Recensie

Guzmans cabaret is overladen met symboliek

In Kom dan! weet Emilio Guzman, net als in vorige programma’s, maatschappijkritiek en persoonlijke twijfels op slimme wijze aan elkaar te verbinden

Emilio Guzman als een Don Quichot Foto Hans-Peter van Velthoven.

Emilio Guzman komt op in ridderpak. Hij ziet er een beetje belachelijk uit, met die helm op z’n hoofd en die grote lans in zijn hand. Het is precies hoe Guzman zich voelt: als een Don Quichot, die jarenlang gestreden heeft tegen maatschappelijk onrecht, zonder dat het ook maar iets heeft uitgehaald.

In Kom dan! weet Guzman, net als in vorige programma’s, maatschappijkritiek en persoonlijke twijfels op slimme wijze aan elkaar te verbinden. Guzman ontdoet zich stukje bij beetje van zijn ridderoutfit en wordt steeds persoonlijker: hij verbindt zijn zorgen over de wereld aan de vraag of hij kinderen op die wereld zou moeten zetten en aan zijn eigen kindertijd, waarin zijn vader hem altijd Don Quichot voorlas.

Hoewel de voorstelling dramaturgisch gezien goed in elkaar steekt en alle lijntjes slim met elkaar verknoopt zijn, weet Guzman over de gehele linie niet helemaal te overtuigen. Kom dan! is een ietwat ongelukkige crossover tussen cabaret en theater. De voorstelling doet qua vorm denken aan de ‘stand-up philosophy’ van zijn vaste regisseur Laura van Dolron, waarin zij op luchtige toon filosofeert over grote thema’s. Helaas is Guzmans voorstelling zo overladen met symboliek en betekenis dat deze eerder topzwaar dan aangenaam luchtig wordt. Er komt maar geen tempo in en veel van de grappen slaan dood.

Jammer, want op zich is het spannend dat Guzman in zijn werk steeds op zoek gaat naar nieuwe theatrale vormen. De mooiste momenten in Kom dan! zijn die waarop Guzman niet op de lach speelt, maar een mooie vergelijking maakt. Bijvoorbeeld wanneer hij opmerkt dat Trump eigenlijk ook een Don Quichot is die tegen windmolens (lees: klimaatverandering) vecht. Dat is een mooie gedachte, die een stuk langer bijblijft dan Guzmans weinig originele tirades tegen de woede van Wilders of het potjeslatijn van Thierry Baudet.