Commentaar

Europese pensioenen

Europarlement houdt met pensioenfonds slechte imago in stand

Leden van het Europees Parlement hebben voor zover het hun eigen salariëring betreft een hardnekkig slecht imago. Ze heten onderdeel te zijn van ‘de jetset van de internationale diplomatie’. De rest laat zich - al dan niet met behulp van de sociale media – raden. Politici ver van huis die zich dankzij riante onkostenvergoedingen verplaatsen van luxehotel naar luxehotel. Dat de werkelijkheid voor veel afgevaardigden een andere is, doet nauwelijks nog terzake

Deels hebben de leden van het Europees Parlement dit beeld over zichzelf afgeroepen. Allereerst is er natuurlijk het maandelijkse reizend circus wanneer het parlement inclusief de administratieve ondersteuning vanuit de vaste standplaats Brussel vertrekt om een week lang in het Franse Straatsburg te vergaderen. Maar het is niet het Parlement dat deze gekte in stand houdt. Deze maandelijkse verhuizing vloeit voort uit het Europees Verdrag waaraan Frankrijk, beschikkend over vetorecht, niet wenst te tornen.

Dan zijn er de onkostenvergoedingen die steevast tot veel gefrons leiden. De vaste maandelijkse vergoeding van 4.300 euro om uitgaven in eigen land, zoals kantoorruimte, te bekostigen hoeft niet te worden verantwoord. Vervolgens is er nog de vaste verblijfsvergoeding van 306 euro per dag als een vergadering wordt bijgewoond. Bedoeld om onder andere hotelovernachtingen en maaltijden te bekostigen. Op zich valt dat te billijken, maar lastiger wordt het als verhalen van Europarlementariërs verschijnen die alleen maar hun handtekening komen zetten om daarna rechtsomkeert te maken.

En nu is er dan het pensioenfonds voor de leden van het Europees Parlement. Ook een kwestie met een lange geschiedenis die ooit begon met een uitermate riante extra oudedagsvoorziening voor Europese afgevaardigden tegen geringe premieafdrachten. Vanaf 2009, toen Europarlementariërs rechtstreeks vanuit de Europese begroting werden bezoldigd, mogen leden geen gebruik meer maken van de aanvullende pensioenregeling. Er worden ook geen premies meer afgedragen. Maar de rechten van de oude deelnemers zijn er nog wel.

Hierdoor en vanwege destijds te laag vastgestelde premies heeft het pensioenfonds te maken met een tekort dat volgens de laatste berekeningen is opgelopen tot 326 miljoen euro. In 2014 bedroeg het tekort nog 270 miljoen. Toen stelde het Europees Parlement zich garant voor het opvangen van het tekort.

Beter gezegd: de Europese belastingbetaler. Een en ander was terug te voeren op een besluit uit 2009 waarin stond dat het Europees Parlement zijn juridische verantwoordelijkheid nam en uitbetaling van de pensioenen garandeerde. Het zou kunnen betekenen dat het Europees Parlement en dus de belastingbetaler het opgelopen tekort in het fonds opnieuw zal moeten afdekken.

Dit is allemaal uiterst wrang. Terwijl gewone gepensioneerden de afgelopen jaren te maken kregen met verlaagde of niet geïndexeerde uitkeringen als gevolg van tegenvallende resultaten van hun pensioenfonds, lijkt voor de deelnemers van het Europees pensioenfonds hun uitkering volledig gegarandeerd. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.