Een kwartje is een stukje pizza

Ewoud Sanders

Vraag eens in uw omgeving aan jongeren onder de twintig jaar of zij weten wat deze woorden betekenen: stuiver, dubbeltje en kwartje. Dat verzoek deed ik onlangs in NRC. En ook op Twitter, een oproep die onder meer werd overgenomen door het genootschap Onze Taal.

Alles bij elkaar kreeg ik ruim 160 reacties. Ouders vroegen het aan hun kinderen, grootouders aan hun kleinkinderen en een onderwijzeres op een basisschool vroeg het aan ruim veertig leerlingen. Daarnaast schreven verschillende lezers over hun ervaringen in winkels.

Hier, om te beginnen, een paar van die kassaervaringen. „Laatst bij de slager vroeg ik bij het afrekenen aan de jongen achter de toonbank of hij er een dubbeltje bij wilde. Hij keek me aan of hij het in Keulen hoorde donderen.” Een jongen: „Ik hoor die oude muntnamen geregeld, voornamelijk van de oudjes bij ons in de winkel. Ik doe niet eens moeite meer ze te verbeteren.” Een slager: „Stuiver en dubbeltje gebruik ik nog wel. Ik ben 33 jaar oud en help regelmatig klanten in de winkel. Kwartje is niet echt meer aan de orde zonder die munt van 25 cent.”

Die laatste observatie werd door velen gedeeld. Doordat we geen euromunt van 25 cent hebben, is die muntnaam snel aan het verouderen. Sommige mensen gebruiken kwintje voor 20 eurocent, maar ook zij worden vaak glazig aangekeken. Andere observatie: we betalen steeds vaker met een pasje en steeds minder vaak met muntgeld, dus in de praktijk worden geldnamen sowieso minder frequent gebruikt.

De ondervragingen van ouders en grootouders leverden een wisselend beeld op. Voorbeeld van een antwoord: „Zoon van 19 kent ze allemaal. Dochter van 17 geen van alle, maar kon wel beredeneren dat een kwartje een muntje van 25 cent was.”

En: „Twee elfjarigen gevraagd. Stuiver: ‘Muntje van vroeger, uit de achttiende eeuw of zo.’ Dubbeltje: ‘Ook een muntje van vroeger.’ Kwartje: ‘25 cent? Want dat is een kwart van 100.’”

Een voorleesmoeder schreef: „Oudere kinderboeken gebruiken die geldnamen, dus ik heb ze al regelmatig moeten verklaren.” Dubbeltje blijkt via geluksdubbeltje enigszins bekend uit de Donald Duck.

De logische uitkomst was: hoe jonger de kinderen, hoe minder bekend de oude muntnamen, want hun kennis van de wereld is hoe dan ook nog aan het groeien. Dit blijkt ook uit het onderzoekje van de docent op een basisschool onder de rook van Rotterdam. Van elf kinderen van zes tot acht jaar herkende er één dubbeltje als een geldnaam (antwoord: „een dubbel centje”). Enkele andere antwoorden: een dubbeldekker; een oude trein; twee dezelfde dingen; dat je op elkaar zit.

Van dertien kinderen van zes tot twaalf jaar wisten er vier dat stuiver een geldnaam was („een zilveren munt uit de vroegere tijd”). Enkele andere antwoorden: stuifmeel; een doek waar stof in zit; een soort stofzuiger; een heel oud woord.

Geen van de zeventien ondervraagde kinderen van zes tot negen jaar herkende kwartje als muntnaam. Wel kwamen zij met mooie antwoorden. Zoals: een kwartje is... de helft van de helft, een stukje pizza, een kwart van een taart, een klein pakje halfvolle melk, een tijd zoals kwart voor twee, en: vijftien minuten.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders