Opinie

    • Arjen Fortuin

De stille dichters van Wielenpôlle

Zap Het is moeilijk om geen warme gevoelens te krijgen voor de hoofdpersonen in Typisch Wielenpôlle, een reeks reportages over de armste wijk van Leeuwarden.

Rinus Pel in Typisch Wielenpôlle (BNNVARA)

De negentiende Gedichtendag was niet echt een televisie-evenement. In De Wereld Draait Door droeg Jan Terlouw een lang gedicht voor over de IJssel, EenVandaag ontdekte tien jaar te laat het NK Poetry Slam – maar dat was het wel weer zo’n beetje donderdagavond, wat de georganiseerde poëzie betreft.

Ik kijk al een paar dagen naar Typisch Wielenpôlle, een reeks dagelijkse reportages van BNNVARA uit de armste wijk van Leeuwarden. Het is gewone-mensentelevisie zoals die wel vaker (Het succes van de kringloopwinkel) in de vooravond wordt geprogrammeerd. Het genre heeft een stimulans gekregen door het succes van Schuldig vorig jaar. Het vormt een tegengif voor de overdosis opinie die een mens door een dag heen van alle kanten krijgt toegediend. De komende maanden wordt in Typisch… een reeks buurten geportretteerd.

Het is moeilijk om geen warme gevoelens te krijgen voor de bewoners. Neem Rinus Pel, een zestiger wiens lichaam vol groeven en tatoeages een zwaar leven verraadt. Een groot deel van december besteedt hij aan het inzamelen van spullen voor ‘de minderbedeelden’, zodat die met Kerst wat extra’s hebben. Het liefst gaat hij alles zelf ophalen; hij is het type man dat de ander graag in de ogen kijkt.

Op een waterkoude zondag laat hij de verslaggevers het graf van Bauke de Roos zien, een vriend van hem die tweeëneenhalf jaar geleden is overleden. Bauke was een duivenman, maar vooral iemand bij wie Rinus een paar keer per dag terecht kon als er iets was. Hij noemde hem ‘Pa’ en verzorgt nu elke zondag het graf.

Staand bij de steen krijgt Rinus het te kwaad en vloeit er plotseling een monoloog uit dat grote lijf: „Nu moet je het zelf oplossen, dat is best moeilijk. Vooral omdat je zelf ook ouder wordt. De laatste tijd voel ik me gewoon leeg, want ik kan nergens heen met mijn problemen. En die zijn er wel.”

Wat er dan níet gebeurt in Typisch Wielenpôlle, is vissen naar de achtergrond van die problemen of het aanzetten ervan, zoals het SBS-programma Probleemwijken ruim tien jaar terug deed in dezelfde wijk. Nu zien we Rinus ter ere van zijn zoveel-en-dertigste trouwdag met zijn Agnes eten in een Grieks restaurant. Zelf zijn ze best onder de indruk van die lange verbintenis: „Nog even en dan zitten we in het Fries Museum.”

De wijk is arm, maar er wordt iets aan gedaan. Een groep woningen wordt ingrijpend gerenoveerd, inclusief zonnepanelen op de daken. Dat levert een kolossale hoeveelheid overlast op, maar de buurmannen Antonio en Gerrit genieten. Zij zetten een blauwe bouwhelm op, kijken naar het takelwerk en geven samen commentaar:

Ga je mee even lopen.

Ja, gaan we even lopen.

Moet wel een helm op hebben.

Ja, moet wel een helm op.

Nou, gaat-ie hoor.

Nou, gaat-ie vast.

Da’s mooi.

Allemaal panelen omhoog.

Hartstikke mooi man.

Zo was het toch nog even Gedichtendag, in Wielenpôlle.

    • Arjen Fortuin