Jurriën Koops, directeur van uitzendbranchevereniging ABU.

Foto Robin van Lonkhuijsen

‘Werkgevers zijn nog altijd onzeker’

Jaarcijfers De economie groeit en uitzendbureaus groeien mee. Maar uitzendkrachten stromen niet zo snel door naar een vaste aanstelling.

Op het eerste gezicht lijken de dinsdagochtend verschenen jaarcijfers van de uitzendbranche logisch: de economie groeit en uitzendbureaus groeien mee. Het aantal uren dat uitzendkrachten werden uitgeleend, steeg met 6 procent. De omzet met 7 procent.

Maar de cijfers zijn wél bijzonder. Dit is al het vijfde jaar op rij dat de uitzendbranche groeit. Bij eerdere economische oplevingen groeide de uitzendbranche snel, maar korter. Uitzendkrachten die hun werk goed deden, stroomden vervolgens door naar een vaste aanstelling bij hun opdrachtgever. Nu is de groei „slow but steady”, zegt Jurriën Koops, directeur van de branchevereniging voor uitzendbureaus ABU.

De reden? Werkgevers zijn na de crisis onzeker gebleven, zegt Koops. „Er is nog een gevoel van: ‘wat er toen gebeurde, kan nu weer gebeuren’.” Bedrijven willen ook structureel flexibeler blijven. Koops: „Maar het aandeel van uitzendkrachten in de flexibele schil neemt juist af. Van 20 procent begin deze eeuw naar rond de 10 procent nu. Dus andere vormen van flexwerk, zoals oproepcontracten en zelfstandigen, zijn nóg harder gegroeid.”

Goed personeel is schaars, dus moet een uitzendbaan meer zekerheid bieden, zegt brancheorganisatie ABU. Lees ook: ‘Meer scholing, meer zekerheid’

Blijven uitzendkrachten dan ook langer hangen in hun uitzendbaan?

„De doorstroming van een flexibele naar een vaste baan is sinds de crisis wat afgenomen, ja. Dat is zorgelijk. Een van de redenen daarvoor is dat het vaste contract risicovol en ingewikkeld is geworden voor werkgevers. Maar nu de markt verder blijft aantrekken, zien onze leden de doorstroming weer toenemen en dat is ook gezond voor de arbeidsmarkt.”

Vooral in de industrie (plus 11 procent) en techniek (plus 8 procent) is het aantal uitzenduren gestegen. Om wat voor functies gaat het?

„In de techniek is vooral veel vraag naar vakgeschoold personeel: installateurs, operators, monteurs. In de industrie gaat het ook om productiemedewerkers en logistiek personeel.

„Als onze kandidaten voor die functies nog niet helemaal passen, moeten ze vaak opgeleid worden. Dat kunnen uitzendbureaus op zich nemen – er worden dan afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten. Het aandeel uitzendkrachten dat wordt opgeleid is tussen 2006 en 2016 gestegen van 10 naar 14 procent.”

Bedrijven willen dus meer geld investeren in hun personeel?

„Ja, en dat is ook nodig want de mismatch op de arbeidsmarkt is enorm. Dat zie je goed terug in het zoekgedrag van werkzoekenden en werkgevers op UWV-website werk.nl. In de top-10 van beroepen waar werkzoekenden naar zoeken zie je allerlei administratieve functies: receptionist, administratief medewerker. In de top-10 van gezochte kandidaten staat geen enkele administratieve functie.”

Het aantal uitzenduren in de administratieve sector daalde met 2 procent. Wat kan een uitzendbureau met een werkloze receptionist?

„Goed kijken waar kansen zijn. Als je in de horeca wilt werken, is dat makkelijk te organiseren. In de zorg of logistiek ook, al moet je dan eerst een opleiding doen.”

En als die receptionist 50-plusser is? Ouderen vinden moeilijker een baan.

„Ouderen zijn helaas niet gewild bij opdrachtgevers en dat is niet terecht. Maar ook voor hen is het goed als ze zich blijven scholen. We zijn niet gewend aan grote wendingen in onze loopbaan, maar soms zijn die gewoon nodig, omdat sommige beroepen snel verdwijnen en er weer nieuwe banen ontstaan.”

Kunnen uitzendbureaus deze grote verschuiving van beroepen zelf opvangen, via bij- en omscholing?

„Nee. Er zijn meer partijen voor nodig. Daarvoor is de transitie te fundamenteel. Werkgevers moeten niet alleen duidelijk maken wat hun personeelsvraag nú is, maar ook wat die in de toekomst zal zijn. Ook het onderwijs moet hierop ingespeeld zijn. En de overheid moet faciliteren dat mensen zich tussentijds laten screenen. Het zou bijvoorbeeld goed zijn als iedere werkende om de vijf jaar een arbeidsmarktscan moet ondergaan, om te horen wat de waarde van hun werkervaring is op de arbeidsmarkt. Dat houdt je scherp.”