Opinie

Ook de Hoge Raad had recent met politieke invloed te kampen

Bij het protest tegen de politieke aanval op de rechtspraak in Polen had de recente eigen ‘nare ervaring’ van de Hoge Raad niet ongenoemd mogen blijven. Dat schrijven Trudeke Sillevis Smitt en Linus Hesselink.

Advocaat-generaal Diederik Aben is door de PVV in 2011 onacceptabel genoemd als lid van de Hoge Raad omdat hij in een uitgelekte interne notitie de wraking van de rechtbank in het proces Wilders onnodig, slecht gemotiveerd en in strijd met de jurisprudentie had genoemd. Foto ANP Remko de Waal

Drie vooraanstaande juristen uit kringen van de rechtspraak riepen vorige week ieder op hun eigen manier op tot bescherming van onze ‘trias politica’: de scheiding van en het subtiele evenwicht tussen wetgever, uitvoerende macht en rechtspraak. In hun offensief verwijzen oud-President van de Hoge Raad Geert Corstens, huidig President Maarten Feteris en voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak Frits Bakker alle drie naar de zorgwekkende ontwikkelingen in Polen.

In dat land, en in Hongarije, lijkt de politiek de rechtspraak volledig in de tang te krijgen.

De drie hebben gelijk dat ook in Nederland gewaakt moet worden voor ongewenste politieke invloed op de rechtspraak. Dat bleek onder meer zo’n zes jaar geleden toen er een nieuw lid van de Hoge Raad moest worden benoemd. De Hoge Raad zette advocaat-generaal Diederik Aben bovenaan zijn kandidatenlijst. Het is de gewoonte dat de Tweede Kamer die voorkeur bij haar voordracht aan de regering volgt. Maar er was kort daarvoor een mail openbaar geworden waarin Aben juridisch beargumenteerde dat de wraking van de rechters in het eerste Wilders-proces niet klopte. De PVV maakte bezwaar tegen Aben, en de Vaste Kamercommissie volgde de PVV. De Hoge Raad haalde Aben zelf van de top van de kandidatenlijst.

Ruggengraat

Misschien getuigde het van wijsheid om in die woelige tijd een andere macht tijdelijk wat meer ruimte te geven. Anderzijds leidt bij voorbaat capituleren al snel tot de verdenking van gebrek aan ruggengraat. Hoe dan ook, zes jaar later klinkt vanuit de Hoge Raad het pleidooi voor betere bescherming van de rechtspraak tegen ongewenste politieke inmenging. Je zou verwachten dat Corstens en Feteris daarbij de eigen ervaring van de Hoge Raad in de kwestie Aben gebruiken als leerzaam voorbeeld. Het tegendeel is het geval.

Feteris wist het zeker, in zijn toespraak op 10 januari bij nieuwe benoemingen in de Hoge Raad: ‘politieke overwegingen spelen geen rol. Ik weet niet eens wat de politieke voorkeur is van deze drie geïnstalleerden. In het benoemingsproces is dat een aspect dat niet aan de orde komt en ook niet behoort te komen.’ Ook Corstens stelde in zijn NRC-opinie ‘Bescherm onze rechters tegen de politiek’ van 9 januari dat politieke kleur in Nederland bij benoemingen geen rol speelt; het zou slechts uit voorzorg zijn dat we de benoeming van Hogeraadsleden minder politiek-afhankelijk moeten maken. Briefschrijver Joris Beliën wierp hem in deze krant meteen de kwestie Aben voor de voeten. Corstens reageerde daarop defensief: ‘De terugtrekking van een kandidaat voor de Hoge Raad had niets te maken met diens politieke kleur. Die kende en ken ik niet eens. En wie zegt dat alleen de PVV hem onacceptabel vond?’

Oren laten hangen

Zowel Corstens als Feteris draaien de zaak om. Het moge zo zijn dat het de Hoge Raad zelf niet uitmaakt welke politieke kleur kandidaten hebben, het gaat er om of de Tweede Kamer bij de formele voordracht politieke in plaats van uitsluitend kwaliteitsoverwegingen laat meespelen, en of de Hoge Raad daar al bij voorbaat zijn oren naar laat hangen.

Overigens informeerde juridisch commentator Folkert Jensma de lezers van deze krant indertijd dat ‘het Kamerlid Lilian Helder (PVV) (…) Aben in het vertrouwelijk overleg van de Kamercommissie (…) onacceptabel [noemde] als lid van de Hoge Raad, expliciet vanwege deze notitie’, en dat de Kamercommissie voor Justitie in de PVV-blokkade ‘mee ging.’ En in een interview in het Advocatenblad (2013) zei Corstens zelf: ‘Bij Aben ging het om een e-mail die was uitgelekt’. Wie er dan ook uiteindelijk tegen Aben was, duidelijk is dat een juridisch stuk zijn benoeming politiek heeft verhinderd.

Het is niet verstandig om bij een pleidooi tegen politieke bemoeienis te verwijzen naar Polen, maar die eigen nare ervaring met politieke afhankelijkheid te omzeilen. Doodzwijgen of miskennen voedt het vermoeden van gebrek aan ruggengraat. Spreken uit eigen ervaring kan het pleidooi van de Hoge Raad juist versterken. Rechters moeten hun volle gewicht in de strijd gooien, anders raakt de trias politica uit balans – en dat werkt ‘Poolse toestanden’ in de hand.

 

Trudeke Sillevis Smitt en Linus Hesselink zijn juridisch journalisten.

Blogger

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma (1957) werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Hij schreef als correspondent Brussel over de Europese eenwording door de verdragen van Schengen in 1985 en van Maastricht in 1992. Als hoofdredacteur, tot september 2006, was hij mee verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina's in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator recht en bestuur hoofdartikelen, jurisprudentie-rubrieken en columns voor NRC Media. Voor zijn columns ontving hij in 2013 de Jacques van Veen jubileumprijs en in 2014 de J.L. Heldringprijs.