik Scheer, partner bij advocatenkantoor Baker McKenzie, gelooft in smart contracts via blockchains. „Geautomatiseerde contracten waar misschien geen advocaat of notaris aan te pas komt. Dat gaat onze bedrijfstak sterk veranderen, maar staat nog wel in de kinderschoenen.”

Dat nog veel initiatieven met blockchain hun succes nog maar moeten bewijzen, weerhoudt de aanwezigen niet van heftige speculatie. Eén discussie heet ‘Blockchain: een nieuw besturingssysteem voor de samenleving’. Van het helpen van vluchtelingen tot het distribueren van duurzame energie tot het controleren van de aanvoerketens van voedselproductie: blockchain is de oplossing. Nobelprijswinnaar in de economie Robert Schiller gooit wat roet in het eten van de enthousiastelingen. ’s Werelds grootste zeepbellenexpert (hij won zijn Nobelprijs ermee) zegt namelijk dat de hype rondom cryptovaluta „in belangrijke mate” een zeepbel is.

Veel blockchain-plannen zijn hier vooral conceptueel en experimenteel. Dat geldt voor deze hele editie van het WEF. Het is een week van grootse ideeën en meeslepende vergezichten maar – zoals vaker in Davos – blijft harde actie hier uit.

Mochten het universele basisinkomen, een alternatief BBP en het panacee van de blockchain toch niet de verlossing brengen waarop de aanwezigen hier hopen, is er altijd nog één ander radicaal alternatief. Het thema van één van de laatste discussies vrijdag was: „De kracht van het geloof”.