Foto Merlijn Doomernik

‘Alleen fictie kan chocola maken van de wereld’

Mizzi van der Pluijm Literair uitgever Mizzi van der Pluijm ging na een conflict weg bij Atlas Contact en begon een eigen uitgeverij: Pluim. De breuk viel haar zwaar. “Dit is allemaal nog veel te pijnlijk.”

In de boekenkasten staan nu nog cactussen en sanseveria’s. Die moeten langzaam maar zeker plaats gaan maken voor het fonds van Pluim, de nieuwe uitgeverij van Mizzi van der Pluijm (55). Na een loopbaan van dertig jaar bij de gerenommeerde literaire uitgeverij Atlas Contact en een rel rond de autonomie van dat huis, is zij per 1 januari voor zichzelf begonnen.

Vanuit het nieuwe onderkomen, twee wit ingerichte etages in het centrum van Amsterdam, blikt Van der Pluijm terug op een roerig half jaar. Dat begon vorig jaar op 2 mei om 11 uur ’s ochtends, zegt ze. Toen presenteerde de directeur van VBK, het moederbedrijf van Atlas Contact, haar zijn toekomstplannen voor het concern.

Nieuwe aandeelhouders zouden een meerderheid van het eigendom krijgen en de uitgeverijen meenemen in een vergaande digitaliseringsslag. Een plan waarvan Van der Pluijm meteen vond dat het de autonomie van Atlas Contact te veel zou schaden. Ze besloot te vertrekken.

Taboedoorbrekende boeken

Een radicale keuze voor iemand die zo vergroeid is met het bedrijf dat in 2012 ontstond na een fusie tussen de uitgeverijen Contact, Atlas, Augustus, Mouria, L.J. Veen en Business Contact. Sinds 2004 was Van der Pluijm uitgeefdirecteur van Contact, dat sinds de jaren dertig bestond. In de oprichtingsjaren schroomde Contact niet om werken uit te geven die in Duitsland waren verboden, zoals De veensoldaten (door Wolfgang Langhoff), Tien miljoen kinderen van Erika Mann en Konrad Heidens biografie over Hitler.

Otto Frank kwam er met de dagboeken van zijn dochter. De uitgeverij bracht de eerste edities van dat dagboek uit. Ook het belangrijke boek Wij slaven van Suriname van Anton de Kom verscheen er, net als toen nog taboedoorbrekende boeken als Het seksuele leven van de mens van Fritz Kahn.

Van der Pluijm geldt als een belangrijk literair uitgever, onder wier begeleiding auteurs als P.F. Thomése, Dimitri Verhulst, Vonne van der Meer en Bert Wagendorp succesvol werden. Dat ze zou vertrekken was dan ook onwaarschijnlijk. „Ik ben altijd met Atlas Contact omgegaan alsof het mijn eigen bedrijf was. Dat wist iedereen binnen VBK. Dat heb ik altijd duidelijk gemaakt en gezegd.” Ze klinkt rationeel, kiest haar woorden zorgvuldig. Ze praat rustig, ook als het over emotionele gebeurtenissen gaat.

Toen Van der Pluijm vertrok ontstond er een schrijversopstand. Onder anderen Geert Mak, Hanna Bervoets, Lieke Marsman, Ellen Deckwitz, Maarten Asscher en Adriaan van Dis eisten deze zomer opheldering bij VBK-directeur Wiet de Bruijn, die ze maar ten dele kregen. Hij kwam ze tegemoet door het belang van de nieuwe aandeelhouders terug te schroeven naar 49 procent, maar de breuk met Van der Pluijm was onomkeerbaar geworden.

Onder druk van de schrijvers kreeg ze de mogelijkheid om een bod te doen op Atlas Contact, maar dat liep eind oktober op niets uit. Van der Pluijm moest alleen verder. „Ik zit in een lang rouwproces. Ondertussen doet dat niets af aan het plezier dat ik nu beleef. Die dingen kunnen naast elkaar bestaan. Ik heb verdriet over iets wat ik kwijt ben, maar ik ben niet iemand die bij de pakken neer gaat zitten.

Drie particuliere investeerders schoten te hulp. Een van hen wil anoniem blijven, de anderen zijn Sigrid Sijthoff van de Haagse uitgeversfamilie Sijthoff en Leon Ramakers, oud-directeur van Mojo Concerts. Samen hebben ze Pluim voorzien van een startkapitaal, dat Van der Pluijm niet nader wil omschrijven dan als „een mooi bedrag om een uitgeverij mee te beginnen”. Zelf stopte ze ook geld in het bedrijf, evenals Rianne Blaakmeer, de voormalige commercieel directeur van Atlas Contact die nu medeoprichter is van Pluim.

Van der Pluijm had de investeerders voor het uitkiezen, vertelt ze. Iets dat gerust opmerkelijk is te noemen aangezien banken al jaren huiverig zijn om geld in het boekenvak te steken. „Er kwamen ongeveer vijftien partijen naar me toe. Particulieren, banken en investeringsfondsen. Die laatste twee groepen heb ik afgehouden. De investeerders met wie ik nu werk, begrijpen hoe een literaire uitgeverij in elkaar zit en dat je geen snel rendement kunt verwachten.”

Inmiddels heeft Van der Pluijm een eerste lijst van twintig auteurs die allemaal van Atlas Contact komen. Haar oude uitgeverij zal het vertrek van bijvoorbeeld Joris Luyendijk en Bert Wagendorp betreuren en als een financieel verlies ervaren. Ook de overstap van auteurs die recent belangrijke prijzen wonnen, zoals Nachoem Wijnberg (P.C. Hooftprijs) en Hanna Bervoets (Frans Kellendonk-prijs) moet hard aankomen.

De lijst is nog maar een voorlopige, benadrukt Van der Pluijm. Ze praat momenteel met andere gevestigde auteurs en twee debutanten van wie ze de namen nog niet wil prijsgeven. „Debutanten zijn belangrijk, omdat dit geen dependance van Atlas Contact moet worden.”

Pluim gaat de samenwerking aan met een andere jonge uitgeverij, Das Mag. Zaken als vertegenwoordiging, de regelingen rond auteursrechten, het productieproces en de financiën gaan ze samen aanpakken. En als het goed is doen ze dat straks vanuit een gezamenlijk pand. Ook zullen ze elkaar financieel steunen als een van hen een moeilijk jaar doormaakt.

Had u liever Atlas Contact overgenomen dan dit nieuwe bedrijf gestart?

„Die vraag mag ik niet stellen van mezelf. Ik had dolgraag Atlas Contact willen uitkopen. Nu is er dit en ga ik dit doen.”

U hebt als directeur-uitgever altijd het volle vertrouwen gekregen van de top. Dat kreeg u nu niet van VBK. Was u daar verbaasd over?

„Ik denk dat het zo niet gegaan is, maar dit is allemaal nog veel te pijnlijk. Ik kan het daar over een jaar misschien over hebben.”

Zitten uw principes u weleens in de weg? Als u minder principieel was geweest over de autonomie van Atlas Contact had u daar wellicht nog gezeten.

„In dat geval vind ik het niet zo erg om een principieel mens te zijn. Ik ben heel principieel, maar dit besluit ging zelfs dieper dan dat. Ik wist gewoon zeker dat ik moest vertrekken.”

Hebben anderen last van uw principes?

„Ik denk dat het voor anderen moeilijker is. Als iemand zo’n besluit neemt als ik gedaan heb, heeft dat voor heel veel mensen gevolgen.”

Dus waar kunnen auteurs straks tegenop lopen?

„Die kunnen nergens tegenop lopen, want ik doe alles wat er voor hen gedaan moet worden.”

Het moet pijn doen dat u Atlas Contact nu reputatieschade en financiële schade toebrengt.

„Hier zitten natuurlijk grote emoties bij. Maar ik weet ook dat Atlas Contact een stevig en stabiel bedrijf is met goede mensen. Zij gaan dit echt overleven. Ik vind het nog steeds een prachtuitgeverij. Wie weet zegt iedereen over een jaar: het was eigenlijk beter zo. Alle pijlen wezen misschien al een kant op, al is het te vroeg om te weten of dit het beste is. Ik ga nu in ieder geval doen wat ik altijd heb gedaan, alleen onder andere omstandigheden. Ik ben me niet tegen iets of iemand aan het afzetten. Ik ga me zoveel mogelijk in dienst van de schrijvers stellen. Dat is het enige dat me altijd heeft gefascineerd.”

U vindt het dus ook niet nodig om zich te onderscheiden van Atlas Contact?

„Nee, niet per se.”

De auteurs van Atlas Contact zijn voor u in staking gegaan. Dat legde een grote druk op u om de uitgeverij te verzelfstandigen, en toen mislukte het. Voelt u zich schuldig tegenover hen?

„Ja, daar voel ik me schuldig over. Ik vond het fenomenaal wat ze daar deden. In zeker zin historisch ook, omdat het aantoonde dat schrijvers zich op een andere manier gaan verhouden tot hun uitgeverij. Dat ga ik proberen hier tot uitdrukking te brengen.”

Waarom heeft u voor de naam Pluim gekozen?

„Ik heb me een tijdje tegen die naam verzet, maar hij kwam van meerdere schrijvers hardnekkig terug. Pluim is een compliment aan de schrijver en staat voor de veer waarmee je schrijft. Het is een mooi uitgangspunt, omdat de auteur de basis is.”

Wat wordt de signatuur van Pluim?

„Deze uitgeverij moet vooralsnog klein zijn. Het gaat om kwaliteit, niet om schaalvergroting. Het gaat om boeken, niet om content. Wij zijn geen mensen met passie, maar met toewijding en gedrevenheid. Het voordeel van opnieuw beginnen is dat je kunt nadenken over waar het om gaat in dit vak. Het gaat om de schrijvers. Ik denk dat zij vaak de rekening betalen voor de vernieuwing in het boekenvak. Ze moeten bijvoorbeeld inleveren op royalty’s die ze krijgen voor digitale publicaties. Wij gaan proberen een boek langer onder de aandacht van lezers te houden. Dat gaat makkelijker als er niet na twee weken weer een ander boek uitkomt. Het is belangrijk om een boek niet vier weken na verschijnen uit de belangstelling te laten verdwijnen.”

U staat vooral bekend als liefhebber van non-fictie. Komt daarop het accent te liggen bij Pluim?

„Ik ben begonnen als een fictielezer. Daarna ben ik veel non-fictie gaan lezen en nu lees ik weer veel fictie. Misschien sta ik bekend als non-fictielezer omdat ik het leuk vind om boeken te bedenken voor schrijvers. Dat doe je bij non-fictie veel meer, je kunt geen roman voor iemand bedenken. Waarschijnlijk lees ik tegenwoordig weer meer fictie omdat ik vind dat alleen fictie chocola kan maken van de wereld zoals die er nu uitziet. Lezen is niet alleen een esthetisch genot, het is ook een poging om dingen te snappen. Romanschrijvers proberen op een andere manier de verhoudingen in een samenleving vast te leggen dan auteurs van non-fictie.”

Betekent dit dat u geëngageerde schrijvers zoekt, die aanhaken bij het tijdperk?

„Dat ligt eraan wat je definitie van geëngageerd is, ieder goed boek is geëngageerd. Ik bedoel: een boek kan over alles gaan, maar een boek moet wel je leven veranderen.”

Was Michael Wolfs ‘Fire and Fury’, het boek over Trumps Witte Huis dat nu bij Prometheus verschijnt, iets voor Pluim geweest?

„Ik lees het nu en heb er veel plezier in, maar ik vind dat er te veel op het boek is aan te merken.”

Bij andere uitgeverijen draait het tegenwoordig niet meer alleen om het boek, maar om het verhaal dat erin verteld wordt, de content. Die gieten ze in meerdere vormen, om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Waarom gaat u dat niet doen?

„Als een schrijver dat graag wil, dan kan dat. Ons uitgangspunt is dat we met schrijvers werken, niet met verhalenvertellers. Een schrijver kiest specifiek voor dat medium, omdat je met taal iets kunt doen wat met beeld niet kan. Maar hun werk hoeft niet per se een boek te zijn. Het kan bijvoorbeeld ook een theaterstuk worden. Ik ben nu met iemand in gesprek die denkt dat zijn taal momenteel het beste tot zijn recht komt in een podcast.”

Hoe is het om alle risico’s zelf te moeten dragen?

„Dat vind ik niet eng. Ik kom uit een ondernemersfamilie.”

Het conflict met VBK ging over hun plan met Bookchoice, hun abonnementsmodel voor e-books. Is een digitale strategie niet gewoon nodig om jonge lezers te bereiken?

„Als een schrijver zijn werk in Bookchoice wil laten opnemen, kunnen we dat gewoon doen. Kijk, die digitale dingen zijn nieuw, maar wat al eeuwen niet verandert, is het verbond tussen schrijver en uitgever. Het maken van het werk, dat is het moeilijke en het interessante. Dat wil ik heel traditioneel blijven doen. De rest, het verkopen van het boek, dat vind ik geen rocket science. Elke schrijver mag ervan uitgaan dat we dat zo goed mogelijk doen.”

Je kunt ook denken: goede boeken zullen altijd blijven ontstaan, de uitdaging is tegenwoordig om die bij de lezer te krijgen.

„Die goede boeken komen er niet zomaar. Ik denk dat de rol van uitgevers heel belangrijk is. Die lezers, díe komen er juist wel. Dat zijn over het algemeen mensen die goed weten wat ze willen.”

Vorige week nog zei het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de ontlezing hard toeneemt. Nog maar 40 procent van de tieners leest wekelijks meer dan tien minuten achter elkaar.

„Ik denk dat er geen sprake is van een crisis, maar van een correctie. We gaan gewoon terug naar hoe het vroeger was, voor de lees-boom die in de jaren tachtig en negentig ontstond, toen mensen meer financiële middelen en tijd kregen. Het is een bepaalde groep mensen die leest. Niet iedereen doet het. Dat hoeft ook niet. En mensen lezen misschien minder, maar ze lezen.”

Dus lezen wordt elitair?

„Als het dat niet al was.”

    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Toef Jaeger