Recensie

Zeldzame versie van de ‘Psalmensymfonie’ in boeiende uitvoering

Het Nederlands Kamerkoor zingt een zeldzame versie van de Psalmensymfonie van Stravinsky. Niemand minder dan Sjostakovitsj arrangeerde het meesterwerk voor piano vierhandig.

Dirigent Peter Dijkstra bij een eerder optreden.

Dat de Psalmensymfonie voor koor en orkest van Stravinsky een meesterwerk is, vond ook diens jongere collega Sjostakovitsj. Die bewerkte de orkestbegeleiding voor piano vierhandig en speelde dat uittreksel naar verluidt graag met zijn leerlingen. Sjostakovitsj’ bewerking was nooit bedoeld voor het concertpodium en is pas onlangs in druk verschenen. Het Nederlands Kamerkoor gaat als een van de eerste uitvoerders op tournee met deze uitgeklede Psalmensymfonie, verrassend gecombineerd met werk van Rudolph Escher, Lili Boulanger, Francis Poulenc en Ton de Leeuw.

De Psalmensymfonie ligt in het verlengde van het succesvolle project 150 Psalms, waarin het NKK vorig jaar álle psalmen zong, in zeer uiteenlopende versies (in maart nog te horen in Brussel). Stravinsky concipieerde zijn toonzetting van psalmen 39, 40 en 150 als koorstuk met symfonische begeleiding.

De reductie van de fors en onconventioneel bezette orkestbegeleiding (veel blazers, maar geen klarinetten en hoge strijkers) tot één piano betekende een aanzienlijk volumeverlies. Voordeel: het koor klonk haast overdonderend prominent. Bepaald geen straf, want chef-dirigent Peter Dijkstra en zijn zangers tekenden voor een gedetailleerde, opsmukloze uitvoering.

Dat de propvolle pianopartij soms overstemd werd en soms rommelig aandeed kon je de uitstekende pianisten Ralph van Raat en Bobby Mitchell moeilijk aanrekenen. Maar een flink deel van Stravinsky’s kleurenpalet ontbrak in deze versie, zoals de typische pruttelfagotten en de dreigende lage strijkers. Ook miste je de stuwende bas die Stravinsky’s climaxen op de rails hield.

Toch was de uitvoering zeer de moeite waard. Het NKK leek te erkennen dat de Psalmensymfonie in deze versie in feite een compleet ander werk is en wisselde de drie delen af met smaakvol gekozen a-capella-stukken van Ton de Leeuw (uit Cinq hymnes). De openingsfuga van het tweede deel bleek vrijwel onherkenbaar getransformeerd tot vintage Sjostakovitsj. En de kale dissonante pianobasnoot in de eerste maten van het Laudate zorgde voor een kippenvelmoment.

    • Joep Stapel