Sopraan Roberta Alexander en de vermaarde Amerikaanse componist Leonard Bernstein

‘De muziek van Bernstein was verplichte kost’

Dertien zangtalenten verdiepen zich deze week in de muziek van Leonard Bernstein. Een van hun mentoren, sopraan Roberta Alexander, kende het Amerikaanse muziekgenie persoonlijk.

Ze laat de klassieke bariton een paar minuten zijn tong breken over het woord asshole. Eerst is het „to lovely”. En ze wil ook die Nederlandse ‘l’ in ‘hole’ nog even wegwerken. De sopraan Roberta Alexander gidst deze week dertien zangtalenten door het fascinerende universum van de Amerikaanse componist Leonard Bernstein. „Bij ‘hole’ moet je je mond vooruit tuiten”, besluit ze, „like Donald Trump’s mean little mouth.”

In het jaar van Bernsteins honderdste geboortedag zoomt het Internationaal Vocalisten Concours met een cursusweek in op het veelzijdige oeuvre van de Amerikaanse componist. Hij schreef behalve Broadway-hits, zoals West Side Story, ook opera en liederen. De vier leerlingen van deze morgen bieden een mooi mozaïek aan gemoedstoestanden: een afrekening tussen zoon en vader, een dochter die de warmte van haar moeder zoekt, het huis als een metafoor voor de liefde, en ten slotte - ook Bernstein ten voeten uit - een recept voor Rabbit At Top Speed.

Voor Roberta Alexander vormde Bernstein een hoeksteen in het bestaan. In het Amerika, waar zij eind jaren veertig geboren werd, belichaamde hij de klassieke muziek. Haar vader zong in de opera Trouble in Tahiti, waarvan zij als achtjarige alle repetities bijwoonde. „Ik heb zijn klavieruittreksel met aantekeningen nog thuis”, zegt ze. Een jaar daarna begon Bernstein op nationale televisie met zijn beroemde Young People’s Concerts. „Dat was eens per maand verplichte kost voor mij. Ik keek liever naar één van de andere drie zenders, naar de Mickey Mouse Club, maar die kinderjaren pakte hij me ook al in met zijn charisma.”

Haar eerste ervaring als zangeres met zijn muziek was ‘bizar’. Met een volledig Amerikaanse cast deden ze in Zwitserland de West Side Story op zijn Duits. „In de rol van Maria zong ik niet ‘I am pretty’, maar ‘Weil ich nett bin, einfach nett bin, und süß und gescheit’. Ik heb het Bernstein later nog voorgedaan. Hij vond het hilarisch.”

Alexander werd de eerste zanger die al zijn liederen op plaat zette. Deutsche Grammophon neemt het album mee in de Bernstein jubileumbox die dit jaar verschijnt. Gedachten wisselen over de vertolkingen deden ze per telex. Zij in Amsterdam, hij in New York. Hun eerste ontmoeting vond, ergens in de jaren tachtig, plaats in Het Concertgebouw. „Hij opende zijn armen, een brandende sigaret in de ene hand, een glas whiskey in de andere. ‘There she is’, riep hij. De omhelzing gaf je het gevoel dat je op dat moment de enige op de wereld voor hem was. Om hem heen hing een grote entourage die vond dat het allemaal niet te lang mocht duren. Ik stond op het punt te vertrekken, toen Bernstein over de Gershwin-opera Porgy and Bess begon. We zongen samen de eerste regels van Bess, die ik met een hoge bes besloot.”

Het zou er nooit van komen om samen te werken. Wel zong Alexander voor hem in Tanglewood, bij het festival ter ere van zijn zeventigste verjaardag. Twee jaar later stierf Bernstein. „Een maand daarna werd hij herdacht in de Carnegie Hall in New York. Voor de lege bok gaf de concertmeester van de Wiener Philharmoniker de opmaat voor de ouverture uit Candide. Hij ging zitten en het orkest speelde zonder dirigent. Het gevoel van leegte riep bij iedereen tranen op.”

Openbare Bernstein Masterclasses op 24/1 De Parade Den Bosch. Bernstein concert van cursisten 26/1 Den Bosch en 27/1 Amsterdam.
    • Joost Galema