De nieuwe Porsche is elke daalder waard, voor wie niet zonder kan

kan zich met recht alleen beklagen over de belachelijk grote versnellingspook. Maar hij verveelt zich.

Winter, ijshanden, fysieke nood. De Porsche Cayenne kost 173.000 euro. Onbestáánbaar dat jij geen stuurverwarming hebt, blaf ik hem toe. Opels hebben het, zelfs de Hyundai Kona. Waar, smeerlap, zit jouw knopje met het levensreddende symbooltje van een stuur achter drie warmtegolfjes?

Niet op het stuur, waar je het verwacht. Niet in de klimaatkwadranten van het onafzienbare tiptoetsenveld op de middenconsole. Niet in het ventilatiemenu van het infotainmentsysteem, waar een frontaanzicht van het complete dashboard vele touchscreenfuncties weergeeft maar niet deze. Ik zet de scheurbus aan de kant en slinger in een woeste inspiratieflits een treitervlog op Facebook. Per ommegaande antwoord van de Porsche-bestuurders in de vriendenkring.

De knop bevindt zich in het stuur, in de sleuf van de onderste spaak. De dialoog tussen twee onverenigbare werelden kan beginnen. Columnist: ik zie daar niks. Porschemannen: klopt, je moet een beetje graven. Ik prik mijn vinger in het gat en voel vaag iets dat klik doet. Bingo; stuurverwarming ingeschakeld. Porsche heeft de primeur van de onzichtbare bedieningsknop. Waarom daar? Geen ruimte op de tiptoetshoogvlakte tussen de voorstoelen? Of schuilt in deze onhebbelijkheid een subtiele nieuwe vorm van uitverkorenheid, je toetreding tot het genootschap van geheime knoppen? Je hoort meteen bij een elite. Hoe eervol dat hardop te kunnen zeggen. Enfin, hij doet het, net een Kona. Warme handen, powered by social media. Komen we op terug.

Moeder de Gans

Die 173 mille betaal je dus niet voor laagdrempeligheid. Je betaalt ze voor de Cayenne-specialiteit die in 2002 de geschiedenis van een sportwagenmerk zo’n onverwacht succesvolle wending gaf: een Porsche met achterbank! Daar was hij dan, de race-SUV met tot 500 pk, net wat men nodig had.

Bij de Cayenne S komen er 440 uit een zescilinder turbo die het vermogen net zo vlot, zij het een fractie minder achteloos serveert dan de in 2014 wegens vuilspuiterij geskipte achtcilinders van de S- en turbo-versies. Als dat alles is? Verder kan ik me met enig recht alleen beklagen over de belachelijk grote versnellingspook en het verchroomde draaiwieltje voor de volumeregeling, dat er lastig bereikbaar achter verstopt zit. De klachten zeggen meer over mijn integratieprobleem in zijn brave new world dan over de Cayenne. Het chagrijn zit ’m hierin dat ik de techneuten veel te weinig kan verwijten. De sprints, het leer, de hightech, de sound, de stuurkachel – ze zijn weer elke daalder waard voor wie niet zonder kan. Maar ik verveel me.

Ik schakel Radio 4 in. Presentator Christiaan Kuyvenhoven kondigt het middagthema ‘sprookjes in muziek’ aan met Ravels Ma Mère l’Oye, Moeder de Gans, en het beroemde duet ‘Abends will ich schlafen geh’n’ uit de opera Hänsel und Gretel van Humperdinck. Plotseling een wurgende behoefte aan de obscure moeder aller muzieksprookjes. Duits als een Porsche, magisch als Novalis, gloeiend als het stuur van een Cayenne, verloren als verdwenen koninkrijken. Niemand kent het, Das verwunschene Schloss, vierde deel uit de Märchensuite van Bernd Alois Zimmermann. En ik wil, omdat ik me zo eenzaam voel in dat Germaanse ding, dat heel het land met mij dat meesterwerk ervaart. Een Cayenne-rijder, per definitie machtig man, hoort de Publieke Omroep met één hete twittervinger naar zijn hand te kunnen zetten.

Ik zet de Porsche nogmaals aan de kant en twitter Christiaan. Hij kent het stuk niet maar belooft het op te zoeken en houdt woord. Sterker: hij vindt het zo mooi dat hij er in de uitzending zijn afspeellijst voor openbreekt. Ik like me een ongeluk.

Net voor ik de auto bij de importeur inlever hoor ik Christiaan mijn verzoeknummer aankondigen, en daar is de muziek die van de Porsche een kerk van stil verdriet maakt. Zimmermans suite was in 1950 een van de laatste romantische werken van een componist die op het punt stond toe te treden tot de Duitse avant-garde, maar nooit loskwam van de door het Derde Rijk vermoorde schoonheidsidealen van de romantiek. Je hoort een weerloos en zachtmoedig man zich in een dromerige, spookachtige fictie terugtrekken, verlangend naar een innerlijke rust die hem niet was beschoren. Twintig jaar later zou hij zelfmoord plegen. Ik had hem de Cayenne nooit kunnen uitleggen.

„Klopt, 265 kilometer per uur, professor.” „Aber warum denn?”

Ik voel tranen opkomen. Deze muziek, voor niks, nu iets minder vergeefs geschreven, kostbaarder dan honderd Porsches. Sorry, auto.

    • Bas van Putten