In Rotterdam kan weer gezwommen worden

Zwemcentrum Rotterdam

Op Zuid is sinds deze week het nieuwe zwembad open voor het publiek. Het is nog even inkomen. „Is hier het water?”

Op maandagochtend, de eerste ochtend dat het zwembad open was, namen leden van zwemverenigingen Albion en Rotterdam Swimming het 50-meter bassin in gebruik. Foto Ronald Schlundt Bodien/Kraaijvanger Architects

Als de frêle 86-jarige Daan van Delft in de grote hal van het fonkelnieuwe zwembad op Zuid staat, kijkt hij zoekend om zich heen. Links, langs de trap omhoog, is op de muur een walvis in blauwgrijs mozaïek. Recht vooruit is een stalen lift, rechts een dichte deur en verder niets.

Buiten de glazen schuifdeuren heeft Van Delft een groepje bouwvakkers al gevraagd naar de ingang van het 50-meter bad, dat sinds deze week open is voor publiek. Het Zwemcentrum Rotterdam is het eerste 50-meter wedstrijdbad in de stad, het op drie na grootste van het land, en voldoet aan alle wedstrijdvereisten van zwembond KNZB.

Van Delft komt niet eens zwemmen vandaag. Hij wil alleen weten hoe laat het seniorenzwemmen op donderdag is, of het dezelfde tijd is als in het oude zwembad Charlois, pal naast het nieuwe bad. Dat bad is sinds Kerst gesloten en wordt gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe Theater Zuidplein. Dus deze week kan Van Delft voor het eerst weer zwemmen – als hij tenminste het water kan vinden.

Hoe maak je een duffe plek ‘op Rotterdam-Zuid’ weer bruisend? Door een suf stadskantoor om te toveren tot sportzwembad.

„Gisteren klopten allerlei mensen aan bij ons kantoor op de tweede verdieping”, zegt Elise van de Vreugde, die met twee collega’s van Sportbedrijf Rotterdam aan het hoofd van de badmeesters staat. „‘Is hier het water?’ vroegen ze dan.”

Het nieuwe bad is nog even wennen. Maandag, toen de eerste zwemlessen begonnen, duurde het eindeloos voordat de zwempasjes van de bezoekers waren aangepast. Van de Vreugde: „Ik ben de rij langs gegaan, heb gezegd dat ze deze zwemles niet hoefden te betalen, en de mensen vooral aangemoedigd wél het bad in te gaan, voor hoe kort ook – anders staan we volgende week wéér allemaal pasjes aan te passen.”

Ook worden de symbolen op de kleedkamers en wc’s nog aangepast. De mannetjes lijken te veel op vrouwtjes, zo blijkt. „Dat hebben we ook al gehad, vrouwen die dachten dat ze de dameskleedkamer binnenliepen”, zegt Debbie Toutenburg, een collega van Van de Vreugde.

Dat is maar nieuwigheid, zeggen ze. De vrouwen zijn vooral zichtbaar trots op het fraaie, ambitieuze zwembad met twee bassins: het heldere, grote 50-meterbad en het warmere 25-meterbad. Die ambitie zit al in het project waar het onderdeel van uitmaakt; Hart op Zuid, de herinrichting die van het niemandsland van busbanen, snelweg en asfalt rond Ahoy en Zuidplein een aantrekkelijke plek moet maken.

Omdat ook de sportieve ambities groot zijn, was dat ombouwen niet eenvoudig.

Het zwembad was ook architectonisch een hoofdbreker voor Hart op Zuid-partners gemeente en bouwbedrijven Ballast Nedam en Heijmans – en architecten Kraaijvanger Architects natuurlijk. Het bad is ingebouwd in het oude deelgemeentekantoor, om de wijk herkenbaar te houden voor zijn bewoners – zij moeten zich er thuis blijven voelen.

Maar omdat ook de sportieve ambities groot zijn, was dat ombouwen niet eenvoudig. Een probleem was vooral dat het ‘perron’ om het bad groot genoeg moest zijn – de ruimte rond het water – voor alles wat bij wedstrijden komt kijken. Een uitkomst van deze puzzel is dat het water bij dit ‘staande’ zwembad op de eerste verdieping ligt, niet zoals bij de meeste ingegraven baden op de begane grond – en al helemaal niet op de tweede verdieping bij het kantoor van Van de Vreugde en Toutenburg.

50-meter wedstrijdbad. Foto Ronald Schlundt Bodien

Wedstrijdbad

Er komt ook veel kijken bij het inrichten van een wedstrijdbad, zeggen zij. Zondag zijn ze bijvoorbeeld de hele dag bezig geweest met het stickeren van de putten en de palen. Putten en palen? Ja, de lange lijnen tussen de tien banen van het vijftig-meterbad worden opgeborgen in putten langs de kant die met kleine metalen deksels zijn afgesloten. Kleine putten voor de gewone lijnen, grotere voor de wedstrijdlijnen – die zijn namelijk veel dikker. Langs het bad zitten dan weer uitsparingen voor de palen waarmee trainingsvelden en wedstrijdvelden worden uitgezet. Paal 1 voor het gat van trainingsveld 1, en een voor wedstrijdveld 1, en zo voorts. „Ik lag ’s nachts in bed nog te stickeren”, zegt Toutenburg.

Wat vooral opvalt als je aan het bad staat is hoe groot het is – een indruk die versterkt wordt doordat muren en plafonds helemaal wit zijn. Er ís ook veel ruimte, zegt Van de Vreugde. Het grote bad is 50 bij 25 meter, daar passen in de breedte twintig banen in, of tien in de lengte. Met een verzonken scheidingswal kan het bassin nog (geheel of gedeeltelijk) worden opgedeeld in twee delen. Er kunnen vier waterpolo-teams tegelijk trainen, zegt Toutenburg. „We dachten, toen we de maten van het bad kregen; hoe krijgen we dit gevuld? Maar we hebben al nee moeten verkopen aan verenigingen die het bad wilde huren.”

In maart zijn de eerste internationale waterpolowedstrijden. En al drie zwemverenigingen gebruiken het bad. „De kinderen hebben zwemles en in de banen ernaast trainen de wedstrijdzwemmers. Kinderen denken dan: dat wil ik ook.”

Wat ook opvalt is dat Van de Vreugde en Toutenburg zonder enige stemverheffing spreken; de akoestiek in het bad is door speciale boarding langs de muren opvallend goed. En regelmatige zwembadbezoekers weten: dat is vaak anders.

Inmiddels loopt het tegen twaalven. Tijd voor het seniorenuurtje. Daan van Delft is al naar huis, die komt donderdag pas. „Hij was hier gister ook al om te kijken waar hij moest zijn”, zegt Toutenburg. Rond het bad schuifelen groepjes oudere dames en heren onverstoorbaar langs opgebroken stoepen richting het bad, zwemtas over de schouder. Met die inbedding in de wijk lijkt het wel goed te komen.

    • Elsje Jorritsma