Recensie

De Sovjetstaat door naïeve jongensogen

Christopher Wilson

Niets is wat het lijkt in deze tragikomische roman over een jongen die de vertrouweling wordt van Stalin. De Britse schrijver Wilson liet zich misschien wel te veel overbluffen door de gruwelijke Sovjet-realiteit.

De laatste weken uit het leven van Stalin, gezien door de ogen van een jongen van twaalf. Dat is het idee achter De voorproever, de nieuwe roman van de Britse schrijver Christopher Wilson. Dat werkt heel goed, zeker in de eerste helft van de roman. De jonge verteller, Joeri Zipit, is ook niet zomaar iemand: na een zwaar ongeval heeft hij een hersenbeschadiging waardoor hij impulsief is geworden, en dan wekt hij ook nog een uiterst uitnodigende indruk: ‘Ik hoef mijn gezicht maar in het openbaar te laten zien en complete vreemden gaan netjes achter elkaar staan […] om me hun geheimen toe te vertrouwen’.

Joeri’s vader is dierenarts in de Moskouse dierentuin en wordt door een zieke Staalman (zoals Stalin in de roman wordt genoemd) ontboden in zijn datsja. Gewone artsen worden door de dictator al lang niet meer vertrouwd. Ook de dierenarts ontvangt na zijn diagnose een enkele reis gevangenis, maar diens zoontje bevalt Staalman zeer en wordt door hem benoemd tot voorproever. (De vorige voorproevers zijn, om voor de hand liggende redenen, overleden.) En zo moet de jonge Joeri zich moederziel alleen staande houden in het huishouden van Staalman, waarvan ook de overige leden van het Politburo deel uitmaken. Eén groot wespennest dus, maar Joeri, die al gauw een vertrouweling van de dictator wordt, blijft er monter onder.

Die opgewekte, naïeve toon van Joeri maakt de roman komisch en tragisch tegelijk, vanwege de discrepantie tussen Joeri’s ideeën over zijn omgeving en het daadwerkelijke karakter van die omgeving, waar moord en marteling schering en inslag zijn. Niets is wat het lijkt. In de datsja lopen vier dubbelgangers van Staalman rond – zodat wanneer Staalman sterft het de vraag is wie er nu eigenlijk is overleden.

Wilson weet effectief gebruik te maken van Joeri’s naïviteit. Hij hoeft hem na mededelingen, analyses en leugens van hooggeplaatsten alleen maar dingen als ‘O nee?’ en ‘Werkelijk?’ te laten vragen om een uiterst komisch effect op te roepen. Wel is jammer dat Joeri aan het eind van de roman nog even naïef is als aan het begin, ondanks alles wat hij heeft gezien. En ook al beschikt hij als enige over het testament van Staalman, toch blijft hij een toeschouwer, die door Wilson steeds meer wordt ingezet om de lezer kennis te laten maken met de Sovjetstaat en episoden uit de laatste dagen van Stalin. Zo word je gedwongen stil te staan bij de misdadige gewetenloosheid van het regime, maar dat gaat wel ten koste van het verhaal. Het is alsof Wilson zich bij zijn research heeft laat overbluffen door de realiteit, maar gezien het gruwelijke karakter van die realiteit ben je geneigd hem dat niet echt kwalijk te nemen.

Je kan zeggen dat Timur Vermes (Neurenberg, 1967) het in Daar is hij weer (2013) beter aanpakte door een vergelijkbare dictator, Hitler, in het heden te plaatsen. Zo kon Vermes de historische achtergrond inderdaad op de achtergrond houden; bovendien zorgde in deze roman alleen al de confrontatie tussen Hitler en de eenentwintigste eeuw voor een komisch effect. Wilson maakt het zichzelf moeilijker, maar dat maakt zijn boek, of in ieder geval zijn poging, wel sympathieker.

    • Rob van Essen