Nostalgie en technologie bij Nederlandse couture in Parijs

Mode Tijdens de haute-coutureweek in Parijs lieten de Nederlanders Iris van Herpen, Viktor & Rolf en Ronald van der Kemp hun nieuwe collectie zien.

De collectie van Ronald van der Kemp's RVDK tijdens de haute-coutureweek in Parijs Foto RVDK

In april 1993 deden twee, nog geen jaar daarvoor afgestudeerde modeontwerpers samen mee aan het festival van Hyères, een internationale wedstrijd voor modetalent. Een naam hadden ze nog niet bedacht voor hun samenwerking, en dus gebruikte de jury hun voornamen maar: Viktor & Rolf. Ze wonnen drie prijzen.

De internationale carrière van Viktor Horsting en Rolf Snoeren, is nooit overtroffen door andere Nederlandse ontwerpers. Met prêt-à-porter, mannenmode en accessoires zijn ze inmiddels gestopt, maar hun parfumlijn is nog altijd zeer succesvol, ze maken bruidsmode en lanceren deze week een lijn van recycled materiaal voor Zalando. En sinds 2013 zijn ze terug in de haute-coutureweek van Parijs, waar eind jaren negentig hun doorbraak begon. In mei gaat, naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van hun merk, een grote tentoonstelling open in de Kunsthal in Rotterdam.

Lees ook: Het mannenpak is uit, en dus wordt het camp

Goed moment voor een show waarin wordt teruggekeken, zou je denken. En inderdaad, in de couturecollectie voor voorjaar 2018, die woensdag werd geshowd in Parijs, waren aardig wat referenties aan eerder werk te vinden. De openingsoutfit, een jurkje van losjes geweven repen satijn, was een verwijzing naar de eerste uit de coutureshow voor najaar 1999, een jurkje van jute, waarover vervolgens laag na laag kleding kwam. Op de mouwen van een colbert was een opstaande ruche aangebracht (voorjaar 2009), er was een jurk met rode mouw met bloemen, die deed denken aan de zwarte jurk met witte mouw met strikken die Mabel van Oranje – aanwezig bij de show– droeg bij de inhuldiging van Willem-Alexander als koning, op een ander jurkje zat een enorme strik, een handelsmerk van Viktor & Rolf.

Satin duchesse

Maar die referenties waren ondergeschikt aan een ander concept. De hele collectie was gemaakt van één stof: een technische (lees: synthetische) satin duchesse in mooie, tikje vergrijsde tinten. Soms was die zwaar, zoals in een lange, lila rok met een donkerblauwe volant aan de onderkant. Soms heel dun, zoals in uit vele laagjes opgebouwde driedimensionale bloemen die op de rok, en veel van de andere kledingstukken – en maskertjes – waren aangebracht. Strepen en ruiten waren samengesteld uit stukken effen stof. Satijn is een genadeloos materiaal: elke slordigheid valt op. In deze lieflijke collectie waren ze niet te ontdekken.

VIKTOR & ROLF HAUTE COUTURE SPRING SUMMER 2018

Fo
Links: Iris van Herpen. Rechts: Viktor & Rolf
Foto’s Yannis Vlamos en Team Peter Stigter

3D-geprint kledingstuk

Geen ontwerper, Nederlands of niet, die zo’n vernieuwend materiaalgebruik heeft als Iris van Herpen. Acht jaar geleden stuurde ze als eerste een 3D-geprint kledingstuk de catwalk op. Dat, een top, was toen nog keihard. Inmiddels zijn haar geprinte kledingstukken veel zachter. In haar show voor voorjaar 2018, maandag een van de eerste Parijse coutureshows, was de nieuwste toepassing te zien: decoraties die rechtstreeks op beige tule waren geprint, een techniek die ze heeft ontwikkeld met de TU Delft. Dat duurde voor een jurk nu nog 260 uur, maar kan niettemin een enorme doorbraak voor de haute couture betekenen. Op andere jurken waren vele, vele decoratieve elementen met hitte op de stof aangebracht. Beide technieken leverden elegante, relatief draagbare jurken op die niets aan eigenzinnigheid inboetten.

De show van Iris van Herpen tijdens de haute-coutureweek in Parijs.

Nieuwe ster: Van der Kemp

De nieuwe Nederlandse ster in de modewereld is Ronald van der Kemp, die na vele jaren voor bekende huizen te hebben gewerkt in 2014 op 49-jarige leeftijd zijn label RVDK begon, dat al snel een favoriet werd van grote modebladen en grote sterren. Ook al showt hij tijdens de coutureweek, zijn mode is eigenlijk geen couture. De kleding wordt in serie gemaakt en verkocht via winkels als Net-a-porter en de Bijenkorf. Wel zit er veel handwerk in.

RVDK is een behoorlijk duurzaam merk. Van der Kemp gebruikt alleen bestaande materialen, vaak restjes, bijna alles wordt in Nederland geproduceerd. De borduursels in zijn nieuwe collectie werden verzorgd door vluchtelingen. Maar het resultaat is uitgesproken glamoureus: kleding met zichtbare heimwee naar de jaren zeventig en tachtig, de tijd dat veel vrouwen nog echt werk van zichzelf maakten en modellen herkenbare persoonlijkheden waren.

Lees ook het interview met Ronald van der Kemp: ‘Kanye West belde of ik zijn vrouw wilde kleden’

Van der Kemp maakt geen collecties rond een thema, maar laat steeds zeer uiteenlopende outfits zien. In zijn show – die van donderdagochtend was zijn tweede – werden die gedragen door steeds anders opgemaakt en gekapte modellen die allemaal hun moment pakten: een meisje met het grote haar uit de jaren tachtig in een Dynasty-waardige rode jurk, een grungy meisje met voor haar gezicht hangende vlechtjes in een patchwork jeans en oversized leren jack, een model met de roze blusher uit de jaren tachtig en een paarse, in een fez gedraaide shawl op haar hoofd in een overslagjurkje dat deed denken aan het werk van couturier Emanuel Ungaro, een meisje met een zilveren baan make-up over haar ogen in een minijurkje van, jawel, kurk. En een als Mathilde Willink opgemaakt en gekapt model in een variatie op ‘De Rups’, een beroemde creatie van Willinks favoriete ontwerper Fong-Leng. Die bleef dicht bij het origineel, maar, zegt de ontwerper, „dat was precies de bedoeling.”

Bij elkaar leverde het een even vrolijke als sterke show op, die ondanks de nostalgie geen moment ouderwets werd.

    • Milou van Rossum