Floris van Wanroij met het uit 1642 daterende portret van een onbekende vrouw door de Dordtse schilder Pieter Hermansz. Verelst.

Foto Don Crusio

De jongste Nederlandse handelaar in oude meesters

Kunstmarkt Op Brafa, de Brusselse kunst- en antiekbeurs, staat Floris van Wanroij als enige Nederlandse deelnemer tussen handelaren uit zestien landen. „Vroege schilderkunst is relatief goedkoop.”

Als vierjarige kleuter liep Floris van Wanroij aan de hand van zijn moeder Ria over een rommelmarkt. Of hij een ijsje wilde? Nee, geen ijsje. Hij wees iets anders aan: een bursa, zo’n met textiel bespannen map waaruit een priester bij eucharistievieringen de witte doek haalt waarop hij de gaven van brood en wijn plaatst.

Als scholier verlangde Van Wanroij tijdens vakanties ook niet naar pretparken. Liever ging hij in Valkenswaard naar Museum Van Gerwen-Lemmens, een inmiddels gesloten privé-museum met oude religieuze kunst. En op zijn twaalfde kocht hij op een veiling zijn eerste kunstwerk, een negentiende-eeuws portret dat nog altijd in zijn slaapkamer hangt.

Nee, zo verwonderlijk is het niet dat Floris van Wanroij (1981), tien jaar nadat hij zich had ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, nog altijd de jongste Nederlandse handelaar is in oude meesters en vroege christelijke beeldhouwkunst.

Tot 4 februari doet hij voor de zesde keer mee aan Brafa, de Brusselse kunst- en antiekbeurs. Daar staat hij tussen handelaren uit zestien landen. Vreemd genoeg is Van Wanroij de enige deelnemer uit Nederland. Al kunnen bij zijn nationaliteit kanttekeningen worden gemaakt.

Lees ook het interview met Brafa-voorzitter Harold t'Kint de Roodenbeke uit 2017: Goede kunst en lekker eten

Hij is een halve Belg, zegt Van Wanroij. Zijn kunsthandel, een gesloten huis, is gevestigd in het kerkdorp Dommelen, pal naast de Dommelsche bierbrouwerij en op fietsafstand van de Belgische grens. „Wat betreft sfeer en omgangsvormen voelt Antwerpen voor mij vertrouwder dan Haarlem of Delft. Nederlanders kunnen zo direct zijn; Belgen zijn iets omfloerster.”

Showcase

Toen hij vier jaar geleden door Tefaf werd uitgenodigd om mee te doen aan de Showcase, de afdeling voor veelbelovende handelaren, hield hij er nog rekening mee dat iemand op de beurs aan hem zou vragen: ‘Is de heer Van Wanroij er zelf ook?’

Zo’n misverstand is nu uitgesloten. De 37-jarige kunsthistoricus is uitgegroeid tot een erkend handelaar. Hij heeft een klantenkring opgebouwd, aan musea verkocht, en collega-handelaren zijn blij met de jeugdige aanwas in hun sector.

Van Wanroij noemt Brafa een „superbeurs”. In de toekomst hoopt hij ook op Tefaf te staan, een beurs die op alle fronten nog altijd een treetje hoger staat. „Maar in Maastricht zou ik nu nog een kleine speler zijn die zich moet meten met de wereldtop.”

Van Wanroij droomt ervan ooit een ‘ontbijtje’ of ‘banketje’ van Pieter Claesz of Willem Claesz Heda te kunnen aanbieden. Voorlopig is hij blij met het topstuk voor zijn Brusselse stand dit jaar: een uit 1626 daterend bloemstilleven door Ambrosius Bosschaert de Jonge en zijn broer Johannes Bosschaert. Met een vraagprijs van 350.000 euro is dat het duurste kunstwerk dat hij ooit aanbood.

Verkapte verzamelaar

Hij noemt zichzelf „een verkapte verzamelaar”. Het spel van loven en bieden vindt hij een noodzakelijk kwaad. Bijzondere nieuwe stukken vinden, zorgen voor een gedegen documentatie, restauraties begeleiden, dat is waar zijn hart naar uitgaat.

Na zijn studie kunstgeschiedenis ging hij aan de slag bij een veilinghuis in Amsterdam. Voor de dingen die hij zo leuk vond, het onderzoek, was daar nauwelijks tijd. „Ik kreeg er geen grip op zaken. Hoe jong ik ook was, ik kreeg van de mensen om me heen het advies om voor mezelf te beginnen.”

Lees ook: Dit zijn de ogen die Rembrandt zagen

Van Wanroij reist veel. Klanten bezoeken, kijkdagen van veilingen aflopen, beurzen bezoeken. „Het is goed om te weten wat er speelt in de handel.”

Toen hij eind oktober in New York was voor Tefaf Fall pikte hij ook de kijkdag mee van Salvator Mundi, het schilderij van Leonardo da Vinci dat later voor 450 miljoen dollar werd geveild.

Is zo’n recordbedrag goed voor de markt in oude meesters? Van Wanroij twijfelt. „Het is een hype. Ik weet niet wat het effect daarvan is op de publieke beeldvorming. Kunst moet niet gaan over enorme bedragen. Dat leidt maar tot misverstanden. De markt voor moderne kunst is volstrekt overspannen. Vroege schilderkunst daarentegen is relatief goedkoop. Een goed schilderij van een belangrijke meester waar soms boekenkasten over vol geschreven zijn, kost soms minder dan een tekening van een moderne kunstenaar.”

Hij wijst naar de muur, naar een portret van een jong meisje met een ragfijne halsdoek, dat hij van een Britse familie kocht. Het is in 1642 geschilderd door Pieter Hermansz. Verelst, een schilder uit Dordrecht, en het zit nog in de originele ebbenhouten lijst. In Brussel vraagt Van Wanroij er 65.000 euro voor. Natuurlijk, een serieus bedrag, zegt hij. Maar kun je op Brafa voor hetzelfde bedrag ook zeldzame moderne kunst van museaal niveau vinden?

Hij hoopt op een koper voor zijn Verelst en zijn Bosschaert. En anders hangt hij het thuis nog een tijdje aan de muur, ook geen straf. Maar wellicht gebeurt hetzelfde, zegt hij, als op de eerste beurs waaraan hij in 2010 deelnam, de kleine Brusselse beurs Eurantica.

Een Belgisch echtpaar hield toen stil bij zijn topstuk, een schilderij waarvoor hij 50.000 euro vroeg. Meestal is met aankopen veel tijd gemoeid, zegt Van Wanroij met een lach. „Dit keer niet. Na een paar minuten zei de vrouw dat ze het schilderij wilden hebben. Ik vroeg het paar of ze het prijskaartje naast het werk hadden gezien. Ja, dat hadden ze. ‘Is het dan verkocht?’, vroeg ik. De man knikte. En toen zei hij: ‘Als ons moeder zegt dat ’t goed is, dan is ’t goed.’”

Brafa van 27 jan t/m 4 febr. Havenlaan 88 in Brussel. Zie: brafa.art Zie ook: floris-art.com
    • Arjen Ribbens