Hij schilderde graag bloed en heftige emoties

Kunstenaar Erik Suidman (1964-2018) hield van het bombastische en pakte dingen groot aan.

Erik Suidman op zijn grootste expositie in 2015. „Tijdens het schilderen kan ik doormaken wat degene die ik portretteer doormaakt.” Foto Marnix Schmidt

In India was hij gelukkig. De overdaad en grootsheid van het land fascineerden de Utrechtse kunstenaar Erik Suidman, talloze foto’s stuurde hij naar huis. Het was de vijfde keer dat hij India bezocht. Voor het eerst was zijn partner Fabian Galama ook mee.

Op 2 januari gaat het mis. Met de trein zouden de twee vanuit de stad Sawai Madhopur naar Agra reizen. Als de trein zich in beweging zet, merken ze dat ze in de verkeerde trein zitten. Ze willen hun vergissing op ‘Indiase wijze’ herstellen, vertelt Galama: door uit de rijdende trein te springen. Galama komt goed terecht, maar Suidman valt en loopt een fatale hoofdwond op.

Op een bepaalde manier paste zijn dood bij hem, zegt zijn zus Pauline. „Hij was als kind al roekeloos. Zag hij een boom met een uitstekende tak, dan klom hij erop. Tot de tak brak en Erik op de grond viel.” Deze gedachte geeft een beetje troost aan de nabestaanden van de 53-jarige kunstenaar.

Pas op latere leeftijd begon Suidman kunst te maken. De eerste dertig jaar van zijn leven had hij naar eigen zeggen „vermorst aan opvoeding en opleiding”. Hij groeide op in een aantal dorpen, waar hij zich niet op zijn plek voelde. Zijn geboorteplaats Mijdrecht vond hij een „duf wederopbouwdrama”. Op school in Brabant, waar het gezin naartoe verhuisde toen Suidman acht was, voelde hij zich met zijn harde g en keel-r voortdurend anders dan zijn klasgenoten. Op een van de eerste schooldagen werd er poep aan het stuur van zijn fiets gesmeerd.

Op zijn negentiende verhuisde hij naar Utrecht, waar hij ruim tien jaar deed over een studie Nederlands. Intussen volgde hij cursussen, reisde hij en maakte hij veel vrienden in zijn nieuwe thuisstad.

Suidman studeerde af op het werk van schrijver Gerard Reve en schreef een roman, waar hij volgens studievriend Roy van de Graaf nooit tevreden over was. Het manuscript moet nog op een van zijn vier computers staan.

Toen hij het schilderen ontdekte, wat hij zijn ‘ware bestemming’ noemde, stortte Suidman zich er vol in. Daarnaast bleef zijn liefde voor het Nederlands. Hij gebruikte graag bombastische taal, met veel lange woorden en mooie formuleringen. En altijd een kwinkslag of een element van humor. „Zelfs in een simpel mailtje gebruikte hij prachtige zinnen, met humor en cynisme”, vertelt vriendin Lou Vos, die hij kent uit de Vlampijpateliers waar hij schilderde.

Zijn grote liefde vond Suidman in Fabian Galama. De twee mannen ontmoetten elkaar op een warme zomerdag op het perron in Zandvoort, toen hun trein vertraagd was. Ze waren vijftien jaar samen. Sinds tien jaar woont Galama in Edinburgh. Ook Suidman verhuisde daar tijdelijk naar toe, maar zijn werk sloeg er niet aan.

Galama was de eerste en enige man op wie Suidman verliefd werd, zegt studievriend Van de Graaf. Suidman kwam pas uit de kast op zijn 37ste, nadat hij Galama had ontmoet. Daarvoor woonde hij lange tijd samen een vrouw.

Erik Suidman was gul en behulpzaam, zeggen zijn vrienden. Van de Graaf: „Als je bij hem kwam eten, maakte hij er een groots diner van, al had hij geen cent te makken.” Het liefst pakte hij alles groots aan.

Dat was ook te zien aan zijn grootste expositie, eind 2015. In de Utrechtse galerie Kunstliefde toonde hij zo’n 1.300 portretten, allemaal op hetzelfde kleine formaat. Die grote portrettenproductie begon als vingeroefening, of om te experimenteren met nieuwe technieken. Een soort tussendoortjes bij het gewone schilderwerk. Op het hoogtepunt schilderde Suidman zes portretjes per dag. Al snel hing zijn hele atelier er vol mee, wat directeur Marion Wagenvoort van Kunstliefde op het idee bracht er een expositie van te maken. Het plan was aanvankelijk om 2.000 portretten in de galerie te tonen – dat bleek onhaalbaar.

Uitgesproken emoties

In zijn schilderijen zijn vaak heftige emoties te zien, slagerijscènes met veel bloed, depressieve clowns. Weinig vrolijke beelden. Studievriend Van de Graaf: „Ik ben nog steeds verbaasd dat dat eruit kwam, terwijl hij zelf vrolijk was. Blijkbaar vond hij dit spannend.” Volgens Vos vond Suidman het ook fascinerend om te tonen wat mensen liever verbergen. Misschien, oppert zus Pauline, speelde ook zijn voorliefde voor Gerard Reve een rol bij de groteske figuren en uitgesproken emoties die hij schilderde.

„Tijdens het schilderen kan ik doormaken wat degene die ik portretteer doormaakt”, vertelt Suidman zelf in een videoportret dat naar aanleiding van de expositie werd gemaakt. Zo’n hele muur vol gezichten doet hem dan weer niets. „Dat wordt voor mij echt behang. Ik zie een soort kleurenbrij en verder niets.”

Zijn schilderijen hoefden niet per se geschikt te zijn om boven de bank te hangen

Suidman maakte ook een goed verkopende serie portretten van koeien. Toen hem werd gevraagd daar meer van te maken, weigerde hij. Hij wilde zijn eigen werk niet commercieel uitbuiten. Zijn schilderijen hoefden niet per se geschikt te zijn om boven de bank te hangen.

Bij het maken van de honderden portretten experimenteerde Suidman met allerlei materialen, technieken en stijlen. Na de expositie maakte hij nog een aantal series in zijn oorspronkelijke stijl, maar hij wilde eigenlijk op zoek naar een nieuwe. Alleen nog één serie afmaken, en even op reis. Naar India.

Na zijn dood kwam Suidman nog even terug in zijn atelier. Hij lag er opgebaard, terwijl collegakunstenaars waakten. Op 12 januari werd zijn kist in een processie naar de naastgelegen Werkspoorkathedraal gebracht, een voormalig fabriekspand, waar het afscheid werd gehouden. Zijn schilderijen werden meegedragen.

    • Wouter van Dijke