Champagnejaren op het wad

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken.

In de nieuwe dichtbundel Open ogen van Remco Campert worden alle lagen van terroristisch geweld tot op het bot afgepeld. Meteen in het eerste gedicht over Zaventem is het raak en eindigt Campert na bloed en vuur: zullen wij ook zo paradijsgericht zijn?/ God ontferm u/ en schaf religie af. Of als de dichter slaapt en weet dat tegelijkertijd bootvluchtelingen verdrinken, dan is daar het besef dat hun de adem wordt benomen/ door wereldpolitiek/ alleen de poëzie leeft hen nog voort. Deze laatste zin, een aansporing, krijgt bijval in zijn gedicht ‘Notitie’ waarin Campert een jongetje zag zitten verwezen op een stoeltje/ bedekt met bloed (…) dit gedicht helpt hem niet/ maar het is genoteerd. Verder korte gedichten over de liefde, over het ouder worden en, opvallend, veelvuldig over de wind die ‘uit alle hoeken waait’: Ik ren achter mijn voeten aan/ raak achter haal in/ slechts één ding staat vast/ je lieve gezicht. Is er al wel eens een dichtbundel van Campert verfilmd?

Remco Campert: Open ogen. Bezige Bij, 48 blz. € 17,99

Dichter en performer Dean Bowen (1984) is op een andere manier geëngageerd; in zijn debuutbundel Bokman herschept hij zijn culturele achtergrond die zich op verschillende continenten afspeelt: ik ben van de gronden van Rotterdam en Paramaribo en Linden en Kaapstad/ elke thuis is een schoot die een nieuwe mij baart. Soms boos, dan weer schouderophalend maar steeds houdt hij ons met scherpe meertalige tong bij de les. In de cyclus ‘Allisons mindmap’ geeft hij nieuwsgierigen antwoord op wie deze ‘uit gelaagde opmaak’ geboren dichter is: en ze vragen me wie, ze vragen mij wat, ze vragen mij waarom, en ze vragen mij waar, ze vragen mij wanneer, en ze vragen ons hoe… Ieder antwoord is een gedicht op zichzelf. Op 8 februari draagt Dean Bowen voor uit eigen werk bij Perdu in Amsterdam.

Dean Bowen: Bokman. Jurgen Maas, 75 blz. € 17,95

Lees ook Duizend dingen meer dan een memoire met het gedicht van Dean Bowen wat Ellen Deckwitz heeft uitgekozen en toegelicht ter gelegenheid van Poëzieweek 2018

Ook de dichtbundel De maagden moeten bloeden van Katelijne Brouwer is een debuut. De gedichten volgen haar eigen levenslijn; kindertijd en liefde voor dieren (Bij Artis ruikt het net als thuis), volwassen worden, zelf kinderen krijgen waarbij de stuwende borsten worden vergeleken met albasten bollen die voelen als witstenen pornoborsten, en de dood van dierbaren. Gedichten over haar oma die haar vingers tussen de snelle messen van de maaimachine kreeg (Hij kon haar hanenpoten niet lezen, dacht:/ De maagden moeten bloeden en maaide mij) en over haar grootmoeder met het karakter van een paasei, zijn vaak geestig en recht door zee. In het laatste deel, De sirenes jankten, staan de mooiste gedichten – over haar moeder.

Luchtbegrafenis

Hoe je danste voor de gier die zich verveelde,
net zolang je jas uitsloeg tot hij zijn vleugels,
jij je vingers spreidde, hij zijn pennen, jij de inkt
en samen dansten jullie, ieder aan zijn eigen kant
van het hek. Hoe jullie dansten. Hoe jij schetste.

Je bent nog steeds dichtbij als ik bij de vale gieren sta
en die grote vleugels zie, hun blote nekken met koppen
die verdwijnen in het vlees van een karkas.

Hoe je dan je jas opendoet, de sleetse beige Burberry
met de geruite binnenkant. Hoe je hurkt voor het gaas,
vale gier. Hoe je hurkt en hipt, de gier hipt
met je mee. Zo danst er niemand meer.

Katelijne Brouwer: De maagden moeten bloeden. Harmonie, 48 blz. € 15,90

Econoom, landschapsarchitect en journalist Ineke Noordhoff beschrijft in Schaduwkust hoe vier generaties Sijpkens als boeren leefden in het kustlandschap. De eerste generatie was eind negentiende eeuw gericht op het bedijken van het kwelderland en leefden in de ‘champagnejaren’ terwijl de generatie van nu bezig is met natuurbeheer en wandelpaden op de buitendijkse kwelder. In 1970 werden de koeien verkocht, de paarden waren niet meer nodig omdat machines het werk van hen overnamen. De Waddenzee mag niet meer ingepolderd worden en de dijken werden verhoogd om een watersnood als in 1953 in Zeeland te voorkomen. Noordhoff beschrijft met verve en met liefde de veranderingen van het kustlandschap en van de boeren; de constante blijkt de passie voor het wad.

Ineke Noordhoff: Schaduwkust. Atlas Contact, 239 blz. € 19,99

De watersnoodramp van 1953 in Zeeland inspireerde Teuntje de Haan daarentegen om Een muur van water te schrijven. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 wordt Nederland getroffen door een van de grootste natuurrampen die Europa in eeuwen heeft gekend. In enkele uren overspoelde de zee (‘metershoge steile hellingen’ raasden als ‘waterlawines’ over land) grote delen van het land en vonden meer dan 1800 mensen de dood. De vader van Teuntje de Haan was 33 jaar en ging naar buiten om andere mensen te helpen maar overleefde de ramp niet. Teuntje de Haan, toen drieënhalf jaar, reconstrueert 65 jaar later wat er die nacht met haar vader is gebeurd.

Teuntje de Haan: Een muur van water. Querido, 376 blz. € 21,99

Als ik naar jou kijk, zie ik mezelf is een bundeling van eerder gepubliceerde reportages, essays en vertellingen die schrijfster Christine Otten de afgelopen zestien jaar schreef over en vanuit ‘zwart’ Amerika. De titel van het boek is een uitspraak van een van de dichters van de blackpowergroep The Last Poets waarover Otten een boek schreef en slaat op het wederzijdse vertrouwen dat de Dutch White Girl opbouwde met alle mensen die zij ontmoet en beschrijft. Otten reisde naar Detroit waar zij leert hoe mensen de bereidheid en kracht hebben ‘om iets moois te maken van narigheid en tegenslag’, terug naar New Orleans om te zien hoe haar vrienden orkaan Katrina overleefden, en andere plaatsen waar zij zich verdiept in het leven van Afro-Amerikanen.

Christine Otten: Als ik naar jou kijk, zie ik mezelf. € 19,99