Recensie

De zomerse Alpen in de muziek van Brahms

De Cellosonates van Johannes Brahms belichamen een hogere orde in de kunst van het geven en nemen. Het verhaal gaat dat de componist het openingsdeel van zijn Tweede op een dag doorspeelde met een niet zo kundige celliste, die klaagde dat zij zichzelf niet boven de piano uit kon horen. ‘Prijs jezelf gelukkig’, bromde Brahms. Aan zulke stekeligheden lijden cellist Jean-Guihen Queyras en pianist Alexandre Tharaud niet. Hun dialogen lijken in volmaakt evenwicht, of ze nu samen zingen of elkaar opjagen in het fugatische slotdeel van de Eerste Sonate. Dat werk is een eerbetoon van dertiger Brahms aan voorgangers als Beethoven, Mozart, Schubert en zijn grootste held: Bach. Twintig jaar later, in de Tweede, laat hij de geschiedenis achter zich. Daarin schilderen Queyras en Tharaud de frisse en warme kleuren van de zomerse Alpen, het landschap dat Brahms even het stadse cynisme van Wenen liet vergeten.

    • Joost Galema