Magistrale werken van een ‘uitgedoofde’ schilder

Na een jarenlange restauratie presenteert het Frans Hals Museum de beroemde groepsportretten van de hand van Hals, die er ooit om werd verguisd.

De Regenten van het St. Elisabeths Gasthuis (1641) Foto René Gerritsen

‘Tenslotte is Hals oud, zeer oud: hij is vierentachtig jaar. We schrijven 1664. In hetzelfde jaar ondertekent hij de laatste twee doeken uit de reeks, de laatste die hij onder handen heeft gehad: de Regenten en de Regentessen van het Oudemannenhuis. […] Alles ontvalt hem: scherpte van gezicht, zekerheid van vingers. Maar met des te meer hardnekkigheid poogt hij de dingen te doen herleven in machtige abstracte vormen. De schilder is voor driekwart uitgedoofd’.

Deze genadeloze karakteristiek van het late werk van de Haarlemse meester Frans Hals (1582/1583-1666) werd in 1876 neergeschreven door de Franse kunstcriticus Eugène Fromentin. Als het aan hem had gelegen, was er waarschijnlijk weinig gekomen van de recente restauratie van de werken. Samen met het groepsportret dat Hals meer dan twintig jaar eerder maakte van de regenten van het Haarlemse Sint-Elisabethsgasthuis (1641), worden de werken, na vier jaar van schoonmaak en onderzoek, weer getoond in het Frans Hals Museum.

De vijf regenten van het Elisabethsgasthuis voor zieken- en armenzorg zitten in het ruim anderhalve meter hoge schilderij statig poserend rond een tafel. Een van hen, op de rug gezien en met zijn gezicht en profil, lijkt de baas naar wie de anderen zich richten. Uniformiteit in zwarte pakken met hagelwitte kragen en manchetten contrasteert met subtiele variatie in poses, gezichtsuitdrukkingen en fijne details in de kleding. Het licht dat van links valt op het doodkalme gezicht van de voorzitter zorgt voor opvallende donkere schaduwplekken rond zijn linkeroog. Frans Hals introduceerde met dit schilderij in Haarlem het type van het regentenportret.

De twee andere groepsportretten, pendanten van precies gelijke afmetingen (172,5 x 256 cm), tonen respectievelijk de vijf mannelijke en de vier vrouwelijke regenten van het Haarlemse Oudemannenhuis, elke groep met een eigen bediende. De werken kennen een veel gewaagdere stijl van schilderen. In levendige poses zijn de toezichthouders losjes in verf gevangen. Kragen en mouwen zijn niet minutieus gedetailleerd, maar met een krachtige, brede toets eerder gesuggereerd dan omschreven, soms in een dunne witte verflaag waardoor tegen de achtergrond van zwarte kledingstukken een grijsachtig effect ontstaat. Flatteus zijn de portretten niet: zo zit er bij de mannen een gezette figuur met een lodderige kop, en ook onder de streng maar rechtvaardig overkomende vrouwen zijn er bij wie de schoonheid van de jeugd geweken is.

Eugène Frometins diskwalificatie van Hals’ laatste schilderijen als radeloze producten van een redeloze oude dag, zal in de zeventiende eeuw zeker niet zijn gedeeld. En tegenwoordig worden de werken, juist om hun onconventionele, expressieve karakter, zelfs beschouwd als topstukken in het oeuvre van Hals. De restauratie is uitgevoerd door Liesbeth Abraham, Mireille te Marvelde en Herman van Putten, die de komende weken regelmatig op zaal hun werkzaamheden aan het publiek zullen toelichten.

Tijdens de jarenlange restauratie hebben zij onder meer vuil en vergeelde vernislagen verwijderd, en verkleurde oude retouches vervangen. Hoewel verkleuringen van bepaalde pigmenten die Hals gebruikte, bijvoorbeeld in de oorspronkelijk grijsgroene tafellakens en gordijnen in de regentenportretten, onomkeerbaar zijn, levert de presentatie een indrukwekkend weerzien met de frisse, magistrale werken van de oude Frans Hals.

Een documentaire van AVROTROS over de restauratie wordt op 28 januari, 17:40 uur uitgezonden op NPO2. Een publicatie over de restauratie is in voorbereiding.
    • Bram de Klerck