‘Ik ben niet gek, hij leest dit niet meer’

Nabestaanden Sommige mensen praten via Facebook nog jaren met een overleden dierbare. „Ik app mijn andere kinderen toch ook?”

Illustratie Istock, Montage NRC

Lieve Rhandy. Maandag hebben we een gesprek met die man die jij als laatste hebt gesproken van de ambulance. Wat is er toch gebeurd Rhan? Waardoor ben je de macht over je motor kwijt geraakt?

Carla van der Linden (53) praat graag over Rhandy. En net zo graag praat ze tegen hem. Meestal via Facebook. En toen de berichtjes nog aankwamen, appte ze hem dagelijks. Ze vertelt hem dat ze hem mist. Dat het alweer herfst is. Dat ze vanavond stamppot andijvie eten.

Meestal doet ze dat ’s ochtends. Het huis is leeg, iedereen is naar zijn werk vertrokken. „Ik heb er net een hele nacht opzitten. Dan ben ik volgelopen.” Van zich afschrijven zou ze het niet noemen. Dat kan niet. Toch helpt het ergens wel. „Als ik het niet doe, krijg ik allemaal andere klachten. Last van mijn gezicht. Eczeem. Ik word er kort en knorrig van.” Het verdriet gaat niet weg. Ze aarzelt. „Je hebt even wat lucht.”

Berichtjes sturen doet Carla van der Linden niet om haar zoon in leven te houden. „Ik ben niet gek. Hij leest het niet.” Ze doet het omdat ze dat altijd al deed. „Ik stuurde hem dertig à veertig appjes op een dag. Toen je alleen nog sms had, was hij het die altijd een problematische telefoonrekening had”, vertelt ze. Ze houdt de gewoonte in stand om tegen hem te praten. Als ze wacht bij de pont, bijvoorbeeld. De teksten lopen in een keer naar buiten. Zonder nalezen drukt ze dan op verzenden.

Carla van der Linden verloor haar zoon Rhandy in september 2012 aan een eenzijdig motorongeluk. Rhandy was 23 jaar, schilder, en gek op motoren. Zijn moeder richtte een herdenkingspagina in op Facebook, waar niet alleen zij, maar ook andere nabestaanden zich nog vrijwel wekelijks tot Rhandy richten. Lang niet iedereen vindt het trouwens een goed idee, die berichten, vertelt Carla. „De één denkt dat je erin blijft hangen, of dat je gewoon niet spoort. Er zijn mensen, die kunnen daar niet tegen. Die kunnen mij dan gewoon blokkeren, toch?”

Facebook: de bidprentjes van nu

Pedagoog en rouwdeskundige Daan Westerink heeft, beroepsmatig, behoorlijk wat nabestaanden in haar netwerk. Ook op Facebook. Van de berichten die Carla van der Linden aan haar zoon schrijft, kijkt zij niet op. Dat is niet ongebruikelijk, zegt ze, en ook zeker niet vreemd. Juist deze mensen zien onder ogen dat de ander niet meer terugkeert. Westerink: „Ik ken een vrouw die tien jaar geleden haar man verloor. Zij is nuchter hoor – haar man, zegt zij, is ‘hartstikke dood’. Maar laatst was ze verdwaald. De tomtom gaf geen sjoege, toen zei ze: Jan, je moet me effe helpen. Toen zat hij even naast haar.”

Westerink noemt Facebook een modern middel voor een eeuwenoud gebruik. „Het zijn de bidprentjes van nu. Je laat er de buitenwereld mee zien: ik mis hem of haar nog steeds.”

Westerink legt uit dat onze rouwtraditie lange tijd een calvinistische was. „Het idee was: zand erover, loslaten. De ziel moest zo snel mogelijk naar god, die moet je niet blijven lastigvallen.” Na de secularisatie werden gemeenschappen minder hecht, rituelen verdwenen. Doodgaan, zegt Westerink, was begin jaren negentig een kale bedoening: „Een crematorium en een kist, dat was het.” In navolging van bijvoorbeeld de tradities in Latijns-Amerikaanse landen, nemen in Nederland inmiddels de rituelen toe. En ook de openlijke rouw, zoals op Facebook. Al wordt er net zo goed getwitterd en geblogd naar overledenen. Sinds 2007 heeft Facebook de optie voor een herdenkingspagina – behalve voor mensen ook voor dieren. Facebook zegt daarover geen cijfers te hebben.

Lieve Ronald, op jouw verjaardag heb ik onze kindjes een huis cadeau gedaan. In Limburg, waar jij wilde dat ze zouden opgroeien. Hoop dat je er blij mee bent.

Danielle Herregraven heeft overwogen de telefoon van haar man Ronald in de kist te leggen. Ronald overleed in 2013 aan de gevolgen van darmkanker en lag thuis opgebaard. Dochter Evi, toen twee, kwam met zijn smartphone aanzetten. Danielle kan er nu hard om lachen. „Had ik het maar gedaan, dacht ik in het begin. Dan kon ik hem berichtjes sturen.” Ook zij schrijft Ronald al ruim vier jaar berichten op Facebook.

In stand houden

Ronald was iemand die zelf online veel over zijn ziekte schreef. Hij heeft haar nooit iets opgedragen, zegt Danielle, toch heeft zij „het stokje van hem overgenomen”. Ronald was een van de mensen die gevolgd werd door BNN-programma Over mijn lijk. Toen hij overleed deed zij ineens de interviews, postte zij de bedankjes aan zijn enorme fanschare, en werd ze automatisch actiever op Facebook. Daar kwamen de berichten aan Ronald als vanzelf bij. „Ik herken het gevoel dat je je geliefde zó graag wilt bereiken, dat je het zwart op wit wilt zien.” Ze beheert de inlogcode van zijn persoonlijke pagina, en houdt die gewoon in stand. Danielle gelooft niet in god, zegt ze. „Ik hoop wel dat zijn ziel nog ergens is. Dat is een comfortabele hoop. En in dat geval, zo moet je het zien, kan hij misschien meelezen.”

Als ze schrijft, denkt ze alléén aan Ronald, en – net als Carla van der Linden – niet aan al die andere Facebook-passanten. „Er is geen filter. Wat je leest komt als een storm uit mij.” Ze zou dat in een schriftje kunnen doen, maar via Facebook bouw je een document op, voor het hele gezin. Natuurlijk helpt het als meelezers begripvol reageren, maar beide vrouwen zeggen: aan medelijden heb je niks.

Lees ook: Het hiernamaals van Facebook

Wie denkt dat deze vorm van praten alleen maar lucht geeft, heeft het overigens ook mis. Danielle Herregraven heeft er voor dit gesprek nog eens goed over nagedacht. Ze onderscheidt, zegt ze, twee fases. Een vlak na Ronalds dood, toen ze „heel puur” vanuit zichzelf en haar verdriet schreef. En die daarna, waarin ze sociale druk voelde om maar voortdurend te benadrukken hoezeer ze Ronald miste. „Dan was het ijshockeyseizoen weer begonnen [Ronald was fervent speler] en stroomde zijn tijdlijn vol met gemis. Dan dacht ik: oh ik heb deze week nog helemaal niets geschreven. Straks denken mensen dat ik hem vergeten ben.”

Inmiddels heeft ze dat losgelaten. Ook zij schrijft nu omdat Ronald er gewoon bij hoort, omdat hij – en niemand anders – nu eenmaal de aangewezen persoon is, om bepaalde berichten aan te schrijven. „Jij vertelt ’s avonds op de bank dingen aan je partner. Ik doe dat hier”, zegt ze. „Dan is het uit mijn hoofd. Dan bestaat het naast me.”

Lees ook: Wees eerlijk tegen kinderen over de dood

Het leven zelf botste wel eens tegen die gewoonte op. Een nieuwe liefde van Danielle Herregraven vond de berichten lastig. „Voor zijn gevoel moest hij opboksen tegen een ideaalbeeld, iemand die op een voetstuk stond. Niet zozeer vanuit mij, maar wel door alles wat hij op social media van anderen voorbij zag komen”, vertelt Danielle Herregraven. Ze begrijpt dat wel – „Ronald is een onvoorstelbaar zware periode doorgegaan, waar veel mensen respect voor hebben” – al zal ze er niet minder om schrijven. „Het is aan mij om duidelijk te maken dat mijn liefde voor Ronald en een nieuwe liefde elkaar niet in de weg zitten. In mijn hart is ruimte genoeg.”

Carla van der Linden vertelt dat zij op heel jonge leeftijd een van haar broers heeft verloren – ze waren ooit met vier thuis. Vroeger was je daar na een jaar of twee wel overheen, zegt ze. „Mijn moeder zei gewoon: ik heb drie kinderen.” Voor Carla zelf zullen het er altijd drie blijven. „Ik zou het verraad vinden. Dan doe je alsof Rhandy nooit heeft bestaan. Daarom app ik hem. Daarom schrijf ik hem op Facebook. Dat doe ik bij mijn twee andere kinderen toch ook?”

Lieve Rhan. We gaan zuurkool eten. Lekker he ! Ik mis je kereltje . Xxx mam.

    • Lineke Nieber