Nederlands echec rond pulsvisserij is eigen schuld

Reconstructie

Haagse ministers gingen vol voor pulsvissen en negeerden binnen- en buitenlands weerwoord.

Foto Niels Wenstedt

Den Haag kan zich niet achter Brussel verschuilen voor de mislukte lobby rondom de pulsvisserij. Nederland nam in 2014 zelf het besluit om het aantal vergunningen voor ‘elektrisch vissen’ fors uit te breiden, ondanks verzet uit andere landen. De Europese Commissie was welwillend, maar speelde verder geen formele rol bij het besluit, blijkt uit onderzoek van NRC.

Het Europees Parlement stemde vorige week voor een totaalverbod op pulsvissen, een moderne vistechniek waarbij platvis met stroomstootjes in netten wordt gejaagd. Koploper Nederland beschikt nu over 84 pulsvergunningen, die, zo klinkt het in Den Haag, altijd met goedkeuring van de Commissie zouden zijn verleend. „Al die vergunningen zijn in overleg met Europa vastgesteld”, zei minister Carola Schouten (Visserij, ChristenUnie) eerder deze week. „Alle ontheffingen die zijn verleend zijn allemaal langs de Brusselse tafels gegaan”, zegt ook haar woordvoerder.

Lees ook de reconstructie: De politiek nam ’t risico, de vissers dachten dat het goed zou komen

Uit het NRC-onderzoek blijkt dat aan de laatste uitbreiding in 2014, van 42 naar 84 vergunningen, geen formeel Europees besluit ten grondslag lag. Dat hoefde ook niet. Toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) beriep zich op een artikel in de EU-wetgeving die lidstaten het recht geeft om onderzoeksprojecten op te tuigen naar het voorkomen van ongewenste bijvangst. Dat kan „zonder toestemming van de Commissie”, aldus antwoorden van de Commissie zelf in 2014 en 2015 op vragen vanuit het Europees Parlement.

„Volgens die antwoorden op mijn vragen had Nederland een manier gevonden om zonder officiële toestemming het aantal vergunningen verder te verhogen”, zegt Bas Eickhout, Europarlementariër voor GroenLinks. Pulstechnologie geldt als milieuvriendelijker, omdat de lichtere netten minder brandstof kosten en de zeebodem veel minder vernielen.

Aan eerdere vergunningen lagen wel duidelijke Europese besluiten ten grondslag. Zo spraken EU-ministers in 2006 af dat elk land 5 procent van zijn vissersvloot mag uitrusten met pulstechniek. In 2010 wist de voorloper van Dijksma, Henk Bleker (CDA), die beperking verder op te rekken, met goedkeuring van Europese ambtgenoten.

Het grote onderzoeksproject

Toen verdere uitbreiding van de pulsvloot begin 2014 op verzet van het Europees Parlement stuitte, besloot Dijksma tot het grote onderzoeksproject. Hoewel toestemming van de Commissie niet nodig was, ging Dijksma wel langs bij toenmalig Eurocommissaris Maria Damanaki (Visserij) om het plan te bespreken.

Als staatssecretaris zei Dijksma destijds tegen de Tweede Kamer: „De Europese Commissie heeft haar volledige steun uitgesproken voor zowel dit proefproject als de daarvoor gevonden [juridische, red.] basis.” De Commissie is al jaren gefrustreerd over het gebrek aan innovatie in de visserijsector en zag in Nederland een bondgenoot.

Maar de Nederlandse manoeuvre zette veel kwaad bloed. Het Europees Parlement voelde zich compleet gepasseerd. EU-diplomaten uit andere landen spraken van „een procedurele schande”.

Al in 2015 was bekend dat Nederland met dit dossier in de problemen kon komen. Wageningse wetenschappers brachten destijds, in opdracht van de regering, de (internationale) sentimenten in kaart over pulsvisserij. Zij concludeerden destijds al dat Nederland zich te veel richtte op ecologische argumenten, en te weinig rekening hield met het effect op de Europese vissersgemeenschap. Met die waarschuwing werd weinig gedaan.

    • Stéphane Alonso
    • Tijn Sadée