‘Mijn motto is: winnen of sterven’

Claudia Pechstein Bijna 46 is ze, medaillekandidate en wie weet vlaggendraagster van de Duitse ploeg bij de Winterspelen. Claudia Pechstein over haar gevecht.

Claudia Pechstein: „Ik blijf strijden voor genoegdoening.” Foto Christof Koepsel/Getty Images

In het pikkedonker helemaal in haar eentje met tram, U-Bahn, weer tram en de bus. Overstappen op de drukke stations Berlin Lichtenberg en Mahlsdorf. Claudia Pechstein, meisje in de DDR, elke dag door de grote stad van huis naar ijsbaan. „Ik was zes”, vertelt de Duitse schaatsster in de VIP-ruimte van de ijsbaan in Erfurt.

Op 22 februari wordt ze 46 jaar. Maar eerst haar zevende Winterspelen, in Pyeongchang, waar ze medaillekandidaat is en – belangrijker – wellicht de Duitse vlag draagt bij de openingsceremonie. „Dat had ik me damals natuurlijk nooit kunnen voorstellen. Helemaal niet na alles wat ik sindsdien heb moeten meemaken.”

In haar biografie Von Gold und Blut onthulde Pechstein al hoe dicht ze bij zelfmoord was na een schorsing van twee jaar in 2009. Afwijkende bloedwaarden werden uitgelegd als doping. Smadelijk einde van de carrière van de succesvolste Duitse sporter ooit bij de Winterspelen, met negen medailles, waaronder vijf gouden? Pechstein ging het gevecht aan. Deskundigen verklaren de afwijkende waarden met een erfelijke bloedziekte, en inmiddels schaatst ze er al jaren mee zonder te worden gestraft. Dit seizoen won ze zelfs wereldbekerwedstrijden. In de rechtszaal eist ze nog altijd 4,4 miljoen euro schadevergoeding van de internationale schaatsunie ISU. „Ik strijd tot het bittere einde. Mijn motto luidt: winnen of sterven.”

Lees meer over de bijzondere juridische strijd van Claudia Pechstein

Direct na haar sensationele zege op de vijf kilometer bij de wereldbeker in Stavanger, eind november, vroeg voorzitter Alfons Hörmann van het Duits olympisch comité of Pechstein in Pyeongchang de vlag zou willen dragen. Inmiddels is ze een van de kandidaten waaruit sporters en publiek kunnen kiezen. „Dat is al een grote eer”, zegt Pechstein. „Ik zou het meteen doen als ik word gekozen. Het dragen van de vlag betekent voor mij net zoveel als een olympische medaille. Pure motivatie.” Meer dan 4,4 miljoen euro schadevergoeding? „Het zou een belangrijke stap zijn op weg naar rehabilitatie.”

Niks gebruikt

Negentien is Pechstein als ze op de open baan van Albertville debuteert op de Spelen, met brons op de vijf kilometer achter landgenotes Gunda Niemann en Heicke Warnicke. „Ik vind het bewonderenswaardig dat ze het zolang volhoudt aan de top”, stelt Yvonne van Gennip, destijds tegenstander en inmiddels teammanager bij schaatsbond KNSB. „Als je jezelf goed onderhoudt, kan het. Dat is eerder mentaal dan fysiek. Zo lang zo gedisciplineerd leven, dat kan niet iedereen opbrengen. Haar geschiedenis zal zeker meespelen. Hoe erg moet het zijn om gestraft te worden, als het waar is dat ze niks heeft gebruikt?”

Pechstein glundert als ze de woorden van Van Gennip (53) hoort. „Wil Yvonne een comeback maken”, vraagt ze lachend. „Het maakt me trots als zo’n levende legende zoiets zegt. Gunda Niemann vroeg het laatst ook. ‘Wahnsinn Claudi, hoe doe je dat toch?’ Heb ik haar gevraagd om terug te keren. ‘Geen sprake van’, zei Gunda. ‘Ik hou het nog geen rondje vol.’ Ja, volgend jaar schaats ik misschien wel tegen haar dochter van zestien. We hebben nog altijd geen opvolgers in Duitsland. Dat is natuurlijk ook een reden waarom ik zolang kan doorgaan, zo eerlijk moet je zijn.”

Het geheim van topsport als 45-jarige? „Niet te veel over nadenken, je moet het gewoon doen. Ik ben gezegend met een lichaam dat zware trainingsbelasting goed aankan. Afkloppen, maar ik ben nooit zwaar geblesseerd. Alleen heb ik regelmatig een infectie aan de bronchiën, sinds ik klein was al.”

Met een hoofdknikje naar partner en ‘mental-coach’ Matthias Grosse, die bij het interview aanwezig is: „Hij moet me er vaak aan herinneren dat ik 45 ben. Soms voel ik me ouder, vooral na een zware training. Vaak ook jonger. Dit is een superseizoen, die vijf kilometer in Stavanger voelde gewoon geniaal. Ik realiseer me al lang dat elke overwinning mijn laatste kan zijn.”

Foto Lennart Preiss/EPA

Twee jaar geleden belde Pechstein trainer Peter Mueller, met wie ze al eerder werkte. „Ze is de beste glider ter wereld maar miste wat specifieke training”, vertelt de Amerikaan, die eerder olympisch goud won met Bonnie Blair, Dan Jansen en Marianne Timmer. „Krachttraining en schaatssprongen, daar hield ze niet van.” Werken met een oudere topsporter is volgens Mueller een kwestie van feeling. „Ik kan goed inschatten wanneer ze vermoeid is of echt vermoeid. Ik weet waar ik net mee wegkom of wat ik beter niet kan doen. We hebben soms wat strijd, maar het resultaat is goed. Ze is een special lady, elke dag is een nieuw avontuur.”

Pechstein kan haar coach soms schieten. „Dan roept hij weer: ‘Pechstein, je bent niet moe.’ Terwijl ik helemaal kaputt ben. Maffe Amerikaan. Maar op de baan is het belangrijk dat ik hem erbij heb.” Buiten de baan is Grosse haar steun en toeverlaat. „Zonder Matthias had ik dit nooit kunnen doen.” De vastgoedhandelaar uit het oosten van Berlijn maakte het financieel mogelijk om vijf mannelijke trainingspartners aan te trekken voor Team Pechstein – twee Noren, twee Russen en een Hongaar die net onder het topniveau bij de mannen zitten. „Vroeger had ik Gunda of Anni Friesinger. Nu heb ik mijn jongens om achteraan te jagen. En ik rijd ze er nog regelmatig af.”

‘Misdadigers van de ISU’

Liefde voor schaatsen, competitie als eeuwige brandstof. En sinds haar schorsing komt daar nog één ding bij: woede. „Ik weet dat velen liever zouden zien dat ik er niet meer bij was. Dat motiveert mij extra. Tegen de internationale bond is het pure agressie. Klar. Verder zal ik blijven strijden voor genoegdoening. Velen denken dat ik waanzinnig ben. Oké, dat ben ik. Maar ik heb geen keuze. Als ik opgeef, hebben de misdadigers van de ISU gewonnen. Dat gaat echt niet gebeuren, nooit. Dat verdienen ze niet.”

Zelfs na haar zevende Spelen, met alle kans op een tiende medaille, is het voor Pechstein niet genoeg. „Ik heb al gezegd dat ik de volgende Spelen weer meedoe. Al zou het makkelijker zijn als die volgend jaar waren.”

Ze zegt het met een lach, zoals ze ook ontspannen vooruitkijkt naar Pyeongchang. „Al word ik laatste, dan nog ben ik de beste in mijn leeftijdsklasse.” Bij de finish zal ze sowieso hetzelfde gebaar maken als toen ze vorig jaar verbluffend zilver pakte bij de WK afstanden, met haar wijsvinger voor de gesloten lippen naar de ISU-bestuurders op de tribune. „Dan weet iedereen precies wat ik bedoel.”

    • Maarten Scholten