Samen met de PVV? Nee, dank je

Gemeenteraadsverkiezingen Van hun partijen mogen ze: samenwerken met de PVV. Maar lokaal hebben veel CDA’ers er geen zin in. VVD’ers zijn pragmatischer.

Henk Bres, lijstduwer voor de PVV in Den Haag. Foto Bart Maat/ANP

In Utrecht weten de VVD’ers het sinds een dag: met de PVV gaan ze na de gemeenteraadsverkiezingen níet in een college zitten. Er is over vergaderd, er waren twijfels. De kiezers van de PVV moet je natuurlijk serieus nemen, zegt VVD-lijsttrekker Dimitri Gilissen. „Maar je ziet dat de PVV radicaliseert en wij gaan gewoon niet samenwerken met een partij die mensen uitsluit op basis van geloof en geboorteplaats.”

De Utrechtse VVD’ers kregen volgens Gilissen op straat vaak te horen: ‘Wat doen jullie met de PVV?’ „Daarom hebben we het nu besloten. Wij vinden dat de kiezers er recht op hebben om het te weten.”

Lees ook: Een keuze voor de PVV verandert je leven. Voorgoed

De PVV zit nu alleen nog maar in Den Haag en Almere in de gemeenteraad. Op 21 maart wil de partij meedoen in dertig gemeenten – ook in Utrecht. Van de landelijke partijen worden CDA en VVD gezien als de meest logische coalitiepartners. In de afgelopen kabinetsformatie wezen die partijen samenwerking met Wilders nog fel af. Maar deze verkiezingen zijn lokaal en CDA-leider Sybrand Buma en VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff hebben aan de afdelingen laten weten: beslis er zelf maar over.

Slecht voor de stad

Uit een rondgang langs zeven gemeenten waar de PVV meedoet, drie grote en vier kleinere, blijkt: bij de CDA-lijsttrekkers is de afkeer van samenwerking met de partij van Geert Wilders het grootst. Maar die zie je dus ook bij de VVD in Utrecht. En in Den Haag. VVD’er Boudewijn Revis uit die stad zegt: „Wij hebben na bijna acht jaar ervaring in de raad geleerd dat samenwerking met de PVV nagenoeg niet te doen is. Het is onverantwoord om met de PVV in een bestuur te gaan zitten. Ze nemen afstand van de democratische rechtsstaat, hun manier van optreden is erg slecht voor de stad.”

Maar vraag je het aan de VVD-lijsttrekkers in Rotterdam, Almelo, Almere, Maastricht of Sittard-Geleen, dan hoor je: „De VVD sluit nooit partijen uit.” En vaak ook: misschien kúnnen we niet anders, als de uitslag ingewikkeld is.

De Rotterdamse VVD-lijsttrekker Vincent Karremans zegt dat hij „heel erg moe” wordt van politici die vooral praten over wie met wie wil samenwerken of juist niet. „Ik ben kakelvers in de politiek en ik ben ook zeker principieel.” Maar híj wordt op straat nooit aangesproken door kiezers die willen weten of de VVD met de PVV wil gaan besturen. „Ik hoor wel: het is hier een teringbende op straat. Of: we voelen ons onveilig.”

In gemeenten waar de PVV voor het eerst meedoet, kennen de lijsttrekkers van CDA en VVD hun aankomende PVV-collega’s meestal nog niet. En het verkiezingsprogramma? Ze hebben geen idee. „De PVV is ook nog niet actief in de verkiezingsdebatten die hier al volop aan de gang zijn”, zegt VVD-lijsttrekker Jemy Pauwels uit Almelo. „Dat vind ik jammer.”

Lees ook: Lokaal PVV- kandidaten zoeken mag niet

In Almere heeft de VVD, net als in Den Haag, al ervaring met de PVV. VVD-lijsttrekker Hilde van Garderen begint over de uitbreiding van het asielzoekerscentrum in de stad: „Daar zag je hoe haaks de PVV staat op alle andere partijen in de raad.” Wilders kwam een keer flyeren tegen de uitbreiding – die er wel gewoon kwam. Maar van Van Garderen zul je niet horen: de PVV sluiten we uit als coalitiepartner. „Het is een democratisch gekozen partij. Wij gaan in principe het gesprek aan.”

En wie weet. Van Garderen: „Wij zijn voorstander van de komst van de Floriade naar Almere, de PVV niet. Maar die partij heeft al laten weten dat het geen breekpunt hoeft te zijn bij collegeonderhandelingen. Dus wij zijn benieuwd welke punten uit het programma de PVV nog meer gaat inleveren.”

#datwetenjullietochwel

In Maastricht moet de CDA-afdeling er nog over vergaderen. Lijsttrekker Vivianne Heijnen vindt zelf: „Het is niet erg democratisch om partijen vooraf uit te sluiten.” Waarmee ze weer niet wil zeggen dat het zal lukken om samen te werken met de PVV. „In onze provincie is het ons in elk geval niet goed bevallen.” In 2012 viel het college van Gedeputeerde Staten – van CDA, VVD en PVV – binnen een jaar na de verkiezingen. „In Maastricht willen we een stabiel stadsbestuur.”

Een dag nadat Buma had gezegd dat de afdelingen zelf mochten weten of ze in een collega stapten met de PVV, twitterde CDA-lijsttrekker Froukje de Jonge uit Almere: ‘CDA staat pal voor een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt en erbij hoort. Met een partij die groepen mensen uitsluit zullen wij niet samenwerken #datwetenjullietochwel’.

Ze schrok van de reacties. „Ik kreeg steunbetuigingen, maar ook berichten van het andere kamp. Niet fris. Mensen die mij een onnozele gristen noemen en zeiden dat een moslimbroeder mij als eerste zou pakken.”

Waar ze nu vooral mee zit: „Het is zo gepolariseerd. Dat beneemt het uitzicht op de zorgen van mensen die op de PVV stemmen en die heel terecht kunnen zijn. Bij de PVV-stemmers zitten ook lieve mensen, maar de PVV heeft een aantal ideeën, mensen uitsluiten en diskwalificeren, die niet sporen met waar wij voor staan.”

In Rotterdam kennen ze de PVV lokaal alleen nog maar van de mislukte presentatie van de lijsttrekker – Géza Hegedüs, die een dag later door de PVV aan de kant werd gezet toen er racistische uitspraken van hem bekend raakten.

Voor CDA-lijsttrekker Sven de Langen maakte dat niet meer uit. Hij had met zijn afdeling allang bedacht: „Wij willen de PVV geen podium geven om de stad te verzieken en te verpesten. Wij hebben in onze stad al genoeg spanningen.”

    • Petra de Koning
    • Pim van den Dool