Blauw hoort bij jongens, roze bij meisjes, of niet?

Opvoeden Genderneutraal opvoeden maakt een hoop discussie los. Kunnen en moeten ouders de stereotypes van jongens en meisjes doorbreken?

Beelden uit Encyclopedie (m/v), het afstudeerproject van documentairefotograaf Joyce de Vries (29). Het boek, dat in 2016 verscheen, is het resultaat van haar „zoektocht naar de verschillen tussen mannen en vrouwen, in de Nederlandse maatschappij”, schrijft ze. Foto's Joyce de Vries

De Hema besloot een half jaar geleden om kinderkleding niet meer te labelen. Dus bij de roze rokjes staat geen bord meer met ‘meisjes’ en bij de donkerblauwe truien staat niet meer ‘jongens’. Er staat nu ‘kids’. Want: kleding is voor iedereen. En zo paste Bart Smit de speelgoedcatalogus aan; geen aparte meisjes- en jongenspagina’s.

Jongens hoeven geen jongens-jongens te zijn en meisjes geen meisjes-meisjes. Maar doen we in Nederland ook aan genderneutraal opvoeden? Wat vinden experts van het verdwijnen van dat onderscheid?

Volgens Lies Wesseling, hoogleraar genderstudies aan de Universiteit van Maastricht, is de term niet heel gelukkig gekozen. Veel mensen denken dat er bij ‘genderneutraal’ helemaal geen mannelijk- of vrouwelijkheid mag bestaan in de leefwereld van een kind, zegt ze. Maar volgens haar erkennen ouders die hun zoons en dochters niet volgens de geijkte jongens-meisjesmanieren opvoeden dat er allerlei gradaties en variaties tussen de stereotiepe beelden van mannen en vrouwen bestaan. En streven ze ernaar kinderen maximale keuzevrijheid te geven door een zo breed mogelijk scala aan speelgoed, kleding of hobby’s te bieden. Zo worden kinderen niet door hun geslacht beperkt in hun ontwikkeling, en groeien ze op met een idee van gelijkheid.

Helemaal nieuw is die gedachtegang niet. In de jaren zeventig klonk ook kritiek op traditionele rolpatronen in school- en kinderboeken. De huidige kritiek hangt volgens Wesseling samen met de belangstelling voor transgenders – mensen die zich niet identificeren met één van de twee traditionele genders, of het gevoel hebben met het verkeerde geslacht te zijn geboren. „Daardoor zien mensen dat er meer varianten bestaan dan alleen heel mannelijk of alleen heel vrouwelijk.”

Nederland is nog niet klaar voor genderneutraal opvoeden, concludeerde filmmaker Sterre de Jong in haar documentaire N for Neutral (vorig jaar uitgezonden en nu te zien op 2doc.nl). Ze reist daarin af naar Zweden om te onderzoeken hoe genderneutraal opvoeden er daar uitziet. Ze gaat langs bij een genderneutrale kinderboekenuitgeverij, die titels uitgeeft als Waarom huilt papa? en Papa haalt me van de crèche. En ze bezoekt een genderneutrale crèche, waar geen onderscheid wordt gemaakt tussen een meisjes- en jongensspeelhoek en geen typische jongens- en meisjeskwaliteiten worden benoemd.

Annemiek Leclaire legt regelmatig een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Bijvoorbeeld: Hoe doorbreek ik thuis sekse-rollen?

Dat dit soort initiatieven wel in Zweden maar niet in Nederland bestaan, komt volgens De Jong omdat de hele Zweedse samenleving genderneutraler is. Hoewel genderneutraliteit ook daar geen gegeven is, is er wel veel meer gelijkheid tussen de seksen, in de politiek, het onderwijs en het bedrijfsleven. En die gelijkheid zorgt voor minder traditionele rollen. Ook is ouderschapsverlof er anders geregeld. „Wat dat betreft kan er in Nederland nog veel veranderen.”

Vrees voor identiteitsverlies

Dat gaat niet zonder slag of stoot. Genderneutraal opvoeden maakt een hoop discussie los: veel mensen zien hun eigen man-zijn of vrouw-zijn als een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Die zouden ze zo verliezen. De Jong vindt niet dat je mensen moet verplichten hun kinderen om genderneutraal op te voeden. Maar ze zouden best na mogen denken over hoe je stereotypering nou tegengaat, zegt ze. „Misschien kan de overheid beginnen met geen ‘mevrouw’ of ‘meneer’ te gebruiken in hun brieven.” Zoals de gemeente Amsterdam doet: inwoners van de stad worden genderneutraal aangesproken in brieven en toespraken. Dus in plaats van ‘Geachte heer/mevrouw’ staat er voortaan ‘Beste mensen’, ‘Beste Amsterdammers’. En bij een bijeenkomst zegt een ambtenaar voortaan: ‘Geachte aanwezigen’.

Hoogleraar Wesseling is positief gestemd: ja, genderneutraal opvoeden is nog niet wijdverbreid, maar de gedachte erachter dat iemands geslacht niet een bepaald karakter of temperament impliceert, vindt in de samenleving wel steeds meer weerklank.

Je kunt als ouder beginnen met nadenken over je eigen gedachtes en gedrag, zegt documentairemaker De Jong: geef je je dochter altijd roze speelgoed; verwacht je van je zoon dat hij stoer doet? Je kunt kinderen zelf hun kleding, speelgoed en hobby’s laten uitkiezen. Je kunt tijdens het voorlezen de personages eens van geslacht laten veranderen. Gedrag met ‘introvert’ of ‘extravert’ benoemen, in plaats van ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’.

Pedagoog Minchenu Maduro krijgt juist kriebels van genderneutraal opvoeden. „Prima als een meisje een Spiderman-pak aan wil doen, maar waarom moet het meteen weer zo krampachtig en een label opgeplakt krijgen?” Volgens haar kunnen we het beter breder trekken en kinderen ‘oordeelvrij’ opvoeden. Of het in ieder geval zo noemen – ‘genderneutraal’ kreeg de meeste stemmen voor het meest irritante woord van 2017, zo maakte het Instituut voor de Nederlandse Taal onlangs bekend.

Maar genderneutraal opvoeden ergert Maduro ook omdat ze denkt dat gender niet alleen een sociaal construct is, maar eerder een combinatie van een sociaal construct en wezenlijke verschillen. „Een jongetje krijgt in de baarmoeder meer testosteron en je ziet dat veel jongens en meisjes toch een voorkeur hebben voor bepaalde kleren en speelgoed.”

Om die reden introduceerde Lego in 2013 de lijn Lego Friends, speciaal voor meisjes. Uit een eigen, vijfjarig onderzoek onder 3.500 kinderen bleek dat meisjes net zo goed willen bouwen als jongens, maar wel anders spelen. Jongens spelen om hun bouwwerk heen, de meisjes spelen met hun – liefst zo realistisch mogelijke – poppen ín de bouwwerken.

Of deze verschillen het resultaat zijn van de opvoeding, of de opvoeding een reactie op die verschillen, is een vraag waarop wetenschappers het antwoord voorlopig niet hebben gevonden.