Column

Hoezo Gouden eeuw? Eerst die rotzooi opruimen

Zeven jaar geleden hoorde ik de term ‘Derde Gouden Eeuw’ voor het eerst. Ik weet ook nog waar ik was, in de Oude Lutherse Kerk aan het Singel. Daar sprak Eberhard van der Laan. Op de van hem bekende wijze, charmant, tikkeltje brutaal, deed de burgemeester kond van de nieuwe Gouden Eeuw: die stond Amsterdam te wachten als er moedig werd ingespeeld op de internationalisering. Dan zou Amsterdam een paradijs worden van hoogbouw, van bruisend ondernemerschap in een knooppunt van grensoverschrijdende handel, wetenschap en cultuur. Na de zeventiende eeuw en de bloeiperiode van rond 1900 zou een Derde Gouden Eeuw aanbreken. We staan al op de drempel, zei Van der Laan.

Ik moest even slikken. We stonden toen, voorjaar 2011, naar mijn idee helemaal nergens. We záten eerder – midden in een crisis. Maar hoezeer de werkloosheid ook steeg en de waarde van huizen en aandelen ook verdampte, Van der Laan was vol vertrouwen: de juiste maatregelen zouden tot een lange periode van ongekende bloei leiden.

De aanwas van toeristen blijkt slecht samen te gaan met bezuinigingen op schoonmakers.

En zie nu eens. In termen van bloei & bloei kan het nauwelijks beter. De stadsbevolking groeit als kool, het geld is niet aan te slepen en jaarlijks willen meer buitenstaanders hier wonen of bij het Anne Frank Huis in de rij staan, of gewoon blowen dan wel shoppen. De hotels zitten vol. Schiphol kan de druk niet meer aan en in de Watergraafsmeer boomt het Science Park als mondiaal trefpunt van big data. Van der Laan heeft gelijk gekregen en op een gekke manier echode dat gelijk in een citaat van Willem Koster. „Het intensievere gebruik van de binnenstad beperkt voor een deel onze Derde Gouden Eeuw”, zei de voorzitter van de ondernemersvereniging Amsterdam City.

Fascinerend citaat. Onze eigen Gouden Eeuw wordt reeds als begonnen beschouwd. En daarin staat Koster niet alleen. Ook vele ondernemers, groot of klein, reppen er van. Een onwaarschijnlijk optimisme klinkt door in hun uitspraken. Het anders zo deftige VNO is na ampel beraad tot de conclusie gekomen dat de stad „bruist en sist!”

Inderdaad, met uitroepteken.

Maar groeien is minder eenvoudig dan het lijkt. Er komt veel bij kijken. Zo had Koster van Amsterdam City het over de vervuiling en overlast in de binnenstad. De aanwas van toeristen blijkt slecht samen te gaan met bezuinigingen op schoonmakers. Je zou zeggen: uiteraard. Hoe meer bezoekers, hoe meer rotzooi. De oplossing voor het vuil ligt besloten in de vorige Gouden Eeuwen. In de eerste investeerden de rijken in voorzieningen voor armen en bejaarden. In de tweede werden moderne ziekenhuizen gebouwd. Humane en ingrijpende maatregelen – bij economisch elan hoort nu eenmaal sociaal elan. Er zit, kortom, niets anders op voor stadsbestuur en ondernemers om naar oud-Amsterdams gebruik te investeren, en flink ook; dit keer in de strijd tegen viezigheid en overlast. Tot die tijd is alle gepraat over een Derde Gouden Eeuw voorbarig.

Eerst die rotzooi opruimen, dan praten we verder.

Auke Kok is schrijver en journalist.