Duizend dingen meer dan een memoire

Het fijne aan poëzie is dat ze duizend dingen in één kan zijn: verhaal, tegenstem, stortvloed van beelden, vuurwerk aan klankkleuren. In dit gedicht van de Rotterdamse dichter Dean Bowen komt dit allemaal samen: we horen de getuigenis van een van de slaven die aanwezig was bij de opstand op de Vigilante in 1780. De wreedheid wordt bezongen (‘tot de botten ontbloot’) maar ook de overwinning: de slaven konden hun eigen namen kiezen, doopten zichzelf om tot Marron. Niet voor niets wordt er in dit gedicht tot tweemaal toe vermeld dat de ik wordt herboren. Bowen weet een eeuwenoude gebeurtenis zo te hertellen dat het meer dan een memoire wordt: door de beelden en vertelstem is het elegie en triomfzang in één, en dat is een applaus waard.

Zonder titel

ik ben herboren tussen zwarte lichamen,
onder een dek, herboren, zag niet de oceaan die me bracht naar waar je
dit lijf wilde werken
tot de botten ontbloot
het schip uit zeeland was vigilante gedoopt
en wij zouden onszelf breken voor jou
we kaapten het schip,
maakten van onszelf een vrijheid in het jaar van jullie vader 1780

volgde het water voorbij de plantage en de zes namen die wij onszelf
gaven

Marrons

wij zwerflandbouwden een leven op
en zie nog altijd mijn nazaten in de binnenlanden van Mama Sranan

    • Ellen Deckwitz