Filmfestival Rotterdam opent met ontroerende Zweedse vluchtelingenfilm ‘Jimmie’

Het tiendaagse International Film Festival Rotterdam is woensdagavond geopend. Er zijn 514 films te zien. En sterren als Charlotte Rampling komen.

De cast van de film Jimmie die op woensdag 24 januari de 47ste editie van het International Film Festival Rotterdam opent. Foto Olaf Kraak / ANP

Met ironische grappen over #MeToo en Pan-Afrikanisme ging het 47ste Internationaal Film Festival Rotterdam woensdag ontspannen van start in De Doelen. Met een waardige openingsfilm: Jimmie van de Zweedse regisseur Jesper Ganslandt, die zijn vierjarige zoon en hoofdrolspeler Hunter naar Rotterdam had meegenomen.

Het festival is, met 314.000 bezoeken in 2017, het grootste entree heffende culturele evenement van Nederland.

De komende tien dagen biedt IFFR performances, exposities en masterclasses van filmgrootheden als Charlotte Rampling, Paul Schräder en Sean Baker. Maar vooral veel films: 514 in totaal: weerbarstige arthouse, debutanten, cult en exotica - zo belicht IFFR dit jaar de Tamil-cinema. Als grote trekkers fungeren tientallen kwaliteitsfilms die later dit jaar ook in de bioscoop uitkomen.

Het is de derde festivaleditie van artistiek directeur Bero Beyer, die dit jaar een geslaagde openingsfilm vond. Dat is lastig, want zo’n opening moet een wereldpremière zijn, maar het Amerikaanse Sundance Festival en de Berlinale stofzuigeren het winteraanbod van films op.

Lees ook: Scepsis over toekomst Filmfestival Rotterdam verdween onder Beyer

Toch bleek Jimmie een waardige IFFR-opening: een eigenzinnige film die een helder statement maakt. En van een gevestigde naam in de arthousewereld. De Zweed Jesper Ganslandt maakte in 2010 indruk op IFFR met zijn helse film The Ape, waarin de kijker benauwend dicht op de huid zat van een rij-instructeur die wil verdringen dat hij gisteravond stomdronken zijn eigen gezin vermoordde.

Op de vlucht uit Zweden

Jimmie is politieker, maar even compromisloos gefilmd: de camera staat continu op het blonde jochie Jimmie gericht, of filmt de wereld in hotsebots-stijl vanuit diens lage, beperkte blikveld. Jimmie en zijn vader zijn op de vlucht uit Zweden, waar iets vreselijks aan de hand is. Oorlog? Burgeroorlog? We weten dat net zomin als Jimmie, al blijkt uit gefluisterde hints dat zijn moeder onlangs is afgevoerd en vermoedelijk vermoord.

Het maakt Jimmie tot een soort spiegelbeeld van de documentaire 69 Minutes of 86 Hours, afgelopen november op IDFA te zien: de helse reis van een Syrisch gezin door Europa, consequent gefilmd vanuit het perspectief van het driejarige meisje Lean. Net als Lean in het echt stuit Jimmie in deze film op chaos, modder, wantrouwen, prikkeldraad en herdershonden. Onderweg raakt hij zijn vader kwijt en vindt hem weer terug. Tentenkampen, rubberbootjes en oranje zwemvesten maken de Lesbos-experience compleet.

Empathiemachine

Jimmie is een empathiemachine: wat als ons gebeurt wat Syriërs nu overkomt? En slaagt als zodanig: ondanks de spartaanse visuele stijl weet de film bij vlagen te ontroeren. Zonder dat je vergeet dat de film een statement is overigens: misschien is hij daarvoor weer niet radicaal genoeg is. Onderweg worden Zweden namelijk opgejaagd, afgeperst en geterroriseerd door Duitse agenten en skinheads die net zo Arisch ogen als zijzelf. Zien zij deze vluchtelingen echt als ‘de ander’? Dat overtuigt pas als de Zweden in Slavische contreien belanden. Een vlucht door werkelijk ‘andere’ landen - Arabisch, Afrikaans - had pas echt overtuigd. Maar ja: een film met racistische, onverschillige Arabieren die blonde vluchtelingen terroriseren zou een heel ander publiek kunnen trekken dan IFFR gewend is.

    • Coen van Zwol