Ga op trektocht, red een schubdier

Ecotoerisme In de Cambodjaanse jungle leeft het mysterieuze schubdier, slachtoffer van stroperij. Vertel je gids vooral niet dat je het wilt zien.

Foto Istock

‘Pas op!” Op een kale rots, naast het beekje dat tussen de oerwoudbomen langs ons kamp stroomt, zit een grote zwarte schorpioen, zijn staart omhoog gekruld. Niet dodelijk, wel zeer agressief. Een steek resulteert in pijn en kortademigheid die enkele dagen kan duren. Niet wat we nodig hebben op deze driedaagse trektocht door de jungle van Cambodja.

Enkele minuten eerder waanden we ons in het paradijs. Na een dag klimmen door beboste heuvels en struikelen over boomwortels, spoelen we het zweet van ons af in het koele, heldere bergwater van een kleine stroomversnelling. De zon is onder en het schemerlicht dat door de bladeren valt, geeft onze bleekwitte, met muggenbeten bezaaide huid een prachtige blauwgroene tint. We voelen ons de mythische boswezens uit de hollywoodfilm Avatar.

Het oerwoud van het Cardamomgebergte is lieflijk, maar gevaarlijk. Eerder vandaag stapte een van onze twee gidsen, de kok Bot, bijna op een giftige reuzenduizendpoot. Bot is een taaie, pezige ex-jager, maar hij slaakte een kreet van angst. We zijn tarantula’s tegengekomen, een overreden Maleise mocassinslang en tientallen bloedzuigers, die we van onze sokken moesten trekken.

We horen ook over andere dieren die hier voorkomen: de Maleise honingbeer, Aziatische olifanten en de Bengaalse tijger. Ze zijn ernstig bedreigd, potentieel levensgevaarlijk ook, het zou prachtig zijn om ze te zien. Maar, wat onze gidsen niet weten, is dat wij hier eigenlijk zijn voor een héél ander dier: het totaal ongevaarlijke maar veel mysterieuzere schubdier.

Opgejaagd ‘draakje’

Het schubdier is een eigenaardig wezen. Op het eerste gezicht lijkt hij door zijn schubben en lange staart op een draakje. Met zijn tong likt hij mieren en termieten op en met zijn lange, sterke nagels klauwt hij keiharde termietenheuvels en vermolmde bomen open.

Lange tijd was het een nogal onbekend dier, maar de laatste jaren komt hij vaak in het nieuws. Het schubdier is namelijk het meest gestroopte dier ter wereld geworden. Met grote regelmaat worden scheepsvrachten met ingevroren schubdieren of containers vol schubben onderschept in Aziatische havens, op weg naar China. In heel Zuidoost-Azië dicht men geneeskrachtige eigenschappen aan het dier toe – waar dat wetenschappelijk nergens op is gebaseerd.

De enorme markt in China is de grootste bedreiging voor het dier. Foto’s zijn hartverscheurend: honderden bleekroze, dode schubdieren bij elkaar in een scheepsruim, opgerold, met hun kopje tussen hun voorpoten: dat is het verdedigingsmechanisme van schubdieren, als ze bedreigd worden rollen ze zich op tot een bal. Een tijger komt er vrijwel niet doorheen, maar voor stropers is dat oprollen heel praktisch: ze kunnen het schubdier oppakken als een cadeautje. De vangsten worden steeds groter. Zo werd er in 2015 een vracht van vijf ton dode schubdieren onderschept op Sumatra.

Het schubdier is namelijk het meest gestroopte dier ter wereld geworden

Hier in de buurt van Chi Phat moeten nog schubdieren leven. Want – als het goed is – wordt hij hier niet meer bejaagd. Chi Phat is sinds tien jaar officieel een ecodorp, onder toezicht van de internationale NGO Wildlife Alliance. De voormalige stropers zijn omgeschoold tot oerwoudgidsen.

Met onze tocht hopen we bij te dragen aan het redden van schubdieren. Als de gidsen werk hebben, hoeven ze niet terug te grijpen naar de jacht.

We hopen vurig een schubdier te spotten, maar omdat ze vooral ’s nachts actief zijn, zal dat niet makkelijk zijn. Het is ook onduidelijk hoeveel er nog over zijn. We willen bovendien niet dat onze gidsen Kel en Bot weten dat we hier zijn voor het schubdier. We zijn veel te bang dat ze dan een gevangen of gedrogeerd dier voor onze voeten leggen, al verzekert Kel ons dat hij en Bot niet meer jagen.

Chi Phat ligt in de zuidelijke voetheuvels van het Cardamomgebergte en was lange tijd volstrekt onbekend bij toeristen. Tot pakweg de eeuwwisseling kwam er geen toerist in deze landstreek, omdat de Rode Khmer er nog zat en de bossen met landmijnen waren bezaaid. Jarenlange ontmijningscampagnes en internationale hulp maakten het gebied weer toegankelijk, er werd een grote weg aangelegd. Daarmee werd echter tegelijkertijd het startschot gegeven voor ongecontroleerde ontbossing en stroperij in de twee miljoen hectare oerbos.

Het Cardamomnatuurgebied in Cambodja.

Om de ondergang van het Cardamomnatuurgebied te voorkomen, ging de Cambodjaanse overheid in 2002 in zee met Wildlife Alliance. Chi Phat werd omgetoverd tot een ecodorp, waarbij het hele dorp werd betrokken. De stropers werden omgeschoold tot gidsen, de infrastructuur en hygiëne in het dorp werden verbeterd, en er werd een ontvangstplek voor toeristen gebouwd.

De aanpak was een succes, stelt Rany Savan van de lokale staf van de Wildlife Alliance de avond voor vertrek. Sinds 2006 is er geen olifant meer gestroopt, zegt zij, en van de 3.000 inwoners van Chi Phat hebben er nu 1.000 een baan.

„We kunnen niet garanderen dat er nooit meer een dier wordt gestroopt, want er zijn nog steeds veel arme mensen. Maar de rangers patrouilleren elke dag.” En niet voor de show: wie betrapt wordt op het vangen van een schubdier, krijgt een gevangenisstraf van vijf jaar. Een honingbeer levert tien jaar op, een olifant twintig.

Onze gids Kel is een rustige man, 32 jaar oud. Op zijn 22e trouwde hij, inmiddels heeft hij drie kinderen. Ongeveer een keer per week mag hij toeristen begeleiden op een tocht. Hij vult zijn inkomen aan met het bijhouden van zijn moestuin.

Foto Istock

Terwijl we het dorp achter ons laten en naar de jungle lopen, komen we langs plantages met bananen, broodvruchtbomen, galangawortel, kokospalmen en mangobomen. De kok, Bot, voegt zich bij ons bij een grote waterval, waar we pauzeren. Daarna gaan we steil de heuvel op. We betreden een smaragdgroen woud vol reuzenvarens, luchtwortels en lianen. We springen over beekjes en buigen voor horizontale stammen.

Rode mieren zijn lekker

Look! Pangolin food!” Kel heeft onze bijzondere belangstelling voor schubdieren door. Pangolin is engels voor schubdier. De boom blijkt een snelweg voor mieren, in alle maten en kleuren. We begrijpen opeens hoe schubdieren aan wel 20.000 mieren en termieten per nacht kunnen komen. Ze zijn overal.

Volgens Kel zijn rode mieren voor mensen ook lekker, rauw of geroerbakt met een beetje kippenbouillon. Hij peurt wat in de grond en reikt ons een witte pop van verse rode mier aan. Zonder bouillon zit er weinig smaak aan. Zelf bijt hij een volwassen mier in tweeën. Ze hebben een lekker zuurtje, zegt hij lachend.

Na een tijdje maakt het oerwoud plaats voor grasland met hoge halmen; we naderen een drinkplaats voor dieren. Onze hoop neemt toe, want schubdieren nemen regelmatig een modderbad na een insectenmaaltijd, om de parasieten weg te wassen. Zo stil als we kunnen, naderen we de drinkplaats.

Bij de drinkplaats is geen dier te bespeuren. Wel vinden we pootafdrukken in de zompige grond, zo groot als etensborden: olifanten. Die zijn hier vorige week geweest, zegt Kel. In het Cardamomgebergte leven nog meer dan honderd Aziatische olifanten; de grootste populatie van Cambodja.

Lees ook het interview met hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis: ‘Reizen is goed. Ook als je het eigenlijk niet durft’

Het schemert al wanneer we aankomen bij het kamp. De cicaden maken een snerpend geluid, ze klinken als schuurmachines. Terwijl we ons wassen en kennismaken met een schorpioen, koken de gidsen rijst. Vanuit de andere richting is een Duitse toeriste gearriveerd met maar liefst drie gidsen. Het is goed dat we niet de enigen zijn. Zonder toeristen zou dit gebied leeggejaagd zijn.

Na het eten, als het vuur begint te doven, lopen we met een zaklamp naar onze hangmatten met klamboe. Het ligt comfortabeler dan verwacht en zelfs een goede zijligging blijkt mogelijk zonder veel spartelwerk.

De volgende ochtend staan we extra vroeg op. Na een snel ontbijt met gebakken noedels lopen we dieper het bos in. Misschien dat we nog net een schubdier kunnen betrappen, op weg terug naar zijn hol.

Kel vertelt hoe hij de kost verdiende vóór het ecotoerisme. Hij tapte latex af van wilde rubberbomen en ontving 5 dollar voor een liter, waarvoor hij vaak twee dagen in het bos moest verblijven. Ja, hij joeg ook op schubdieren. In het regenseizoen, als het oerwoud nauwelijks begaanbaar was, ging hij op pad en zocht in de modder naar sporen. Eenmaal gevonden volgde hij het spoor, meestal naar een boom. Dan moest hij de boom inklimmen, twintig of dertig meter tegen de stam omhoog.

Foto Istock

Als het niet lukte, zaagde hij de boom om, of zette tientallen, soms honderden strikken om de boom heen om het schubdier ’s nachts te vangen. Als hij er een ving, verdiende hij een paar honderd dollar. Maar soms doorstonden ze met drie man een week lang ontberingen in het oerwoud, en vingen ze niks.

Het zijn niet alleen de Chinezen die schubdieren kopen. Ook in Chi Path worden wonderlijke krachten toegekend aan het schubdier. Kel vertelt dat vrouwen die een kind hebben gebaard, traditioneel rijstwijn met schubdierenbloed drinken om aan te sterken.

Een pootafdruk

We naderen de grote rivier, vanwaar we zullen terugvaren naar Chi Phat. Het woud vouwt zich langzaam open. Het pad ziet er hier betreden uit. De kans op een schubdier is nu wel verkeken.

Dan, langs het brede pad, zien we vers opgegraven zand in de helling naast de weg, dat de toegang tot een groot hol verspert. Kel bekijkt het zand. Hij wijst: een pootafdruk. Van een schubdier. Het hol is nog vers, zo’n drie dagen oud. „Hij zit diep”, zegt Kel, „twee of drie meter”. Omdat het middag is, ligt het schubdier waarschijnlijk te slapen, opgerold met zijn neus onder zijn staart.

Bot wordt opgewonden van de vondst en wil het zand bij de ingang weggraven, maar Kel houdt hem tegen. We kunnen het verlangen van Bot bijna voelen. 250 dollar of meer zit hier verborgen in het zand, 25 betaalde dagen op slippers door het woud. Maar het feit dat het schubdier na drie dagen nog niet is gevangen, is hoopgevend. Er komen hier bijna elke dag gidsen langs.

De laatste nacht brengen we door op een open plek hoog boven de rivier Phipot. De volgende ochtend worden we opgehaald en varen we over de mistige rivier terug naar Chi Phat. De palmen ruisen langs de oever. We geven Bot en Kel een fooi, in de hoop dat het ze zal sterken in de overtuiging dat ecotoerisme beter is dan jagen. Dan stappen we achterop de motorfietsen van twee jongens uit het dorp en rijden over de rode, hobbelige zandweg de groene heuvels van het Cardamomgebergte uit, richting de kust. We hopen dat het schubdier er over een week nog zit, diep in zijn hol.

    • Alexis de Roode
    • Anne Broeksma