Toegang lobbyisten tot het parlement wordt beperkt

Lobbyisten met een speciale pas kunnen nu ongevraagd bij politici binnenlopen in de Tweede Kamer. Die toegang wordt vanaf maart beperkt.

CDA voorman Sybrand van Haersma Buma loopt in de gang van zijn fractie in de Tweede Kamer

Lobbyisten mogen binnenkort niet meer onbeperkt in de wandelgangen van de Tweede Kamer rondlopen. Vanaf begin maart kunnen ze met hun lobbypas alleen nog in de semipublieke ruimtes van het Tweede Kamergebouw komen.

Daarmee geeft het presidium gehoor aan een verzoek van de Kamer het beleid rond lobbypassen te evalueren. Lobbyisten kunnen zo’n pas, waarmee ze ook de gangen van fracties in kunnen, krijgen als drie Kamerleden daarvoor tekenen. Hun naam wordt dan geregistreerd in een openbaar lobbyregister.

Aanvankelijk wilde het presidium de lobbypas helemaal afschaffen. „Zodat wij als we het Kamergebouw in willen steeds met de schoenen uit achter in de rij met alle schoolklassen zouden moeten aansluiten,” vertelt Jaap Jelle Feenstra, lobbyist voor de Rotterdamse haven en voorzitter van de beroepsvereniging voor lobbyisten BVPA. Na overleg werd de voorgenomen maatregel aangepast. Lobbyisten mogen hun pas houden en hoeven niet door de beveiligingsscan, maar mogen niet meer verder dan de ruimtes waar normale bezoekers van de Tweede Kamer ook kunnen komen. Een „klantvriendelijke toegang”, aldus het bericht dat de lobbyisten dinsdag ontvingen. Aan de toekenning van de passen verandert niets.

Lees ook: De keiharde lobby voor een extreem duur medicijn

Rondbanjeren

Een vreemde actie, vindt lobbyist Rob Meines. Het feit dat hij erover werd ingelicht via een mailtje door de managementassistent van de beveiligingsdienst van de Tweede Kamer, mét tientallen emailadressen in de CC, noemt hij „tekenend voor het dedain van de politiek voor het bedrijfsleven”. Wakker ligt Meines er niet van. „Ik heb die kaart echt niet nodig om mijn werk te doen.” Ook Feenstra benadrukt dat toegang tot de gangen van de Tweede Kamer voor een „serieuze lobbyist” geen halszaak is. „Die maakt sowieso afspraken en gaat niet zomaar een beetje rondbanjeren.”

Onderdeel van de kritiek van de Kamer op de lobbypas was dat deze slechts voor een beperkt aantal „geprivilegieerde” lobbyisten beschikbaar was. Volgens Feenstra zou het daarom logisch zijn als méér lobbyisten de nieuwe lobbypas zouden kunnen aanvragen. Het presidium laat via een woordvoerder juist weten dat een toename van het aantal lobbypassen reden is de toegangsregels nu aan te passen. „Eigenlijk zijn er in Nederland natuurlijk zeventien miljoen lobbyisten”, erkent de woordvoerder. „Maar om veiligheidsredenen kunnen we niet iedereen binnenlaten.” De nieuwe regels zouden voor een gelijker speelveld moeten zorgen voor „grote en kleinere belangenorganisaties”.

Hapje eten

Pikant is dat Feenstra als oud-Kamerlid voor de PvdA zelf wél volledige toegang tot de Tweede Kamer houdt: voormalige leden van de Kamer mogen tot hun dood gebruik blijven maken van hun Kamerpas. Een hoffelijke regeling voor oud-medewerkers, vindt Feenstra, die geen lobbypas heeft, maar zegt zijn oud-Kamerledenpas nooit te gebruiken voor zijn werk als lobbyist. „Ik kom wel eens in het Kamerrestaurant om een hapje te eten en over politiek te praten, maar dat is iets heel anders dan mijn werk als lobbyist.” Ook het presidium van de Kamer benadrukt dat de Kamerpas voor oud-Kamerleden niet ter discussie staat, vanwege hun „blijvende betrokkenheid bij het parlement”.

Lobbyist Hein Greven, die zelf nooit een lobbypas aanvroeg, is blij met het nieuwe beleid. Wel stoort hij zich al jaren aan het feit dat lobbyende oud-Kamerleden hun Kamerpas behouden. „Je hebt als oud-Kamerlid al een voordeel: dan moet je de schijn van de draaideur al helemaal voorkomen.” Het argument dat Kamerleden hun oude werkplek moeten kunnen blijven bezoeken, vindt hij onzin. „Ik heb zelf jaren bij Eneco gewerkt. Het zou toch raar zijn als ik verwacht dat ik daar nu nog altijd zomaar naar binnen mag?”

    • Clara van de Wiel