opinie

    • Beatrice de Graaf

Echt niet lelijk

We hebben meer schoonheid in de wetenschap nodig, vindt

Wat zijn veel wetenschappelijke teksten toch ongelooflijk lelijk. Ze zien er niet uit. Meer dan de helft van de tekst is voetnoot, soms met onleesbare tabelletjes doorspekt. De meeste academische boeken zijn minstens zo erg. Veel boeken verschijnen bij Routledge, daar lijkt maar één keuze te bestaan: lichtblauw met vegen, of donkerblauw met dezelfde vegen. Als een boek niet is gelijmd, maar is ingebonden, en plaatjes heeft die niet in een katern zijn weggepropt, maar soepel en natuurlijk in de tekst zijn verwerkt, kun je er vergif op innemen dat het geen academisch boek is. Mijn collega’s bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie zijn enorme geluksvogels. Dat Instituut heeft blijkbaar veel geld, of goede vrienden bij Uitgeverij Boom, maar boeken uit die winkel zien er gewoon prachtig uit, ruiken zelfs lekker en bevatten toch bloedserieuze militaire geschiedenis. Of blader eens door Het Grote VOC-boek van Gerrit Knaap. Dankzij het Nationaal Archief zijn de prachtigste prenten, kaarten en vergezichten uit de 1.200 strekkende meters archief over de VOC gehaald en met kennis van zaken toegelicht en van verhalen voorzien. Was het maar altijd zo’n feest.

Het gaat toch om de inhoud, om de argumenten en nieuwe inzichten zult u zeggen, niet om de plaatjes. Uiteraard. En dat zit over het algemeen wel snor, zelfs bij Routledge. Maar neem een willekeurige zin uit een doorsnee academisch boek, in mijn geval uit de alfa- of gammahoek. De meest belangwekkende inzichten worden in zodanig zeeslangenproza gegoten dat behalve een enkele vakbroeder verder niemand er warm van wordt.

Ik kan jaloers zijn op mijn broer, die studeerde wiskunde. Wanneer die zijn boeken meenam, buitelden de prachtigste figuren en formules over elkaar heen. Zelfs met zijn kriebelige handschrift waren de formules die hij op servetjes en kladjes neerkrabbelde fascinerend in hun geheimzinnigheid, symboliek en in volkomen ondoordringbaarheid van de kennis die ze niet prijsgaven. Ook dat is onleesbaar jargon. Maar vorm en functie vallen hier tenminste volledig samen.

Wat ik steeds meer ben gaan missen aan de universiteit is aandacht voor schoonheid. Ik ben niet de wetenschap ingegaan om afgerekend te worden op fondsenwerving, aantallen publicaties of de mate waarin studenten niet over mij klagen. Het is een sport geworden om af te geven op de universitaire bedrijfscultuur en de academische grootgrutterij. Dat hoef ik hier niet te herhalen, dat heeft Eelco Runia al veel indrukwekkender gedaan.

Maar waarom schroeven we de zuurheid, bitterheid en het nutsdenken niet terug, en springen we niet meer op de bres voor schoonheid in de wetenschap? Mijn grootste moment van puur geluk in academia was twee jaar geleden, toen ik een tijdje in een college in Cambridge mocht verblijven. Niet de waanzinnig volledige bibliotheek, de discussies met peers of de grandeur van die kennistempels brachten de grootste vervoering, hoe fijn ook. Dat bracht de aanblik van een glas-in-lood venster in de kapel van mijn college, St. Catherine’s. Het ging om ‘Wisdom’s Call’, van Thomas Denny, dat Vrouwe Wijsheid afbeeldt, staand aan de poort van de stad. Het spel van die eindeloos fijne kleuren en vormen van dat raam was adembenemend (googelt u alstublieft dit raam!). Dat raam maakte mij duidelijk waarom ik koos voor onderzoek en universiteit. Ik kan niet goed uitleggen waarom, maar het had te maken met het besef dat ware wijsheid oneindig veel grootser en mysterieuzer is dan een mensenbrein ooit kan bevatten. En dat je dat pas gaat zien als je stilvalt, en niet meer denkt in termen van productie of kwantiteit, maar de begrippen en gedachten en patronen over je heen laat komen. Je snapt het nog niet, maar voelt het net aan. Zoiets.

Schoonheid, daar ga ik me meer op concentreren. Af en toe lukt dat al prima, als eerstejaarsstudenten tijdens een college over de Tweede Wereldoorlog door al de gruwelen heen gegrepen raken door een passage van Vassili Grossman. Of wanneer rauwe zwart-witfoto’s van Oost-Berlijn de absurde geschiedenis van de Muur tastbaar maken. Natuurlijk gaat ons onderzoek niet over schoonheid, het gaat over internationaal recht, over patronen van ongelijkheid, conflictbeheersing en terrorismebestrijding. Over taalkunde en besluitvormingsprocessen. Maar wie nooit iets van die hartstocht voor het schone en mooie in de wetenschap voelt, kan beter stoppen. In de woorden van schrijfster Marylinne Robinson: het gaat niet om die ‘joyless urgency’ maar om ‘exploration of the glorious mind’.

Ik ga zelf proberen elke dag één ervaring van schoonheid in mijn academische werk te verweven. Door één mooie gedachte te bedenken en op te schrijven, of mijn studenten één voorbeeld van academische schoonheid te laten ontdekken. Dan maar een paar lelijke artikelen minder.

En een vraag. Kunt u kort beschrijven, liefst met voorbeeld, wat voor u de schoonheid is van wetenschap? E-mail: mooiewetenschap@gmail.com. Dan kom ik er op terug.

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.

Correctie 27-01-2018: In een eerdere versie stond ‘een college over de Tweede Wereld’. Dat moest ‘een college over de Tweede Wereldoorlog’ zijn.

    • Beatrice de Graaf