De politiek nam ’t risico, de vissers dachten dat het goed zou komen

Europees verbod Nederland onderschatte het verzet tegen pulsvisserij in Europa en wakkerde het zelfs aan, blijkt uit een reconstructie. „Die vergunningen werden er sneaky in gefietst.”

Den Helder, vorige week. Vissersboot TX-38 Branding IV vertrekt, de Waddenzee op. De vissers doen aan pulsvisserij. Foto Niels Wensted/ANP

Visser Teun van Dam loopt langs de afgemeerde pulskotters in de binnenhaven van Vlissingen. Op de kade liggen kluwens elektriciteitsdraden en kabels. „Geweldig”, noemt Van Dam ‘puls’, de vistechniek waarmee platvis op de zeebodem met stroomstootjes in netten wordt gejaagd.

De voordelen zijn evident: het moderne vistuig is veel lichter dan de traditionele, met kettingen verzwaarde boomkor. Schippers kunnen soms wel 50 procent brandstof besparen: mede daardoor hebben veel pulsvissers de tonnen die zij investeerden in nieuw vistuig al terugverdiend. Daarnaast kan een boomkor de zeebodem flink aantasten, terwijl de pulskor de bodem veel minder omwoelt.

Toch mag pulsvissen straks misschien niet meer. Vorige week stemde een flinke meerderheid van het Europees Parlement voor een totaalverbod op de pulstechniek.

‘Hypediscussie’

Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik (CDA), lid van de visserijcommissie, wijst de Franse milieuorganisatie Bloom aan als boosdoener. Die kaapte in de aanloop naar de stemming het debat met „fake news” en „hypediscussies” en bracht de altijd al latent aanwezige angst voor ‘vissen met elektriciteit’ naar een kookpunt.

„Ik voel me beduveld, wíj zijn beduveld”, zegt Schreijer-Pierik. Maar is dat wel zo? Uit een reconstructie van NRC blijkt hoezeer Nederland het verzet tegen pulstechnologie in Europa stelselmatig onderschatte. Sterker nog: het werd zelfs aangewakkerd door via juridische omwegen de uitbreiding van de pulsvloot – ondanks groeiende kritiek – door te zetten.

„Een visser is een ondernemer, die denkt niet aan politiek”, zegt pulsvisser Van Dam. „Die verlangt dat zijn overheid het mogelijk maakt om te ondernemen.” In Nederland zelf gebeurde dat: het pulsvissen kreeg ruim baan en gold als dé reddingsboei voor de noodlijdende visserijsector. Maar op het Europese niveau ‘vergat’ Nederland EU-partners te overtuigen. Het resultaat: lege handen.

Dat Nederland een probleem heeft is al in 2015 ruimschoots bekend. In dat jaar krijgt Wageningen Marine Research (toen nog Imares geheten) opdracht van het ministerie van Economische Zaken om in kaart te brengen hoe er zoal gedacht wordt over pulsvisserij. Wageningen is dan al somber. Alleen nog in Duitse media worden meer positieve dan negatieve verhalen over puls geturfd.

Vangst met behulp van de pulskor.

Foto Maurice Boyer
Foto Maurice Boyer

Datzelfde jaar nog doet de universiteit verder onderzoek naar de Nederlandse strategie. Opnieuw is de conclusie alarmerend. Volgens Wageningen heeft Nederland „gefaald” door onvoldoende rekening te houden met „met de sociale en politieke dimensie van pulsvisserij op het Europese niveau”. Desgevraagd zegt Europarlementariër Schreijer-Pierik niet bekend te zijn met de waarschuwingen uit Wageningen. Dat die er waren „lijkt me gek”, zegt ze.

Volgens Tim Haasnoot, die bij beide onderzoeken betrokken was, is „te lang gegokt dat de kracht van ecologische argumenten uiteindelijk vanzelf de doorslag zou geven”. De sociaal-economische invloed van de superieure techniek op andere, traditionele vissers werd onvoldoende ingezien.

Wageningen doet in 2015 nog een „een belangrijke ontdekking”, zoals het zelf schrijft: er blijkt veel onvrede te zijn over de manier waarop „de Nederlandse regering een groeiend aantal ontheffingen heeft bedongen en over de transparantie van dit proces”.

Sinds 1988 is vissen met behulp van elektriciteit in de EU formeel verboden. Maar in Nederland wordt er voor het eerst mee geëxperimenteerd door het vistechniekbedrijf van de gebroeders Verburg. Ze noemen het ‘elektrokor’. De Nederlandse overheid springt in 2000 financieel bij, met naar verluidt 10 miljoen euro. Alleen de naam ‘elektrokor’ moet worden gewijzigd – het heeft een te negatieve connotatie. Het wordt ‘pulskor’.

Zes jaar later zijn het Nederlandse ambtenaren die in Brussel de techniek naar een Europees niveau tillen. In 2006 wordt besloten dat de visserijvloot van elk zeevarend EU-land voor 5 procent van pulstechniek mag worden voorzien. In de daarop volgende jaren zal Nederland die ontheffing keer op keer slim weten op te rekken, tot maar liefst 30 procent van de platvisvloot nu.

Graphic Studio NRC

Eerst weinig animo

In 2006 is er nog weinig aan de hand: de animo voor de nieuwe techniek is laag. Om conservatieve vissers over de streep te trekken komt de regering in 2008 met een subsidieregeling. In Brussel wordt 880.000 euro geregeld. De eerste pulsvissers kunnen tot 40 procent van hun investering in de nieuwe techniek terugclaimen.

De overheid zegt in de toelichting op de subsidieregeling bovendien toe dat er „een adequate compensatieregeling” komt voor vissers, mocht de EU „onverhoopt” toch weer besluiten tot een totaalverbod. Het is „niet redelijk dat het financiële risico van waardeverlies van de gedane investeringen geheel voor rekening komt van de subsidieontvanger”. Desondanks blijft het enthousiasme laag, ook omdat banken huiverig zijn over de dan nog onbewezen technologie.

Het omslagpunt komt in 2009. Inmiddels zijn de brandstofprijzen flink gestegen en groeit de kritiek op de boomkor. Als dan ook nog bekend wordt dat de grote rederij Jaczon uit Scheveningen maar liefst vier kotters van pulstuig voorziet, ontstaat er een run op vergunningen. In september komen er in één week tijd achttien nieuwe aanvragen binnen, uit Texel, Urk, Den Helder, Goedereede, Tholen en Wieringen en Katwijk, zo meldt vakblad Visserijnieuws. En dat terwijl al zestien aanvragen zijn gedaan en er door de Europese 5-procentsregel maar 21 vergunningen te vergeven zijn. Vanaf dat moment ontstaat er vanuit de sector sterke druk op de Nederlandse regering om meer vergunningen te regelen in Brussel.

Dat lukt: in december 2010 regelt verantwoordelijk staatssecretaris Henk Bleker (CDA) in Brussel bij zijn collega’s dat het aantal Nederlandse pulskotters mag worden verdubbeld, naar 42. Vlak voor het beraad in Brussel spreken het Wereldnatuurfonds en Stichting De Noordzee hun steun uit voor de uitbreiding.

Eigenlijk zit Nederland aan zijn taks, maar de Europese visserijregels bieden uitkomst. De nieuwe ontheffingen worden bestempeld als ‘wetenschappelijk onderzoek’ en vallen daardoor formeel niet onder de ‘5 procent’. Nederland kan verder, maar de uitbreiding leidt ook tot meer kritiek van vissers, ook Nederlandse, die de nieuwe technologie als een bedreiging zien. De techniek zou vissen verminken en zo efficiënt zijn dat de druk op bepaalde visgebieden te groot wordt.

Duitsland was ‘woedend’, herinnert Bleker zich. Maar Nederland was tevreden

Vergunningen

Tegelijkertijd groeit de roep om meer vergunningen. In 2012 maakt Nederland zich sterk om de 5 procent, waar het formeel dus nog onder zit, te verdubbelen naar 10 procent. Normaliter moet dit via de ‘Richtlijn technische maatregelen’, waarin precies beschreven staat wat toelaatbaar is op zee. Maar omdat die kort daarvoor al eens is herzien, is die route afgesloten. Daarom wil Nederland het regelen via het Europese Visserijfonds (EVF), waarover om de zeven jaar opnieuw onderhandeld moet worden.

Volgens Haasnoot is dat eigenlijk „vreemd”: het Visserijfonds gaat over geld, terwijl de ontheffingen gaan over vistechniek. Toch lukt het Bleker in oktober 2012, in zijn laatste dagen als staatssecretaris, om het te regelen. Hij sluit, in zijn eigen woorden, een „package deal” met onder meer de Fransen, Italianen en de Spanjaarden. In de onderhandelingen over het Visserijfonds willen zij geld voor sanering van de sector. Nederland steunt dat en krijgt in ruil steun voor verdere uitbreiding van de pulsvloot.

In een onopvallende bijlage van het Visserijfonds worden de nieuwe vergunningen erin gefietst. „Een beetje sneaky”, zegt Haasnoot. Duitsland, dat geen geld voor sanering wilde vrijmaken, was „woedend”, herinnert Bleker zich. Maar Nederland was tevreden, al zag Bleker ook hoe precair de situatie was. „Ik zei: dit is mooi, maar zorg dat we de andere landen er goed bij blijven betrekken”. Een deal tussen ministers is één ding, maar het Europees Parlement moet die dan nog wel goedkeuren.

De Tweede Kamer zet druk op de regering, maar uit Kamerstukken blijkt dat men vooral bezorgd is dat er scheefgroei ontstaat binnen Nederland zelf, tussen vissers met puls en die zonder. Dat de Nederlandse vissers niet alleen met elkaar concurreren maar ook met vissers uit andere landen, speelt nauwelijks een rol.

In januari 2014 volgt de eerste grote tegenslag: het Europarlement vindt dat vistechniek niet thuishoort in het Visserijfonds. Nederland is geschokt. Vissers hebben vooruitlopend op nieuwe ontheffingen al „aanzienlijke investeringen” gedaan, meldt de regering. Sharon Dijksma (PvdA), Blekers opvolger, zoekt contact met Maria Damanaki, de toenmalige Eurocommissaris voor Visserij.

Omdat het regelen van ‘gewone’ vergunningen niet langer haalbaar lijkt, wordt opnieuw de wetenschap erbij gehaald. In een brief aan de Kamer meldt Dijksma dat ze in de EU-wetgeving een artikel heeft „gevonden” dat de lidstaten recht geeft om onderzoek te doen naar „alle haalbare methoden ter voorkoming, beperking en uitbanning” van ongewenste bijvangst. Formeel hebben landen geen toestemming nodig van de Commissie, en ook niet van het Europarlement, voor zulke pilotprojecten. Maar ook informeel ziet Damanaki geen bezwaren. Nederland kan de bestaande 42 vergunningen nu verdubbelen, naar 84.

De frustratie wint het

De Europese Commissie is in principe een onpartijdige scheidsrechter, die landen niet mag voortrekken en altijd moet streven naar een ‘eerlijk speelveld’. Maar de Commissie is ook al jaren diep gefrustreerd over het gebrek aan innovatie in de visserijsector. Die frustratie wint het: steeds weer worden de Nederlandse plannen omarmd. En wat ook bijdraagt: Nederland heeft van oudsher korte lijntjes met visserij-ambtenaren in de Commissie. Die nauwe band voedt de onvrede in visserijlanden als België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Het Europees Parlement voelt zich gepasseerd door Dijksma, die net als haar opvolger Martijn van Dam (PvdA) niet wilde meewerken aan dit artikel. EU-diplomaten spreken volgens Haasnoot van „een procedurele schande”. Zij vinden het vreemd dat voor een onderzoek naar een experimenteel vistuig zo’n groot deel van de vloot wordt ingezet.

Is een wetenschappelijk onderzoek met zoveel schepen gerechtvaardigd? Ja en nee, zegt Marloes Kraan, die ook meeschreef aan de Wageningse rapporten. Voor de meeste onderzoeksvragen, zoals over bodemverstoring, „zou je aan die initiële groep schepen, die 5 procent, genoeg hebben gehad”. Maar wil je weten wat de impact is van een hele vloot op het ecosysteem dan is het „belangrijk dat alle vissers in het onderzoek participeren omdat je dan niet hoeft te voorspellen vanuit een steekproef”.

Lees ook het commentaar van NRC: Pulsvissen als duurzaam experiment is een dun verhaal

De regering komt in actie na de waarschuwingen uit Wageningen in 2015. Er komt een jaarlijks seminar over de pulsvisserij, waar debat wordt gestimuleerd. Het probleem: de nadruk ligt weer op wetenschap. „Er komen onderzoekers en ngo’s op af, maar de kleine visser in Frankrijk bereik je daar niet mee”, zegt Haasnoot. Het is allemaal te weinig, te laat.

De genadeklap wordt in de afgelopen weken gegeven door de Franse milieuclub Bloom, die Europarlementariërs massaal begint te bewerken. Hun logo, van een geëlektrocuteerd visje, is overal. Erg hard hoeft Bloom niet te duwen. De ergernis over de ‘stiekeme’ Nederlandse uitbreiding van de pulsvloot zit diep en komt er tijdens de stemming in het Europarlement in één keer uit.

Dat er nu een totaalverbod dreigt – er volgen nog verdere onderhandelingen – is volgens onderzoeker Kraan ontzettend jammer. „Er wordt nu gedaan alsof dat alle problemen van vissers gaat oplossen, maar dat is niet zo. De problemen van de Europese visserij zijn veel groter dan dat.”

Correctie 26-10-2018: in een eerdere versie was Wageningen Marine Research ten onrechte Wageningen Maritime Research genoemd. Dat is hierboven gecorrigeerd.

Tekening Kamagurka

    • Stéphane Alonso
    • Geertje Tuenter
    • Tijn Sadée