Nieuw RIVM-gebouw is miljoenenstrop voor het Rijk

Bouwdrama De staat krijgt het nieuwe RIVM-gebouw in Utrecht drie jaar te laat en moet miljoenen euro’s bijbetalen. De laboratoria waren niet trillingsvrij te krijgen. „Iedereen dacht er te makkelijk over.”

Ontwerp van het nieuwe RIVM-gebouw in Utrecht. Foto BMD & WAX

Het is een apparaat dat doodstil moet staan. In één van de honderden laboratoria van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) schuiven mensen in witte jassen dag in dag uit gemarkeerde cellen in een analyse-apparaat. De cellen komen uit bloed, duizenden buisjes vol uit het hele land.

Die zijn verzameld voor een grootschalige studie naar de weerstand tegen infectieziekten in Nederland. Het RIVM wil weten: klopt het vaccinatieprogramma nog? Welke groepen zijn het kwetsbaarst? Wie besmet wie?

Het werk luistert nauw, elk monster moet op elk moment op exact dezelfde manier worden geanalyseerd. Niks mag de boel verstoren, ook niet de kleinste trilling. Anders kloppen de resultaten niet. En daar kunnen, ooit, op één of andere manier, mensen ziek van worden.

Bloed is niet het enige wat het staatslab in Bilthoven meet. Uitlaatgassen, slootwater, microvezels, nanodeeltjes, teken, tijgermuggen, obesitas, sigarettenrook, griepprikken en mazelenvaccins – de lijst is eindeloos. De laboratoria van het RIVM staan daarom propvol met zeer gevoelige meetapparatuur.

Die apparatuur wil het RIVM eind 2018 verplaatsen naar een nieuw huis. De locatie in Bilthoven is te oud en te versnipperd, renoveren is te duur. Op de Uithof, het Utrecht Science Park, moeten straks alle vijftienhonderd werknemers en 275 labs onder één dak komen.

Ingewikkeld is die verhuizing wel. Welke bouwer kan op tijd een „hoog risico-object” afleveren vol decontaminatietanks, cleanrooms en high containment-faciliteiten waar geen straling of rare ziektes uit mogen ontsnappen? Een gebouw dat er bovendien ook nog een beetje aardig uitziet. De aanbestedingsdocumenten eisen een „duurzaam” en „transparant” ontwerp, dat tegelijk „sober” is, maar wel „allure” heeft. En waarin alle apparaten doodstil staan, ook al loopt er een snelweg en een trambaan langs.

Dat is niet gelukt.

De enige overgebleven bouwer levert het gebouw minstens drie jaar te laat op. De anderen zijn met ruzie en forse verliezen vertrokken – het complex is nu al tientallen miljoenen euro’s te duur. Voordat er één heipaal de grond in ging, moest de staat al miljoenen extra toezeggen en betaalt ze eerder dan afgesproken.

Het is een gebouw dat alleen met draconische maatregelen te maken viel, zeggen betrokkenen achteraf. „Iedereen heeft er te makkelijk over gedacht.”

Voetstappen

Je staat nooit stil. Je trilt. Voortdurend. Door de voetstappen op de verdieping boven je. De wind die langs het huis blaast. De draaiende wasmachine. Het gerommel van de trein verderop.

De grens van wat een mens nog voelt ligt ergens tussen de 200 en 300 micrometers per seconde. Dat is een trein die 100 meter verderop rijdt. Machines als massaspectrometers en elektronenmicroscopen registreren veel kleinere trillingen. Om die uit te sluiten zijn er vibration criteria of VC’s voor labruimtes. In het RIVM-gebouw geldt niveau C. Het mag er trillen tot maximaal 12,5 micrometer per seconde – zo’n beetje wat er binnenshuis is als er iemand buiten op straat langsjogt.

Dat is een zware eis voor een gebouw dat verhuist van een kalm uithoekje van Bilthoven naar een zichtlocatie aan de A27 bij Utrecht, de overbelaste ringweg waar dag en nacht vrachtverkeer overheen dendert en die binnenkort wordt verbreed. Langs het gebouw rijden de langste bussen van Nederland. En als de Uithoflijn klaar is, passeren op een paar passen afstand zestien afgeladen trams per uur. Maar het RIVM wil ook niet in een geïsoleerde bunker belanden. Liever geen „prijsduikers die iets lelijks gingen neerzetten”, zegt een betrokkene.

In 2012 besluiten drie consortia van bouwers zich vast te bijten in het eisenpakket. Eén is met BAM, twee met VolkerWessels, en drie met het trio Heijmans, Strukton en het kleinere Hurks. De hoofdprijs van de aanbesteding is een DBFMO-contract voor het ontwerpen (D), bouwen (B), financieren (F), onderhouden (M) en verlenen van facilitaire diensten (O) voor 25 jaar. Deze contractvorm schuift veel verantwoordelijkheid naar de bouwers. Het is een prestigieuze klus, een technisch hoogstandje om mee te pronken.

Maar voor de inschrijfdatum in april 2014 trekt BAM zich al terug. De opdracht is onbegrijpelijk, horen vakgenoten mensen uit het consortium zeggen. Een gebouw dat technisch gezien half onder de grond moet zitten, en een landmark moet zijn, het kán gewoon niet.

Van de twee die doorgaan wint het trio Heijmans, Hurks, Strukton. In de zomer van 2014 tekenen ze het contract voor een glazen gebouw van 80 meter hoog en 70.000 vierkante meters groot. De klus is omgerekend naar een contant bedrag zo’n 267 miljoen euro waard.

Over het ontwerp heeft de opdrachtgever maar twee dingetjes wat betreft trillingen. Iets met expeditie en afstand tot de weg, zegt een betrokkene. Maar geen grote: „Het was voor niemand een alarmbel.” Ook niet voor Movares, het adviesbureau dat meekijkt voor de staat. Het trio belooft desondanks concurrent Arup in het definitieve ontwerp naar de trillingen te laten kijken. Een second opinion, gewoon voor de zekerheid.

College trillingsexpertise

Ruim een jaar later, oktober 2015. In gebouw U4 in Bilthoven zit een groep mensen om tafel: projectmanagers van het RIVM, bouwdirecteuren, ontwerpers. De sfeer is om te snijden.

De bouwers hebben een jaar tekenen achter de rug en nu zijn de resultaten van Arup binnen. En die zijn helemaal niet goed. Als de bouwers dit bouwen, wordt trillingseis C bij lange na niet gehaald.

Dit is heel slecht nieuws. De bouwers hadden al een aanvangscertificaat moeten hebben van het Rijksvastgoedbedrijf, een bewijs dat ze mogen beginnen. Zonder zo’n bewijs halen ze hun planning niet. De financiers hebben prompt hun geldkraan dichtgedraaid.

De bouwers denken dat het ontwerp met wat aanpassingen wel kan werken. „We gaan het halen”, zegt een bouwdirecteur aan tafel. Maar de opdrachtgever denkt van niet, dat certificaat krijgen ze niet. Mensen aan tafel worden boos, schreeuwen naar elkaar. Dit is alleen op te lossen met hogere wiskunde.

Om te weten hoe de trillingsgolven door een gebouw gaan, moet je er brute rekenkracht op loslaten. Wat gebeurt er als je deze muur en deze heipalen combineert met deze windsnelheid en een busbaan op deze afstand? De partijen besluiten dat Movares een computermodel mag maken om oplossingen door te rekenen – op kosten van de bouwers. Damwanden. Luchtspouwen. Extra palen onder de entresols. Binnen twee maanden moeten ze eruit zijn. Maar het rekenmodel is heel groot, één run duurt meerdere dagen. En na die twee maanden is er geen oplossing. Het zijn de laagfrequente trillingen van de toekomstige trambaan die de grootste problemen geven, zo blijkt.

Er ís een simpele oplossing, opperen de bouwers. We schuiven de boel gewoon honderd meter op, richting landgoed Amelisweerd. Weg probleem! Scheelt miljoenen. Maar dat gaat niet, die grond is niet van de staat. En Amelisweerd staat vol monumentale zomer-eiken en essen uit 1850. Het RIVM eist een technische oplossing.

En die is er heus, zegt Movares in april 2016 – al is-ie nog niet gevonden. Zou het helpen als we het gebouw twintig meter naar achteren plaatsen? De fundering van de hoogbouw loskoppelen van de laagbouw? Het gebouw groter maken? Minder heipalen? Langere heipalen? Dikkere heipalen? Stevigere fundering in de hoogbouw? De gevel bovenin verstevigen? Meer staal? Minder beton? Andersom?

Het rekenmodel pelt één voor één alle opties af. De calculaties worden zo complex dat het „een soort college trillingsexpertise” wordt, zegt een betrokkene. Er komen mensen van TU Delft op excursie. Als je de fundering bijvoorbeeld verzwaart, worden er méér trillingen aan de gevel doorgegeven, die je dan ook weer moet verzwaren, maar niet té veel, het is om gek van te worden. De ene maatregelen werkt zelfs tegen de andere in.

De maanden gaan voorbij en de computers bij Movares draaien maar. Intussen verslechtert de sfeer in de grijze bouwkeet op de Uithof. In de wandelgangen gaan verhalen over wat de beste oplossing is. De keet raakt steeds leger, er is immers niks te doen. „Het duurde te lang.”

Maar dan is het gelukt. Eind 2016, veel meer dan een jaar te laat, ligt er een werkend ontwerp. De grootste wijziging: er komen minder heipalen, maar wel dikkere en langere, van 57 meter diep. Dan gaan de trillingen minder diep het pand in. Een betrokkene: „Nu wordt het een soort boorplatform van glas.”

Het bouwen kan beginnen.

Geld

„Hoe kan het dat wij aanvankelijk dachten en bij herhaling konden bevestigen dat wij de VC-C eis zouden halen en dat nu blijkt dat dit in het geheel niet zo is?” De bouwers proberen hun eigen rechtspositie in te schatten en hebben alle argumenten voor en tegen zichzelf op papier gezet. Dit staat onder het kopje ‘tegen’. Maar onder het kopje ‘voor’ staat weer dat de opdrachtgever wellicht snapt dat „iedere partij die op deze locatie een gebouw realiseert veel moeite zal hebben om deze eis te kunnen halen”.

Het is begin 2017 en het aanvangscertificaat is er. Hop, iedereen aan het werk! Maar nu weigeren de bouwers opeens dienst. Ze willen eerst weten of ze extra geld kunnen krijgen van de staat.

Het hele project is enorm uit de hand aan het lopen. Strukton heeft er al 18 miljoen voor opzij gezet, Heijmans 10 miljoen euro, Hurks een onbekend bedrag.

Het uitstel is een slimme zet, ingegeven door hoe het DBFMO-contract werkt. De bouwers financieren de bouw met leningen. Die betalen ze op gezette tijden terug. De opdrachtgever betaalt pas als er mijlpalen zijn gehaald. Uitbetaald krijgen en aflossen zijn aan elkaar gekoppeld.

Bij vertraging ontploft dat. De staat betaalt later uit, omdat de mijlpalen ook later worden gehaald. Maar het terugbetaalschema van de financiers is spijkerhard. De bouwers moeten elders geld halen, rentekosten lopen snel op. Het trio besluit te wachten met bouwen, tot ze afspraken hebben over extra geld en mijlpalen.

Die afspraken moeten wel gauw komen, tijd is geld. In juni zit daarom iedereen in Den Haag bij een geschillencommissie voor een bindend advies. Zo staat dat in het contract. Wiens schuld is de vertraging, is de vraag die op tafel ligt.

De vertraging kost tientallen miljoenen. Alleen al de maatregelen tegen trillingen, zoals de heipalen, kosten bijna 21 miljoen euro, zeggen betrokkenen. Het bouwconsortium moet daarvan 60 procent zelf betalen van de commissie, het Rijksvastgoedbedrijf 40 procent. Wat ook duur is, is het langer aan het werk houden van de mensen. Meer dan 25 miljoen, berekenen de bouwers zelf. De staat moet daarvan iets minder dan 5 miljoen bijdragen. Indexeringskosten voor 30 maanden – zoals prijsstijging van bouwmaterialen – betaalt de staat helemaal, maar die moeten nog berekend worden.

Ook het DBFM-project voor de verbreding van de A15 tussen de Maasvlakte en het Vaanplein in Rotterdam kostte honderden miljoenen extra. Het putte bouwers Ballast Nedam en Strukton volledig uit. Lees ook deze reconstructie uit 2015: Bluffen en pokeren om de A15

En ze doen ook iets creatiefs. Het liquiditeitstekort zou oplopen tot wel meer dan 30 miljoen door de vertraging. De staat stemt er daarom mee in twee mijlpalen te verplaatsen. Ze betaalt eerder uit, in hogere bedragen, zodat de bouwers hun leningen af kunnen lossen. Later krijgen ze dan minder. Dat scheelt echt veel geld dat anders naar de banken zou gaan, zeggen betrokkenen. Het kost de staat wel 10 miljoen aan rente-inkomsten, maar dat moet dan maar.

Heijmans-baas Ton Hillen legt het na de presentatie van de halfjaarcijfers nog even uit. „De overheid betaalt, maar op een ander moment.” Zijn kasbeheerder: „We hebben de structuur van leningen en terugbetalingen in stand gehouden en verplaatst in de tijd.” Hillen: „Als je schade kunt beperken, moet je dat doen.”

Maar waarom doet de staat dit? Het is toch aan de bouwers om een kloppend ontwerp te leveren?

Betrokkenen wijzen erop dat de bouwers het misschien niet zouden redden zonder extra geld – Heijmans zat al in de problemen door bouwconflicten. Dat iedereen er echt met de beste bedoelingen inzat. Dat niemand zulke exotische maatregelen kon voorzien. „Achteraf is pas gebleken hoe moeilijk de bouwopgave was”, zegt het Rijksvastgoedbedrijf. Het moet nog evalueren of deze contractvorm, waarbij veel verantwoordelijkheid bij de bouwers ligt, nou de juiste is voor zo’n ingewikkeld project.

En had de aanbesteding eigenlijk opnieuw gemoeten, nu de staat meer betaalt? Een betrokkene: „Hoezo? De procedure uit het contract is gewoon gevolgd.” Maar niemand weet het echt, dit is allemaal heel ongewoon.

Ik ben degene die heeft gezegd: stoppen met ruzie maken. Ik ga gewoon heien.

Gerard Sanderink, topman Strukton

Ruzie

En nu? In de grijze bouwkeet op de Uithof zit nog maar één bouwer. Dat is Strukton.

Na het advies van de geschillencommissie in de zomer was alles er. Een werkend ontwerp, een aanvangscertificaat. Maar nog steeds werd er niet gebouwd. Eerst moesten de banken nog akkoord geven. En de bouwers moesten de rekening onderling verdelen. De toch al niet zo warme verhoudingen tussen de bouwers koelden verder af. In vakblad Cobouw zei Gerard Sanderink, baas van Strukton daarover: „Ik zal maar niet zeggen hoe ik die periode zelf beleefd heb.” Een ander: „Ze konden niet meer met mekaar overweg.”

Op den duur wilde Strukton gewoon beginnen, desnoods zonder akkoord van de banken. Sanderink tegen Cobouw: „Ik ben degene die heeft gezegd: stoppen met ruzie maken. Ik ga gewoon heien. Heijmans was daar helemaal van over de rooie. Maar dat interesseerde me niet.”

Strukton wilde niet meer met de anderen. Heijmans wilde minder risicoprojecten en Hurks wilde niet zonder Heijmans. En nu zit Strukton alleen opgescheept met het hoofdpijndossier. Over de uitkoopsom is ook nog lang gesteggeld.

Er staan inmiddels in ieder geval heipalen – extra dik en extra lang – in de grond. Aan het einde van de zomer van 2021 moet het RIVM-gebouw klaar zijn. Drie jaar te laat, maar wel trillingsvrij. Eén betrokkene: „De vertraging kost miljoenen, je wil dit niet.” Maar: „Het was toch ook wel heel interessant.”