Opinie

Waarom Japan geen populist à la Trump kent

In Japan, met zijn relatief grote middenklasse, voelen minder mensen zich door de elite verraden, schrijft . Dus is er minder ressentiment dat populisten kunnen uitbuiten.

Japanse ‘salary men’ (kantooremployés) in de handelswijk Shinjuku in Tokio, 1999. Foto Hollandse Hoogte/Magnum Photos

Een golf van rechts populisme, of quasifascisme, zo u wilt, spoelt door Europa, de VS, India, en delen van Zuidoost-Azië. Japan lijkt hierop een uitzondering te vormen. Er is geen Japanse demagoog à la Wilders, Modi, of Trump, die opgekropte rancunes tegen de zogenaamde elites met success weet uit te buiten.

De voormalige burgemeester van Osaka, Hashimoto Toru, komt hier nog het dichtste bij. Net als Trump maakte hij eerst naam als tv-persoonlijkheid, en kwam later in opspraak toen hij de door het Japanse leger georganiseerde seksslavernij van de Tweede Wereldoorlog goedpraatte. In zijn extreem-nationalistische standpunten en hetze tegen de liberale media lijkt hij nog het meest op volksmenners in andere landen. Maar hij slaagde er niet in op nationaal niveau door te breken.

Hashimoto geeft nu gratis advies aan premier Shinzo Abe over de manier waarop nationale veiligheidswetgeving kan worden aangescherpt. En daarin zit misschien een verklaring waarom Japan vooralsnog geen last lijkt te hebben van rechts populisme. Abes grootvader was een minister tijdens de oorlog, die ondanks de beschuldiging van oorlogsmisdaden in de jaren vijftig premier werd. Zijn vader was minister van Buitenlandse Zaken. Abe is dus bij uitstek een telg uit de elite. Niettemin deelt hij met de populisten een diepe afkeer van academici, journalisten, en intellectuelen die doorgaan voor links.

Pacifistische grondwet

In de jaren vijftig en zestig was er nog een invloedrijke linkse intellectuele elite die alles deed om Japan te distantiëren van het catastrofale militarisme van voorheen. Abe en zijn aanhangers proberen nu die invloed op te heffen. Daarom wil hij de pacifistische grondwet wijzigen; de jongere generatie moet weer trots worden bijgebracht over Japanse oorlogsdaden; en de ‘elitaire’ media, met name de Asahi Shimbun moet de kop worden ingedrukt. Geen wonder dat Steve Bannon, de voormalige adviseur van president Trump, Abe prees als „de Trump die Trump voorafging.”

Kortom, een Japanse variant van rechts populisme bestaat in het hart van de regering zelf, aangevoerd door een premier uit de hoogste kringen. Maar deze paradox is niet de enige verklaring waarom Japan nog geen Wilders, Le Pen, of Trump heeft voortgebracht.

Eigenwaarde hangt minder af van je rijkdom dan een rol in de gemeenschap

Om de bevolking met success op te jutten tegen immigranten, kosmopolieten en intellectuelen, helpt het als de verschillen tussen arm en rijk, stad en platteland, en niveaus in opleiding, aanzienlijk zijn. Zo was het in Japan toen soldaten in de jaren dertig een revolte begonnen tegen internationale bankiers, zakenlieden en politici die in hun ogen de Japanse samenleving hadden verziekt. Deze mislukte militaire coup vond vooral aanhang bij soldaten uit arme gezinnen in de provincie. De door het Westen beïnvloede stedelijke elites kregen de schuld van alle ellende. Zij waren de vijand van het gezonde volksgevoel. De publieke opinie was overwegend op de hand van de rebellen.

Familiefortuinen

Japan heeft ongetwijfeld vele gebreken, maar er is nu meer sociale gelijkheid dan in de VS, China, India, of vele landen in Europa. Hoge belastingen maken het lastig om familiefortuinen intact te houden. En anders dan in de VS, waar rijke mensen graag met hun weelde te koop lopen, zijn de meest bemiddelde Japanners nogal discreet. Japan is nu veel meer een land van de middenklasse dan de VS.

Rancune komt haast altijd voort uit een gevoel van vernedering, gebrek aan eigenwaarde. In een land waar de waarde van een individu wordt afgemeten aan succes, uitgedrukt in geld of bekendheid, voelt iemand zich snel vernederd door een betrekkelijk gebrek aan succes. In extreme gevallen knallen wanhopige mensen een president of popster neer om maar in het nieuws te komen. Populisten moeten het hebben van het ressentiment van die talloze anoniemen die zich verraden voelen door de elites, en hen zouden hebben beroofd van de trots in hun sociale klasse, cultuur, nationale gevoel, of zelfs hun ras.

In Japan zijn hier tot dusver weinig sporen van. Dat kan iets te maken hebben met een cultuur, waarin zelfpromotie over het algemeen wordt afgewezen. Natuurlijk heeft ook Japan een door de media gestimuleerde sterrencultuur. Maar eigenwaarde hangt minder af van individuele roem of rijkdom dan van een gevestigde rol in de gemeenschap, en van een goed verrichte taak. Een perfect verpakt product in een winkel verschaft de winkelier een gevoel van trots. Sommige banen lijken volstrekt overbodig, zoals de oudere heren in uniform die niets anders doen dan klanten met een buiging en een glimlach welkom te heten in een bank.

Werk als voldoening

Het is naïef te denken dat zulk werk enorme voldoening verschaft, maar het geeft mensen wel het idee dat zij een rol spelen, en een plaats hebben in de samenleving, hoe nederig ook. De Japanse economie is een van de meest beschermde en minst geglobaliseerde in de ontwikkelde wereld. Dat Japan niet is meegegaan in het neoliberalisme dat in de Reagan- en Thatcher-jaren in veel rijke landen postvatte heeft verschillende oorzaken: gevestigde belangen van de bureaucratie, monopolies van grote bedrijven, politieke corruptie, en zo meer. Maar het hangt ook samen met de bescherming van banen, waardoor mensen hun waardigheid behouden. Dit gaat misschien ten koste van efficiëntie en particulier initiatief. Maar dat telt minder dan sociale cohesie.

De Britse economie is door het thatcherisme in veel opzichten efficiënter geworden. Maar de aanslag op vakbonden en andere instellingen van de arbeidersklasse heeft de sociale samenhorigheid geen goed gedaan. Te veel mensen hebben hun gevoel van eigenwaarde verloren. Ook de kerk biedt in een geseculariseerde maatschappij geen gemeenschappelijke troost. Mensen zijn op drift geraakt en geven de schuld aan die elites die hoger zijn opgeleid, en meer privileges genieten, en daardoor beter in staat zijn om zich in een internationale wereld te handhaven.

Dat een groot aantal Amerikanen heeft gekozen voor een narcistische miljardair die opsnijdt over zijn geld, succes, en genialiteit, is hiervan een ironisch resultaat. Iets dergelijks zal zich in Japan voorlopig niet voordoen. Wellicht kunnen we iets leren van het waarom.