Horen we daar de merel weer?

Tuinvogeltelling Dit weekend is er een vogeltelling. Die moet ons ook leren hoe de merel ervoor staat na de aanval van een dodelijk virus.

De merel stond bijna altijd op één bij vogeltelling. Foto Jelle de Jong

De schrik was groot in de nazomer van 2016, en in 2017 weer. Het usutuvirus, afkomstig uit Afrika, velde bijna de hele merelbevolking. In Nederland alleen al stierven tienduizenden merels, op een populatie van twee miljoen. De vogels werden suf en gingen vervolgens na twee of drie dagen dood. Er verschenen weemoedige in memoriams, zoals van Frans van der Helm in deze krant. „Het land was even één als overal de merels riepen”, schreef hij. „Een dodelijk virus heeft hun klank doen verstommen.”

De vraag is: komt de merel terug? De Nationale Tuinvogeltelling van dit weekeinde kan daar licht op werpen. „We wachten meer dan anders in spanning af”, zegt Chris-Jan van der Heijden van Vogelbescherming Nederland, die de jaarlijkse telling organiseert. „Nog nooit zijn we zo vaak gebeld als in die fatale zomermaanden. Mensen vonden overal dode merels. Dat was alarmerend en het geeft aan hoe geliefd de merel is.”

Deze week hoorde ik in de stad drie merels zingen, in alle vroegte. De zang van de mannetjes is melodieus en zijn verschijning in zwart met feloranje snavel bekoort. De vrouwtjes zijn getekend in fraai bruinzwart. Merels zien we overal, van de kleinste stadstuin tot in het bos en park.

Dat zingen stelde me gerust. Of het virus daadwerkelijk de aantallen heeft gedecimeerd, is niet met zekerheid te zeggen. Evenmin of er sprake is van een terugkeer. Maar volgens vogelwetenschappers is er hoop: de aantallen zijn niet zo drastisch gedaald als werd gevreesd. Ecoloog Henk van der Jeugd van het Vogeltrekstation, dat vogels en hun aantallen registreert, stelde deze maand in Nature Today: „Het overlevingsgetal van volwassen merels uit 2017 bleek een stuk lager dan dat van twee jaren daarvoor.” Ongetwijfeld is het usutuvirus van invloed op de aantallen, maar concrete aantallen zijn er niet. „Het virus brak ook los in Duitsland, en daar hebben de populaties zich goed hersteld”, zegt Van der Heijden.

Een complicerende factor is dat de vogels in de nazomer ruien en zich verbergen. Ze zien er dan verfomfaaid uit, en je kunt al snel denken: die is ziek. Ook zingen ze in die periode niet. Dat de merel in die periode niet te zien en te horen was, lag dus niet per se aan het virus.

Jaarlijks doen ruim zestigduizend mensen mee aan de vogeltelling; zij vinken zo’n vijfhonderdduizend vogels af. Dat aantal is mede te danken aan de inrichting van hun tuinen met voedertafels, besdragende struiken en bosschages om in te schuilen. Bijna altijd stond de soort op één in de lijst, nu misschien niet meer. Maar: straks is het voorjaar. We verheugen ons nu al op zijn welluidende zang, die klinkt in alle tuinen. In geruststellend groot aantal.

Luister hoe (binnenkort weer) vogels een concert opvoeren
    • Kester Freriks