Rekenkamer en hoger onderwijs kibbelen over investeringen

De hogescholen en universiteiten zegden toe 600 miljoen te besteden, maar haalden dat volgens de Rekenkamer niet.

De Senaatszaal in het Academiegebouw, Rijks Universiteit Groningen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Hogescholen en universiteiten hebben minder extra geïnvesteerd in het onderwijs dan ze hadden toegezegd. Dat stelt de Algemene Rekenkamer in een donderdag verschenen rapport. Het gaat om geld dat is beloofd toen de basisbeurs plaatsmaakte voor een lening.

De onderwijsinstellingen zegden in 2014 toe dat, al voordat er geld van het Rijk kwam, 600 miljoen euro uit eigen zak te investeren in kwaliteitsverbetering. Anders dan de Rekenkamer vinden de hogescholen en universiteiten dat ze dat ook hebben gedaan. De ‘voorinvesteringen’ zouden ten goede komen aan studenten die door de afschaffing van de basisbeurs wel moesten inleveren, maar afstudeerden voordat dat geld weer door het Rijk werd geïnvesteerd in het onderwijs.

Aan de voorinvesteringen is de afgelopen drie jaar 860 miljoen euro besteed, blijkt nu uit de cijfers die de hogescholen en universiteiten de Rekenkamer toestuurden. Welke investeringen kunnen worden meegeteld als extra investeringen was vooraf echter niet vastgelegd. De onderwijsinstellingen en de Algemene Rekenkamer verschillen daarover van mening.

Een deel van de extra investeringen was voor de studenten niet direct merkbaar, maar pas na 2017. Ook is geld uit andere potjes gehaald. Verder was een deel van de plannen al eerder aangemerkt. Deze investeringen kunnen volgens de Rekenkamer niet aangemerkt worden als extra investeringen die de studenten die tussen 2015 en 2017 studeerden ten goede kwamen. Volgens de onderwijsinstellingen is de Algemene Rekenkamer pas na de toezegging uit 2014 met deze definitie gekomen, en kan daarom niet verwacht worden dat zij zich hier in de afgelopen jaren aan zouden houden.

De minister nam de cijfers van de universiteitenvereniging VSNU en de Vereniging Hogescholen “ongeclausuleerd” over, schrijft de Algemene Rekenkamer verder. Daarmee zou zij de Kamer een “te stellig en rooskleurig beeld” hebben voorgeschilderd. De minister, de universiteiten en de hogescholen zijn het erover eens dat bij de volgende ronde investeringen dit soort toezeggingen duidelijker gedefinieerd moet worden.

    • Bastiaan Nagtegaal