Recht & Onrecht

Ontgroening mag geen ticket zijn voor de maatschappelijke top

Misschien nog wel kwalijker dan de cultuur van vernedering en intimidatie bij de ontgroening is de handigheid om daarmee weg te komen. Dat schrijft hoogleraar psychologie Denise de Ridder in de Gedragscolumn

Foto: Thomas Schlijper/Hollandse Hoogte

Ruim een week geleden verschenen de Praeses en Vice-Praeses van de Utrechtse studentenvereniging UVSV in de late night show van Eva Jinek om hun beklag te doen over de beschuldigingen van onheuse ontgroeningspraktijken door het televisieprogramma RamBam.

Met opmerkelijke zelfverzekerdheid en zonder een spoor van schuldbewustzijn beweerde de toekomstige fine fleur dat de undercover geschoten beelden van intimidatie en vernedering  tijdens de ontgroening insinuaties waren die nergens op sloegen. Met als klapstuk een zielige UVSV-aspirante die was meegebracht om publiekelijk te getuigen dat er geen sprake was van wantoestanden.

Lees ook de ingezonden brief waarmee UVSV-lid Bente Naber op deze column reageerde

Primitieve rituelen

Uit de kranten weten we al het een en ander van de onsmakelijke, seksistische en gewelddadige voorvallen in de corpora, maar toch leidden de ontluisterende televisiebeelden van de primitieve ontgroeningsrituelen tot ophef in de media. De corpora zelf zijn van mening dat het de ‘vermeende incidenten’ niet veel om het lijf hebben en bijdragen aan het vormen van een hechte groep. Je kunt je net als de Utrechtse hoogleraar Frits van Oostrum afvragen of het nodig is om op iemands hoofd te gaan staan of hem een fles jenever te laten drinken om een ingroup-gevoel te bewerkstelligen.

Lees ook ons dossier over ontgroeningen bij studentenverenigingen.

Dat kan stukken eenvoudiger, bijvoorbeeld door als groep iets nuttigs te doen voor de samenleving. Toen ik lang geleden lid werd van een studentenvereniging gingen we prunussen trekken voor Staatsbosbeheer en had de ‘vernedering’ niet meer om het lijf dan proberen overeind te blijven in een grote groep eerstejaars die allemaal probeerden een beetje leuk over te komen. Aan mijn softe ontgroening van destijds heb ik desalniettemin een groep vrienden overgehouden die allemaal goed terecht gekomen zijn, al zitten er geen captains of industry bij.

Beschimpen

De corporaleden van nu denken daar anders over en uiteraard staat het elke corpsbal vrij om zich te laten beschimpen en bespuwen als hij denkt dat dit nodig is om erbij te horen. Wat kwalijk is dat die bedenkelijke manier van omgaan met elkaar gecultiveerd wordt in een groep studenten die klaargestoomd wordt voor leidende posities in het bedrijfsleven of bij de overheid. Het is geen geheim dat de corpora een hecht netwerk vormen waarmee je je voordeel kunt doen als je in beeld wilt komen voor een topfunctie.

Misschien nog wel kwalijker dan de cultuur van vernedering en intimidatie is de handigheid om daarmee weg te komen. De meeste corpora zijn snugger genoeg om te snappen dat incidenten op weerstand stuiten en kondigen obligaat ‘cultuurverandering’ aan als er weer eens commotie ontstaat over een of ander voorval dat de media haalt. De Utrechtse corpsmeisjes gingen nog een stapje verder en deden niet eens een poging om zich te verontschuldigen maar ontkenden met een uitgestreken gezicht alle aantijgingen. Afgaande op het optreden bij Jinek zie ik voor hen een gouden toekomst weggelegd. Als je zo onbewogen dit soort excessen weet goed te praten heb je een bijzonder  talent.

Vernedering

Historicus Pieter Caljé beweert dat de corpora ooit in het leven zijn geroepen om studenten te beschaven. Wetende dat de leden van de corpora door hun netwerk toegang hebben tot de maatschappelijke elite wordt het hoog tijd dat ze daarop aangesproken worden. Dat de universiteitsbesturen maatregelen hebben aangekondigd tegen de corpora die zich schuldig maken aan wanpraktijken is een belangrijke stap die misschien vooral symbolisch is maar wel duidelijk maakt dat vernedering en intimidatie geen entreeticket mogen zijn voor een maatschappelijke topfunctie.

Denise de Ridder is hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en doet onderzoek in het SelfRegulationLab. De gedragscolumn verschijnt regelmatig en wordt geschreven door sociale wetenschappers.

UVSV-lid Bente Naber reageert op bovenstaande column in een ingezonden brief:

Mijn ontgroening was leerzaam; ontregeling hoort er niet bij

In haar ‘Gedragscolumn’ op nrc.nl bekent professor Denise de Ridder dat ook zij ooit lid was van een studentenvereniging. Foei. En ook zij werd ontgroend. Foei. Maar dat vond ze niet zo erg. Het viel allemaal wel mee.

Zij maakte zich destijds vooral zorgen of ze er wel bij hoorde. En dat doet ze nog steeds. Ze verzucht dat geen van haar studievrienden captains of industry zijn geworden. Gestudeerd, lid geworden, ontgroend, maar niet doorgestoten tot een maatschappelijke topfunctie. Het klinkt wat verongelijkt. Een beetje knorrig zelfs. De Ridder vergelijkt haar schuchtere studenten-ervaringen en redelijk onzichtbare maatschappelijke positie met die van ‘corporaleden’.

Jaloers?

Corpsballen, zo schrijft ze, zijn ‘zelfverzekerd’, hebben ‘leidende posities in het bedrijfsleven of bij de overheid’ en behoren tot de ‘fine fleur’ van onze samenleving. En dat is niet eerlijk. Is De Ridder jaloers? Vast niet. Waarom doet ze dan zo zielig?

Zielig, zo karakteriseert psycholoog De Ridder een van de drie leden van de Utrechtse studentenvereniging UVSV die onlangs bij Eva Jinek aan tafel zaten om hun beklag te doen over de beschuldigingen van onheuse ontgroeningspraktijken door televisieprogramma RamBam. De UVSV’ers hadden ‘een zielige aspirante … meegebracht om publiekelijk te getuigen dat er geen sprake was van wantoestanden.’ Dat was ik.

Haar analyse van mijn karakter is wat snel en ongefundeerd. En daarmee onprofessioneel. Ik ben niet ‘zielig’ en ik was niet ‘meegebracht’. Ik ben bij Jinek in de uitzending gaan zitten om me te kunnen verdedigen tegen de tendentieuze televisiemakerij van de RamBammers. Ik wilde graag mijn kant van het verhaal vertellen.

Veel plezier

Ik studeer Rechten aan de Universiteit Utrecht en ik ben lid van de UVSV. Ik studeer hard, heb tot nu toe al mijn tentamens gehaald en geniet van het verenigingsleven. Ik heb de ontgroening als intensief en leerzaam ervaren. Ik heb me nooit geïntimideerd of vernederd gevoeld. Ik heb veel plezier met mijn nieuwe vriendinnen en we ondersteunen elkaar waar dat nodig is.

Professor De Ridder keek naar Rambam en concludeerde anders, maar ik was (en ben) erbij en mijn stellige indruk is dat de UVSV de maatschappelijke afschuw over extreme en abjecte ontgroeningsrituelen zeer serieus neemt. We praten er veel over, eventuele incidenten worden diepgaand onderzocht en indien nodig, worden maatregelen genomen. Ontgroening is alleen effectief als het bijzondere, positieve en verbindende ervaringen oplevert. Fysieke en mentale ontregeling horen daar niet bij. Natuurlijk niet.

Professor De Ridder is expert zelfregulatie, maar had zichzelf even niet in de hand. Ze keek televisie, dacht terug aan haar studententijd, wist hoe het zat en schreef een stukje voor de krant. Veel impulsiviteit, weinig regulatie. Veel veronderstellingen, weinig feiten.


student rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en lid UVSV