Zelden zag de officier zo’n onoprechte verdachte

Martelingszaak Zestien jaar celstraf heeft het Openbaar Ministerie geëist tegen de twee hoofdverdachten in een schokkende martelingszaak.

Trillend neemt de man een slok water. „Het gaat slecht. Elke avond herbeleef ik wat er gebeurd is”, zegt hij. „In mijn nachtmerries zie ik die mishandelingen.”

Aan het woord in de Rotterdamse rechtszaal is niet een slachtoffer uit de schokkende martelingszaak die deze dinsdag wordt behandeld. Het is Lionel van G. (25), een van de hoofdverdachten. De man die nu verscholen in zijn capuchontrui mompelt dat hij ’s nachts vaak bang wakker wordt, is dezelfde persoon die volgens het Openbaar Ministerie in de zomer van 2016 drie mannen op Goeree-Overflakkee onderworpen heeft aan gruwelijke folteringen. Dinsdag eiste justitie zestien jaar celstraf tegen hem.

Van G. en Jaap S. (29), de andere hoofdverdachte, bewerkten hun slachtoffers met stroomstootwapens, beschoten hen met airsoftkogels en bedreigden hen met het afknippen van lichaamsdelen. Bij één man duurden de mishandelingen bijna een maand. Hij kreeg een honkbalknuppel in zijn anus geduwd, moest poep eten, werd gewurgd en met zijn hoofd in afwaswater geduwd.

De meeste mishandelingen vonden plaats in woningen in Sommelsdijk en Oude Tonge. Maar niet allemaal: het eerste slachtoffer, dat in een begeleidwonenproject zit, werd door de verdachten meegenomen naar een feestje. Ze brachten hem ook naar Den Haag, waar hij onveilige seks moest hebben met de buurman van Denise K., de vriendin van S. De buurman heeft hiv, maar het slachtoffer raakte niet besmet.

In twee gevallen waren de – onbewezen – pedofiele neigingen van de slachtoffers het motief voor het geweld. Op WhatsApp hadden de verdachten het over het „NK pedoschoppen”. Bij het derde slachtoffer draaide het om geld. Bewijs is er genoeg, zegt het OM. Veel martelingen zijn gefilmd.

Op de beelden is te zien dat Van G. lachend een hoofdrol speelt in het misbruik. In de rechtszaal is die branie verdwenen. Hij blijkt benedengemiddeld intelligent, gepest op school, een moederskindje. „Ik had ‘nee’ moeten zeggen. Maar in stresssituaties klap ik dicht”, zegt Van G. Hij was naar eigen zeggen bang voor S., de andere hoofdverdachte.

Zwijgrecht

Ook S. maakt zijn opwachting in de rechtbank. Met norse blik en gevouwen armen zit hij licht onderuitgezakt op zijn stoel. Maandag, tijdens de inhoudelijke behandeling van de feiten, beriep hij zich op zijn zwijgrecht. Ook nu zegt hij weinig. Aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum heeft S. niet meegewerkt – „Ik praat niet met mensen die ik niet ken.”

De officier van justitie neemt S. zijn weigering om mee te werken kwalijk. „Ik heb veel vragen over zijn sadistische, seksueel afwijkende gedrag. En over de recidivekans maak ik me zorgen, omdat hij niet behandeld wil worden.” Ook tegen S. eist de officier zestien jaar cel.

Van Van G.’s tranen is de aanklager niet onder de indruk. Getuigen die aanwezig waren bij de martelingen, zeggen dat Van G. genoot van de pijn die hij aanrichtte. De officier: „Het is tactiek, hij probeert de schuld af te schuiven. In verhoren heeft hij zichzelf veelvuldig tegengesproken. Zelden heb ik een verdachte gezien die zo onoprecht is als hij.” Volgens de aanklager was Van G. juist degene met de leiding.

„De slachtoffers zullen hier rest van hun leven de gevolgen van ondervinden”, besluit de officier. „Zeer lange straffen zijn op hun plaats.” De rechtbank doet over twee weken uitspraak.