Column

De beeldenverhuizing

Het zal aan mij liggen, maar ik snap nog steeds niet wat er waarom is gebeurd in het Mauritshuis. Aan journalistieke aandacht heeft het niet geschort. Eerst kwam het bericht ‘Buste Johan Maurits weg uit foyer Mauritshuis’. Daarna werden uitspraken van politici („Beeldenstorm!”) keurig weergegeven, en premier Rutte zei: „Laten we voorzichtig zijn met het plaatsen van onze huidige maatschappelijke opvattingen op de geschiedenis.”

Directeur Emilie Gordenker van het Mauritshuis zei in Buitenhof: we hebben het ene beeld weliswaar weggehaald, maar daarvoor in de plaats een speciaal zaaltje over Johan Maurits ingericht, met een terracotta beeldje van hem.

Tja, er wordt wel eens vaker iets verplaatst. Alleen: het museum had in eerste instantie de verwijdering van het ene beeld in verband gebracht met het maatschappelijk debat over het koloniale verleden van Nederland – en dan wordt iedereen zenuwachtig.

Ik kan maar één ding doen: naar het Mauritshuis. Directeur Gordenker wacht me op in de hal. Het museum had „geen ruchtbaarheid” willen geven aan de verwijdering, zegt ze.

Waarom eigenlijk niet? Als je een standpunt inneemt, ga je vóór in het debat dat je kennelijk belangrijk vindt. Nu staan directeur en museum in het oog van de storm. „We zijn gegijzeld door een sterk gepolariseerd debat”, zegt ze. „Eén kop in de krant en zjoef. Wat een effect.”

Gordenker wil niet scheidsrechteren tussen Nederlanders die in Johan Maurits een slavenhandelaar zien en Nederlanders die hem een held noemen. Ze is het eens met Rutte – niet onze projectie op de geschiedenis – maar ook met Kamerlid Zihni Özdil en kunsthistoricus Imara Limon die haar op de buste wezen. „Dat heeft ons aan het denken gezet.” Ze heeft critici uitgenodigd en vraagt hun: wat zie jij, met jouw achtergrond, in die kunstwerken? Hmm. Niet de feiten bepalen dan de conclusies, maar de perspectieven.

„Ik word steeds rijker van al die invalshoeken”, zegt Gordenker. Ook als er kunstwerken moeten verdwijnen? Ineens pertinent: „We schrappen niets.”

Even later sta ik in het zaaltje van Johan Maurits. Er hangen twee Braziliaanse landschappen van de zeventiende-eeuwse schilder Frans Post. De directeur wijst op de zwarte mensen die zijn afgebeeld. „Tot slaaf gemaakte Afrikanen.”

Dan lees ik op het tekstbordje dat Johan Maurits de eerste slavenhandelaar in Ghana was, die in 1637 „een vloot naar de Afrikaanse Goudkust [zond]. […] Mannen, vrouwen en kinderen werden naar de kolonie versleept. De Republiek speelde vanaf dit moment een actieve rol in de trans-Atlantische slavenhandel.” Dit is geen perspectief, dit is een feit. „Ja”, zucht Gordenker. „Daar kunnen we niet omheen.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; @juttachorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.