Draghi geeft regering-Trump veeg uit de pan over dollar

ECB-vergadering Volgens de president van de Europese Centrale Bank schendt de Amerikaanse minister van Financiën afspraken tegen valutaoorlogen.

In zijn persconferentie donderdagmiddag sloeg ECB-president Mario Draghi, een opvallend venijnige toon aan over het lage-dollarbeleid van de Amerikaanse regering. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

Wat beloofde een vrij onbetekenende vergadering te worden in Frankfurt, leverde toch het nodige vuurwerk op. In zijn persconferentie donderdagmiddag sloeg Mario Draghi, de baas van de Europese Centrale Bank (ECB), een opvallend venijnige toon aan over het lage-dollarbeleid van de regering van Donald Trump in de Verenigde Staten.

Steven Mnuchin, de Amerikaanse minister van Financiën, had woensdag gezegd dat de huidige, lage koers van de dollar „goed voor ons is, omdat die samenhangt met handel en kansen”. Hoe goedkoper de dollar, hoe goedkoper Amerikaanse producten worden over de grens. Dat is in lijn met de doelstelling van Trump om de export te bevorderen – maar staat op gespannen voet met afspraken binnen het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om valutaoorlogen te voorkomen. Landen mogen niet actief hun munten goedkoper maken. Na Mnuchins uitspraken werd de euro woensdag een volle cent duurder ten opzichte van de dollar en kwam op 1,24 dollar, het hoogste niveau sinds begin 2015. Donderdag, tijdens Draghi’s persconferentie, kwam daar nog een cent bovenop.

America First

„Meerdere leden” van het ECB-bestuur „hebben hun zorgen geuit”, zei Draghi over Mnuchins uitspraken, zonder diens naam overigens te noemen. Om het nog wat politieker te maken voegde hij daaraan toe: „De zorg is breder en gaat ook over de staat van de internationale betrekkingen in het algemeen.” Hij verwees naar een IMF-verklaring (ook door de VS ondertekend) waarin „competitieve devaluatie” wordt afgezworen.

Draghi’s kritiek is begrijpelijk gezien de Amerikaanse toon van de laatste dagen, waarin America First centraal staat. Maandag kondigde Trump importheffingen aan op wasmachines en zonnepanelen.

Toch raakte de ECB-president tegelijkertijd aan een gevoelig punt over zijn eigen beleid. Want is niet ook de ECB erop gericht om de eigen munt, de euro, zwakker te maken, vroegen journalisten. Officieel heeft de ECB maar één doel – inflatie van vlak onder de 2 procent – maar informeel geldt dat de eurokoers bepalend is voor veel beslissingen in de ECB-toren in Frankfurt. Sinds de ECB in de zomer van 2014 begon te zinspelen op de opkoop van staatsleningen – waarmee ze in maart 2015 begon – kelderde de euro van 1,40 dollar naar een dal van 1,05 dollar in december 2016. Alle euro’s die de ECB via de opkopen in de markten pompt, maken de Europese munt minder waard. En dat stimuleert de Europese export. Maar Draghi onderstreepte meermaals dat een lagere eurokoers „geen doelstelling” van de ECB is, hooguit een „indirecte consequentie”.

Sinds vorig jaar zit de euro weer flink in de lift. Dat komt met name door het groeiende vertrouwen in de economie van de eurozone, zei Draghi. Die doet het boven verwachting goed. Daaruit concluderen beleggers weer dat de ECB na september dit jaar kan gaan stoppen met het opkoopprogramma (nu nog koopt de bank elke maand 30 miljard euro aan leningen op).

Duurdere euro als kopzorg

Maar door al het goede economische nieuws komt Draghi tegelijk in een lastig parket. Want hoe duurder de euro, hoe lager de kans dat de ECB zijn inflatiedoel haalt. Een duurdere euro betekent goedkopere import, wat het prijspeil verder drukt. De inflatie blijft hardnekkig laag: 1,4 procent in december.

En als dan óók nog de Amerikanen hun dollar omlaag praten (en daarmee de euro omhoog), wordt het helemaal moeilijk voor Draghi om de inflatie nog vóór het einde van zijn termijn (november 2019) op vlak onder de 2 procent te krijgen. Vandaar waarschijnlijk de grote irritatie van Draghi over Mnuchin.

De Italiaan gaf weinig duidelijkheid over het lot van het opkoopprogramma na september, de voorlopige einddatum. Het Nederlandse ECB-bestuurslid, Klaas Knot, wil evenals zijn twee Duitse collega’s in het bestuur en enkele anderen zo snel mogelijk stoppen met opkopen. De ECB heeft nu 1.900 miljard euro aan staatsleningen op de balans staan en 132 miljard euro aan bedrijfsleningen. Samen is dat bijna evenveel als het bruto binnenlands product (bbp) van Frankrijk, of ongeveer driemaal het bbp van Nederland. Ondertussen blijven de ECB-rentetarieven historisch laag, op 0 procent voor banken die lenen van de ECB en op -0,4 procent voor banken die geld stallen in Frankfurt.