Als er ook kinderen uit IS-gebied terugkeren

Terugkeerkinderen De Raad voor de Kinderbescherming heeft sinds vorig jaar een ‘terugkeerplan’ voor kinderen uit IS-gebied. Hoe ziet dat eruit?

Familie van IS-strijders nadat ze zich in augustus overgaven aan Koerdische peshmerga in Noord-Irak. Foto Ari Jalal/Reuters

Voor kinderen van jihadstrijders die terugkeren naar Nederland, moet de juiste zorg direct beschikbaar zijn. Daarom kreeg de Raad voor de Kinderbescherming in juli 2017 van de ministeries van Volksgezondheid, en Justitie en Veiligheid de opdracht om te zorgen voor een gedegen terugkeerplan voor de kinderen uit het IS-kalifaat. Dat bevestigt de Raad voor de Kinderbescherming.

Er verblijven in Syrië en Irak naar schatting tachtig minderjarigen met Nederlandse wortels. Er is een aantal kinderen naar Nederland teruggekeerd, onder wie de twee kinderen die in 2016 terugkwamen met hun moeder, kalifaatganger Laura H. Hoevéél kinderen er precies zijn teruggekeerd naar Nederland, zegt de Raad voor de Kinderbescherming niet.

Voor terugkeerkinderen is een „poule” van deskundigen samengesteld, zegt Dirk Lont, beleidsadviseur van de Raad. Daarin zitten psychiaters, psychologen, trauma- en ‘duidingsdeskundingen’. Die laatsten ‘duiden’ het gedrag van kinderen; ze vertellen wat normaal en wat abnormaal gedrag is. De deskundigen zijn zo geselecteerd dat alle talen die de kinderen zouden kunnen spreken voorhanden zijn – Arabisch, Berber, Turks, Farsi – zodat gesprekken zonder tolk kunnen worden gevoerd.

Als Nederland signalen krijgt over kinderen die terugkeren, al dan niet met moeder of ouders, dan kijken twee „kernfunctionarissen” van een van de tien regiokantoren van de Raad wat nodig is. Het gaat dan om de regio waar de moeder vandaan komt. Lont: „Zij spreken met familie en de beoogde jeugdbeschermer van de instellingen die bevoegd zijn gezinnen onder toezicht te plaatsen.” Vervolgens wordt een terugkeerplan opgesteld.

Dat plan wordt besproken met de twee coördinatoren van de landelijke Raad die het overzicht hebben. Zij beslissen welke mensen uit de poule benaderd worden. Met hen, en de beoogde jeugdbeschermer, wordt het terugkeerplan nogmaals besproken en eventueel aangepast.

Weinig ervaring

Veel ervaring met kinderen die terugkeren uit strijdgebied is er niet, zegt Lont. „We kunnen leren van ervaringen met kindsoldaten uit Sierra Leone. En met kinderen opgevoed door ouders in IRA-gezinnen.” Maar kinderen uit het kalifaat zullen weer hun eigen problemen hebben, zegt Lont. „Als er één terugkomt, zullen we de opgedane ervaring ook weer gebruiken bij de aanpak van een volgend kind. De twee coördinerende raadsmedewerkers zorgen ervoor dat die ervaring gedeeld wordt in de poule.”

Het is overigens helemaal niet gezegd dat de kinderen allemaal intensieve hulp nodig hebben, zegt Lont. „Dat wordt per kind bekeken. Het is voor ons niet helder hoeveel de kinderen meekregen van het geweld daar. Dat zal van kind tot kind verschillen. Soms is een stabiele opvoedsituatie terug in Nederland voldoende, maar je zal zulke kinderen goed moeten begeleiden en volgen.”

Naast jeugdbeschermers zijn ook politie en Openbaar Ministerie bij het terugkeerplan betrokken. Net als de gemeenten waarvan inwoners naar het kalifaat zijn gereisd. Zo bereidt Gouda zich voor op de „eventuele” terugkeer van vijf kinderen die met hun ouders naar IS-gebied zijn afgereisd. In totaal zijn vanuit Gouda elf volwassenen naar het kalifaat afgereisd: zes vrouwen en vijf mannen. „Welke interventie noodzakelijk is, is afhankelijk van de context en de persoon”, zegt een gemeentewoordvoerder.

De Raad kan ze niet gaan ophalen

Dirk Lont beleidsadviseur RvdK

Ook gemeente Den Haag, waarvandaan vier kinderen naar IS-gebied zijn vertrokken, meldt „goed contact” te hebben met de Raad voor de Kinderbescherming „en andere betrokken partners”. Die partners zijn onder meer Jeugdbescherming West en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Andere gemeenten die bevestigen rekening te houden met de terugkeer van kinderen uit Syrië en Irak zijn Rotterdam en Delft.

Het is overigens maar zeer de vraag óf de kinderen daadwerkelijk terugkomen, want terugreizen uit Iraakse of Syrische opvangkampen – waar kinderen en hun moeders uit Nederland nu veelal verblijven – is uiterst moeilijk zonder papieren. Bovendien haalt het kabinet niet zelf mensen uit de gebieden terug, zegt Lont. „De Raad kan ze niet gaan ophalen.”