Katholieke kerk in Congo is nu in oorlog met de staat

Protestmanifestaties Nu president Kabila al ruim een jaar weigert af te treden en de oppositie verdeeld en krachteloos is, voert een 78-jarige kardinaal het verzet aan.

Kerkgangers schuilen nadat de politie met waarschuwingsschoten een betoging na een kerkdienst wilde voorkomen. Foto JOHN WESSELS/AFP

Priesters in lange gewaden opgeslokt door wolken traangas en misdienaars met tranende ogen, betogers die angstig hun bijbels omklemmen en nonnen die plukken aan hun rozenkransen als ze de politiekogels ontwijken: „Maria kom ons helpen”, smeekt een kloosterzuster. Daags na dit geweld afgelopen weekend in verscheidene Congolese steden, met zes doden, zei kardinaal Laurent Monsengwo verontwaardigd: „Hoe kunnen de Congolese ordebewaarders mannen, vrouwen, kinderen, jongeren en ouderen doden die religieuze liederen zingen?”

La Croix Internationaal, een blad met goede bronnen bij het Vaticaan, riep deze week „de katholieke kerk in Congo uit tot het bastion tegen het autocratische beleid van de overheid”. De kerk is nu in oorlog met de staat.

Onder kardinaal Monsengwo zijn katholieken in het politieke vacuüm in Congo gestapt. President Joseph Kabila is uiterst impopulair, maar niemand is sterk genoeg om hem af te zetten. Zijn mandaat verliep eind 2016. maar alle protest tegen zijn illegale aanblijven drukt hij met geweld de kop in. De oppositie is verdeeld en krachteloos. Alleen de kerk lijkt nog een vuist te kunnen maken.

Niemand houdt ervan bezet te worden. Buitenlanders hebben op ons grondgebied hun oorlogen uitgevochten. Als ze een geweten hebben, zouden ze de aangerichte schade vergoeden.

Sinds Congo in 1960 onafhankelijk werd, zijn de kerk en Monsengwo een luis in de pels van de opeenvolgende regimes geweest. Tegen de katholieke website Crux legde Monsengwo vorig jaar uit dat de staat nauwelijks functioneerde en dat de kerk daardoor overbleef als enige functionerende nationale instelling. „In de koloniale tijd bestond er een pact tussen het Vaticaan en België om de kerk scholen en ziekenhuizen te laten beheren. Zo zorgde de kerk voor de meerderheid van de Congolezen. Sindsdien is de kerk een surrogaat voor de regering geworden. In Kinshasa zijn 590 scholen aan de katholieke kerk toevertrouwd. Ook verzorgt de kerk 60 procent van alle ziekenhuizen en gezondheidscentra in de hoofdstad”.

Die sociale rol bracht de kerk dicht bij het volk. Zij kon niet meer politiek neutraal blijven. Onder de kleptocratische president Mobutu (1965-1997) en volgende regimes deed de overheid weinig of niets voor de bevolking, terwijl de leiders de opbrengsten van de lucratieve mijnbouw verkwistten. Toen in de jaren negentig het gezag van Mobutu steeds verder ondermijnd werd en er een politiek vacuüm ontstond, zat Monsengwo begin jaren negentig een nationale conferentie voor met tientallen politieke partijen. Hij hield scheldende politici voor dat alleen door overleg een vreedzame oplossing mogelijk was.

Die vreedzame oplossing bleef uit. Met geweld veroverde Laurent Kabila in 1997 de macht, en Monsengwo nam het vervolgens op tegen diens dictatoriale tendensen. Toen Kabila’s handlangers Rwanda en Oeganda Oost-Congo bezetten, noemde de kardinaal die landen openlijk „bezetters”. In een gesprek in 2003 met NRC fulmineerde hij: „Niemand houdt ervan bezet te worden. Buitenlanders hebben op ons grondgebied hun oorlogen uitgevochten. Als ze een geweten hebben, zouden ze de aangerichte schade vergoeden”.

Lees ook Kisangani in Congo, een stad van martelaren, een gesprek dat NRC in 2003 met Mosengwo had

Laurent Kabila werd vermoord, zijn zoon Joseph volgde hem op. Opnieuw hield Monsengwo zijn kritiek niet voor zich. Hij noemde de verkiezingszege in 2011 van Joseph Kabila onrechtmatig.

Toen de kerk in 1992 een mars tegen Mobutu had georganiseerd, schoot het leger veertig betogers dood. Sindsdien gaat de kerk dergelijke confrontaties uit de weg. Maar nu Joseph Kabila probeert een machtsoverdracht te traineren door een patstelling te creëren, net als in de laatste jaren van Mobutu, moet de kerk wel haar nek uitsteken. Kabina heeft een eind 2016 onder auspiciën van de kerk bereikt akkoord, waaronder verkiezingen vorige maand zou plaatsvinden, aan zijn laars gelapt. Met betogingen wil de kerk de impopulaire Kabila alsnog dwingen af te treden.

Monsengwo heeft lef, maar een revolutionair is hij niet. Hij verdedigt de traditionele directieven van het Vaticaan, zoals het verbod op condoomgebruik. Hij wordt algemeen geprezen voor zijn gewiekstheid, maar mist de charme van een Desmond Tutu in Zuid-Afrika. Toch zal hij, hoewel hij al 78 jaar is, een rol blijven spelen, al was het maar wegens zijn persoonlijke band met paus Franciscus in Rome, die zijn activistische rol in Congo steunt.

In Congo heerst een schimmig steekspel tussen de verschillende milities. Lees daarover: Dood van vijftien blauwhelmen toont chaos Congo
    • Koert Lindijer