Recensie

Je kwam voor series, je vertrekt met leeshonger

The Sopranos (1999-2007) zorgde voor een onvoorstelbare kwaliteitsimpuls van de tv-serie. Wat was het een feest om ondergedompeld te worden in de werelden van het sensitieve doorgraversdrama Six Feet Under en het koelere, sociologische The Wire. Het leken, met al die voorbeeldige karakterontwikkeingen, wel romans. Later volgden nog Breaking Bad en Homeland, alhoewel die laatste wel verrekte spannend was (en is, want hij loopt nog), maar inhoudelijk toch echt behoorlijk minder dan die andere vier. Een bom en een granaat maakt nog geen 24-karaat.

De kwaliteitsimpuls en de daarmee gepaard gaande populariteit zorgden voor een wildgroei aan series, die lang niet allemaal kwaliteit boden. Productiemaatschappijen produceren zich een slag in de rondte om aan onze verslingerdheid tegemoet te komen; elke maand word je wel door een vriend of een krant gewezen op iets nieuws dat de moeite waard zou zijn. Het bingewatchen, ontstond: een soort visuele versie van het comazuipen, zo snel mogelijk een heel seizoen of een hele serie via de oogballen het brein insluizen, de slempsessies slechts onderbrekend voor een bezoek aan de supermarkt.

Een van die doorgewinterde serieliefhebbers is de in Barcelona woonachtige Vlaming Mark Cloostermans (1977), literair criticus voor De Standaard. Alhoewel hij geen zuivere bingewatcher is (alleen Breaking Bad draaide hij er in luttele dagen doorheen – en terecht), is hij een gestadige nipper: in zijn essayboek Spoiler valt hij terug op de tientallen series die hij de afgelopen jaren tot zich nam. Opvallend is het soms wat pulperige niveau daarvan. Wél hoofdstukken over Heroes en het toch vrij banale gorefest Spartacus, geen enkel hoofdstuk over het briljante The Wire.

Spoiler is dan ook geen tipboek. Cloostermans wil laten zien dat de thema’s van de populaire series van nu ook te vinden zijn in slome media als het filosofische traktaat of (dat vooral) de literaire roman. Spoiler is dus eigenlijk opgezet als een valstrikje: je kwam voor de series, je vertrekt met een honger naar de letter. Tenminste, zo valt het te lezen, zeker als je er op een of andere manier nog steeds van overtuigd bent dat een mens meer opsteekt van het lezen van een boek, een goed boek, dan van het gekoekeloer naar een beeldscherm. Als Cloostermans opschrijft hoeveel verwijzingen en diepzinnigheden Vince Gilligan, de geestelijk vader van Breaking Bad, in zijn serie stopte, dan denk je: maar dat kon Gilligan alleen maar doen, en dat alles kon Cloostermans alleen maar herkennen, omdat ze daarvóór zoveel lazen.

En misschien is het met een postmoderne touch geschreven Spoiler er het boek niet naar, maar ik had ook wel een paar opmerkingen willen lezen over de toch behoorlijke raadselachtige opwaardering die verhalen krijgen nadat ze in een ander medium zijn gegoten (denk aan Game of Thrones, dat als tekst niet serieus genomen wordt maar als tv-serie opeens wel).

Cloostermans is, zoveel is wel duidelijk, daar misschien wel te veel een fan voor. Zijn diepste hartenkreet zit verstopt in een essay over Mad Men, dat meteen ook de beste tekst van het boek is. Wie daar een langgerekte modeshow in zag, keek niet goed, want feitelijk draait het om iemand die ten onrechte denkt dat je gewoon afstand kunt nemen van dat deel van je verleden waar je geen goede herinneringen aan hebt. Cloostermans koppelt de serie aan het oeuvre van John Cheever, maar het is een van de weinige keren dat je denkt: ik ga maar eens kijken vanavond, in plaats van lezen.