Recensie

Blij, eetcafé aan de ‘dorpse’ kant van het spoor

Culinair recensent Wim de Jong ging op bezoek bij restaurant Blij, precies zo’n ouderwets eetcafé dat in Rotterdam in een lacune voorziet.

Foto Walter Herfst

Het zal een fors deel van de bewoners aan de voorzijde van het Centraal Station zijn ontgaan, maar intussen ligt het er aan de achterzijde ook allemaal keurig bij. De Provenierssingel en de Spoorsingel zijn weer door water met elkaar verbonden. Her en der zijn grasmatjes aangelegd, waar reizigers zo maar op mogen gaan liggen. En, ook niet verkeerd: het Turkse no-nonsense eethuisje Konak heeft de opknapbeurt met terras en al overleefd.

De stad is hier nog wat negentiende-eeuwser dan aan de andere kant van het station, en ook flink wat dorpser. Er liggen weliswaar trambanen, maar die lijken al sinds mensenheugenis niet meer in gebruik. Schoolgaande kinderen, forensen en dagjesmensen op weg naar de dierentuin genereren het enige beetje drukte dat je er van het CS hebt. Zoals ook het kluitje buurtrestaurantjes op de vier hoeken van de Proveniersstraat (Dunya, La Cazuela, Caffè Booon, Blue Mekong, Le Nord) de indruk wettigt dat je vér weg bent van het robuuste Rotterdam van de Lijnbaan, Weena en de Coolsingel.

Datzelfde gevoel bekruipt je als je Blij aan het eind van de Spoorsingel voor het eerst binnenstapt. Nou ja, voor het eerst: ik was er jaren terug al eens, maar toen was het nog een heel bescheiden Frans bistrootje. Na annexatie van de naastgelegen antiekwinkel afficheert de zaak zich tegenwoordig als grandcafé-restaurant. Dat is een grote broek voor het ruime eetcafé, al moet gezegd dat het er in termen van akoestiek inderdaad nogal ‘grand’ aan toe gaat.

Tegelijkertijd kun je vaststellen dat dit precies zo’n ouderwets eetcafé is dat in Rotterdam in een lacune voorziet. Ben je aan de overkant van het spoor aangewezen op horeca die zich met streetfood, bites, Aziatisch of hamburgers voornamelijk op een jong, kosmopolitisch en verwend uitgaanspubliek richt, in Blij zie je bij wijze van spreken nog blije gezichten als de schaal patates frites bij je hoofdgerecht nóg royaler uitpakt dan je had durven hopen. En dan blijkt het ‘brood met smeerseltjes’ (kruidenboter, likkepot en tapenade; 4,50 euro) bij het afrekenen bovendien nog grátis. Of de bediening heeft zich aan de kassa simpelweg vergist.

In Blij eet je de dagspecialiteiten van het krijtbord of je kiest iets van het menu. In het eerste geval kan de keuken uitpakken met bijvoorbeeld een schotel lamsbout met coppa di parma, truffelpuree en winterpeen (21 euro), dan wel met de rogvleugelfilet met doperwtencrème en gekonfijte prei (21,50). Op de kaart zelf staan onder meer kippedijensaté, hamburger, ribeye, côte de boeuf, linguine met gamba’s, parelhoen en een vegetarische risotto van bospaddenstoelen. Al het vlees komt als vanzelfsprekend op planken. Appelmoes mag dan in het rijtje ontbreken, maar voor maar 2,50 euro per portie kunnen verder nog extra gebakken champignons, gemengde salade, pindasaus en (met kruiden bepoederde) frieten worden bijbesteld.

De entrées zijn eveneens van klassieke eetcafésnit met tomatensoep, escargots, carpaccio, garnalenkroketten, gerookte zalm, steak tartaar en uiensoep. Die twee laatste gerechten laten wij aan onze tafel doorkomen. In de soep is een met gruyère besmeerde boterham ter grootte van een pannenlap gestoken. Bij de steak tartaar zit een afbakbroodje, waardoor we al met deeg zijn dichtgestopt vóór de parelhoen en de risotto zich aandienen. De risotto is zó’n compacte hussel van rijst, truffel en room dat die dichter bij een ‘prakkie’ in de buurt komt, zoals ook de linguine die aan een aanpalend tafeltje wordt opgelepeld in de room verzuipt.

Het gevogelte is prima, al hadden we graag wat brood en poederfrites ingeruild voor wat meer ‘vergeten groenten’. Met een mespuntje pastinaak is het in Blij wel gedaan met het eerbetoon dat de kok eraan wenst te brengen. Hoe aardig verder ook, zo’n op traditionele leest geschoeid eetcafé: een tikje meer culinaire horizon zou hier en daar niet misstaan.