Eindelijk verandert de gaswet

Gasvrij

De Tweede Kamer debatteert over het wijzigen van de stroom- en gaswetten. De aansluitplicht is er een onderdeel van.

Nu bepaalt de wet nog altijd dat een eigenaar van een nieuwbouwhuis recht heeft op een gasaansluiting. Foto Laurens van Putten/Novum

Nederlandse huizen moeten gasvrij gemaakt worden. Niet alleen om de druk op de Groningse winning te verlagen, maar ook om een begin te maken met het uitbannen van fossiele energie. In 2050 wil Nederland immers CO2-neutraal zijn.

En wat is er dan logischer om nieuwbouwhuizen – jaarlijks zo’n 60.000 – zonder gasaansluiting op te leveren? Toch bepaalt de wet nog altijd dat een eigenaar van een nieuwbouwhuis recht heeft op zo’n aansluiting.

Dat kan snel veranderen nu deze donderdag de Tweede Kamer over een gewijzigde Gaswet en Elektriciteitswet praat. De Kamer is het eens: die aansluitplicht moet snel weg. Alleen over de precieze invulling verschillen de meningen.

Over twintig jaar moeten de meeste woningen en gebouwen van het gas af zijn, schreef Geertje van Hooijdonk van Natuur & Milieu een jaar geleden. „Het streefjaartal 2050 is te ver weg.”

Oude regels

Als de verplichte gasaansluiting voor nieuwbouwhuizen wordt geschrapt, merken burgers dat meteen. Maar de wetswijzigingen die donderdag worden behandeld, gaan ook over een lijst regels voor gas- en elektriciteitsnetten die in het dagelijks leven minder merkbaar zijn.

Het zijn regels die stammen uit de tijd dat netten simpel waren. Ze waren voor gas en stroom; en het transport daarvan ging van de producent naar de voordeur, niet andersom. Intussen is de wereld veranderd, maar de regels liepen achter. Jaren achter inmiddels: een eerder voorstel voor een wetswijziging werd in december 2015 nipt verworpen door de Eerste Kamer.

Zo was voor de negen netwerkbedrijven van Nederland, die allemaal in overheidshanden zijn, niet duidelijk wat zíj mogen doen, en wat aan de markt overgelaten moest worden. Laadpalen aanbieden? Energieadvies geven? Het stond alleen summier in de wet. Dat veroorzaakte conflicten met commerciële energiebedrijven. Dit leidde vorig jaar zelfs tot rechtszaken.

In de nieuwe wet zijn de taken beter afgebakend. „We vinden dit een grote verbetering”, zegt woordvoerder Erik Terheggen van de branchevereniging van energiebedrijven Energie-Nederland. „De nieuwe wet biedt die afbakening grotendeels.”

Regels voor experimenten verruimd

De netwerkbedrijven klinken een beetje tevreden. „De regels in de nieuwe wet zijn streng”, zegt directeur André Jurjus van koepelorganisatie Netbeheer Nederland. „Maar de toelichting die minister Eric Wiebes woensdag in een brief gaf, is ruimhartig. Er is ruimte voor flexibiliteit. En dat is nodig, want niemand weet nog hoe de energietransitie gaat verlopen.”

Woordvoerder Cor Brockhoven van netwerkbedrijf Enexis Groep is „voorzichtig blij” met de wetswijziging. Allerlei gangbare activiteiten van netbeheerders die voorheen niet in de wet genoemd werden, staan nu wel op papier. „Zoals transport van CO2 en waterstof. En ook onze rol bij aanleg en beheer van warmtenetten is duidelijk.”

Door de wetswijziging mag er ook meer geëxperimenteerd worden op het net. Om maar wat te noemen: als wijkbewoners hun elektrische auto’s als stroomopslag willen gebruiken. Of als een netbeheerder hogere tarieven aan burgers zou willen rekenen als de zon schijnt. Zij kunnen dan een ontheffing aanvragen, voor bijvoorbeeld vijf of tien jaar. De regels voor zulke experimenten worden verruimd.

„Ik vind dat die wetswijziging niet ver genoeg gaat”, zegt hoogleraar Annelies Huygen echter. Ze is bij de Universiteit van Amsterdam en TNO gespecialiseerd in de ordening van energiemarkten. „In Nederland gaat de energietransitie langzaam, terwijl er technisch al heel veel kan. Het blijft veel gedoe om een experiment aan te vragen, en zo’n experiment is eindig.” Welke voorwaarden aan experimenten gesteld worden, moet bovendien nog worden uitgewerkt via een algemene maatregel van bestuur. „Daar moeten we ook nog op wachten.”

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) benadrukte eerder dat in de energietransitie de markt zoveel mogelijk zijn werk moet kunnen doen. Dat geldt ook voor experimenten, zegt woordvoerder Jeroen Nugteren: „De vrije markt moet door experimenten van netbeheerders niet op achterstand raken.” Daarnaast waarschuwde de ACM: consumenten moeten ook bij experimenten even goed beschermd blijven als nu.

Annelies Huygen had graag gezien dat ook buiten experimenten ruimere regels zouden gaan gelden juist om duurzame energie in dorpen en steden te bevorderen. „De regering moet nu al gaan nadenken over een opvolger van deze wet, die lokale netten echt goed gaat regelen.”

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle