Nieuw humanitair drama in Syrië

Oorlog in Syrië

Het Syrische leger heeft de strijd tegen de gewapende oppositie opgevoerd en is aan de winnende hand. „Dit werkt toe naar een bloedbad waarbij de oppositie wordt uitgeroeid.”

Syriërs die zijn gevlucht uit Jandairis in Afrin. Foto George Ourfalian/AFP

In de Syrische provincie Idlib voltrekt zich een nieuw humanitair drama. Een offensief van het regeringsleger tegen de gewapende oppositie, met steun van Rusland, heeft volgens de Verenigde Naties al meer dan 250.000 mensen op de vlucht gejaagd.

Tegelijk bestookt het Turkse leger in het noorden in Afrin de Koerden van de YPG, een extreem-linkse militie die een grote rol had in de strijd tegen IS. In het zuiden bombardeert het Syrische leger nog altijd het oostelijk deel van Ghouta, een voorstad van Damascus.

Idlib is de laatste provincie die geheel in handen is van de oppositie. Er wonen naar schatting 2,5 miljoen mensen waarvan 1 miljoen ontheemden. Een deel van hen is al minstens voor de tweede keer op de vlucht: zij waren eind 2016 naar Idlib getrokken nadat het Syrische regeringsleger en haar bondgenoten Oost-Aleppo hadden heroverd op de gewapende oppositie.

„Het verschil met Aleppo is dat het nu om veel meer mensen gaat”, zegt Linda Tom van het humanitair agentschap van de VN (OCHA) in Damascus. „Wij sturen vanuit Turkije ingehuurde vrachtwagens met voedsel, tenten en medische hulp. Maar de mensen hebben ook bescherming nodig, en die kunnen wij niet bieden.”

Een man geeft zijn kind een aerosolmasker terwijl zijn dochter zijn andere dochter behandeld, na een aanval op Ghouta.Foto Mohammed Badra/EPA

Het offensief in Idlib, dat half december begon, zat eraan te komen sinds de gewapende oppositie uit Aleppo werd verdreven. „Het regime heeft allerlei mensen naar Idlib verbannen uit gebied dat op de oppositie is veroverd. Dat was echt niet met het idee: dan gaan we straks met jullie onderhandelen”, zegt de Nederlandse oud-diplomaat Nikolaos van Dam, auteur van het recent verschenen Syrië-boek Destroying a Nation.

De uitkomst van de huidige gevechten lijkt bij voorbaat vast te staan. Het Syrische regime is al lang aan de winnende hand, dankzij de steun van Rusland, Iran en diverse shi’itische milities. De gewapende oppositie daarentegen is door de meeste van haar bondgenoten in de steek gelaten. In Idlib wordt die oppositie ook meer dan ooit gedomineerd door Al Qaeda, dat zich tegenwoordig Jabhat Tahrir al-Sham laat noemen. Donderdag vond in Idlib-stad nog een betoging plaats tegen Jabhat Tahrir-al-Sham, nadat een lid van de groepering een jonge inwoner had doodgeschoten. De betogers eisten het vertrek van de jihadisten.

Deze oorlog gaat gewoon door tot het Syrische regime de controle heeft heroverd over het hele grondgebied.

Oud-diplomaat Nikolaos van Dam

Wishful thinking

De hamvraag, zegt Van Dam, „is wanneer de verliezende partij eindelijk zijn verlies gaat toegeven. Want deze oorlog gaat gewoon door tot het Syrische regime de controle heeft heroverd over het hele grondgebied.”

In zijn boek beargumenteert Van Dam dat westerse landen en hun regionale bondgenoten de Syrische oorlog hebben verhevigd en verlengd door hun fixatie op het vertrek van president Assad. Wishful thinking kreeg de overhand op realpolitik, waardoor de gewapende oppositie valse hoop kreeg.

„Hoewel de VS het idee om Assad omver te werpen inmiddels hebben laten vallen, willen zij toch voet aan de grond houden om hun onderhandelingspositie te handhaven”, zegt Van Dam aan de telefoon. „Maar het regime gaat echt niet onderhandelen over zijn eigen vertrek, al helemaal niet nu het aan de winnende hand is.”

Al onder president Obama hadden de VS hun verwachtingen voor Syrië teruggeschroefd: de strijd tegen IS had prioriteit. Een zieltogend CIA-programma voor een nieuw, gematigd rebellenleger in Syrië werd afgelopen zomer door president Trump uit zijn lijden verlost.

In plaats daarvan werd ingezet op de Koerden. Maar nu IS grotendeels is verslagen, staat Washington voor een moeilijke keuze: blijft het de Koerden steunen, of laat het hen vallen om Navo-partner Turkije niet voor het hoofd te stoten?

Er zijn aanwijzingen dat de gebrekkige communicatie over een nieuw, door de VS gesteund ‘grensleger’ in Noord-Syrië, met hoofdzakelijk Koerdische troepen, de directe aanleiding was voor het Turkse offensief tegen de Koerden in Afrin.

Syrische vrouwen rouwen tijdens de begrafenis van burgers en militairen die werden vermoorden tijdens de Turkse aanval op Afrin.Foto George Ourfalian/AFP

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Tillerson heeft inmiddels ontkend dat er plannen zijn voor zo’n leger. Tegelijk heeft hij vorige week gezegd dat de Amerikanen wel van plan zijn om militair aanwezig te blijven in Syrië, met als voornaamste doel het tegengaan van de Iraanse invloed in de regio. Hoe de naar schatting 2.000 Amerikaanse troepen in Syrië die klus zullen klaren is onduidelijk.

Syrië-experts Joshua Landis en Matthew Barber vatten het Amerikaanse beleid deze week als volgt samen. „Er is geen regimewisseling gekomen in Syrië; Iran heeft meer invloed in de regio dan ooit tevoren. Door het Koerdisch nationalisme te promoten zijn de VS er bovendien in geslaagd om Turkije in de Russische invloedsfeer te duwen, en hebben zij ervoor gezorgd dat de belangen van Turkije nu samenvallen met die van Damascus.”

Syrië, schrijft de Amerikaanse expert Hassan Hassan, is nu meer dan ooit een buitenlandse aangelegenheid. „Het gaat over hoe verschillende landen aan elkaar tegemoet komen of elkaar bestrijden. Wat de Syriërs daar zelf van vinden doet er niet meer toe.”

Bloedbad

Eind deze maand vindt in het Russische Sochi een grote Syrië-conferentie plaats. President Poetin hoopt daar zijn militaire overwinning te verzilveren met een politiek akkoord, buiten de VN en de VS om. Oud-diplomaat Van Dam verwacht er niet veel van.

„Als diplomaat moet je natuurlijk blijven proberen. Maar Sochi gaat over wie opnieuw wil meedoen met het regime. En dat is echt niet bereid de macht te delen. De oppositie gaat niet meedoen aan een cosmetische operatie. Nee, dit werkt toe naar een bloedbad waarbij de oppositie wordt uitgeroeid.”

Het is aan de VN en andere humanitaire organisaties om de ergste nood te lenigen voor de burgerbevolking. De tanende belangstelling voor het Syrische conflict maakt die taak er niet eenvoudiger op, zegt Linda Tom in Damascus. „In heel Syrië zijn 13 miljoen mensen afhankelijk van humanitaire hulp. Hun noden zijn er niet minder op geworden nu de oorlog zijn zevende jaar ingaat. Maar vorig jaar al hebben wij slechts de helft van het geld gekregen waarom we hadden gevraagd.”

Het Turkse leger valt Afrin aan. Dreigt daarna een confrontatie met de VS?
    • Gert Van Langendonck