Spaarzaam nieuwe antibiotica geven

Resistentie bacteriën Farmaceut J&J investeert om resistentie tegen een nieuw antibioticum tegen te gaan. Prijzenswaardig, vindt een kritische beoordelaar.

Een Chinese tuberculosearts bekijkt een longfoto om te beoordelen of een patiënt tuberculose heeft. Foto Shou Sheng/EPA

Tuberculose is de dodelijkste infectieziekte ter wereld, dodelijker dan bijvoorbeeld aids. Wereldwijd lijden ruim 10 miljoen mensen aan de ziekte, die jaarlijks 1,7 miljoen levens kost. En hun aantal groeit. China, India en Rusland zijn samen goed voor de helft van de patiënten.

Farmabedrijf Johnson & Johnson (J&J) heeft de afgelopen jaren het antibioticum bedaquiline tegen tuberculose ontwikkeld en op de markt gebracht. „Voortreffelijk werk”, vindt de Access to Medicine Foundation, die de casus bedaquiline heeft opgenomen in een dinsdag verschenen rapport over antibiotica.

Bedaquiline is een last resort-middel: het wordt ingezet als een patiënt op geen enkele behandeling meer reageert. Het is ook het eerste nieuwe antibioticum tegen tuberculose in bijna een halve eeuw. In de jaren zestig wist rifampicine de behandeltijd terug te brengen van 18 maanden tot 6 maanden. „Het genas 95 procent van de patiënten”, zegt Myriam Theeuwes, die bij J&J verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van bedaquiline.

Maar eind twintigste eeuw is de behandeltijd opgelopen tot twee jaar, terwijl nog maar de helft van patiënten geneest. Dat komt door de aidscrisis. Normaal gesproken krijgt een op de tien dragers van de tbc-bacterie ook echt de ziekte, waarbij in het ernstigste geval hun longen worden aangetast. Dragers die ook nog hiv hebben lopen een kans van 10 procent per jaar om de ziekte te ontwikkelen.

Een andere oorzaak van de slechte genezing is de resistentie die de ziekteverwekker tegen bestaande antibiotica heeft opgebouwd, vooral door het ongebreidelde gebruik. Theeuwes: „In China gebruiken ze meer antibiotica per hoofd van de bevolking dan in de VS. Je kunt in veel landen, zoals India, antibiotica krijgen zonder recept. Dat is een catastrofe.”

Bedaquiline, waartegen resistentie zich nog niet heeft verspreid, komt dan ook als manna uit de hemel. Nadat een J&J-onderzoeker in 2005 het middel voor het eerst had beschreven in Science, werd bedaquiline in 2006 succesvol getest. De Amerikaanse medicijnautoriteit FDA liet bedaquiline kort daarna versneld toe. In 2015 werden de eerste patiënten behandeld, maar het gebruik van het middel komt traag op gang ook al heeft J&J 30.000 behandelingen voor vier jaar gratis ter beschikking gesteld. „Terwijl er tegen eind 2017 meer dan 15.000 behandelingen waren aangevraagd, waren er slechts 6.500 behandelingen die patiënten bereikten”, zegt Theeuwes. „Het struikelblok is het gebrek aan capaciteit.” Er zijn te weinig artsen, verpleegkundigen of getrainde familieleden om patiënten te begeleiden. Instellingen als het Nederlandse KNCV Tuberculosefonds hebben inmiddels in verschillende landen trainingsprogramma’s, die J&J (co)financiert.

Die training is cruciaal om te zorgen dat patiënten hun kuur afmaken. „Doe je dat niet, dan is de kans groot dat de ziekte terugkomt – met een ergere resistentie. Dat maakt tuberculose zo tricky”, zegt Theeuwes. „Het laatste wat wij willen is ongecontroleerd gebruik waardoor wij het laatste middel dat we hebben verliezen.”

Om die reden heeft bijvoorbeeld India bedaquiline aanvankelijk alleen verstrekt in enkele door de regering gecontroleerde instellingen met 500 tot 600 patiënten. Een meisje dat niet in aanmerking leek te komen, spande een rechtszaak aan tegen de regering. Ze won en kreeg het middel. Theeuwes: „Met een arts die samenwerkt met de regering had ze het ook kunnen krijgen. De familie wist dat, maar heeft de rechtszaak doorgezet om af te dwingen dat het programma sneller zou worden uitgebreid.” Inmiddels is bedaquiline in de praktijk getest bij duizenden patiënten; 80 procent is genezen. Een mooi resultaat, vindt Theeuwes. „Maar we zijn er nog niet. We willen de behandelperiode terugbrengen tot een half jaar. Daarvoor werken we aan een middel met een ander werkingsmechanisme dat we tegelijk met bedaquiline kunnen geven. De eerste resultaten zijn hoopgevend.”