opinie

Ook een IS-kind van Nederlandse ouders verdient bescherming

Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid voor de kinderen van Nederlandse IS-strijders, die zijn achtergebleven in het voormalige kalifaat? Het is een moeilijk thema dat onderwerp van gespannen coalitieberaad is geworden, met verkiezingen aan de horizon. ChristenUnie en D66 zijn voorstander van begeleide terugkeer „in uiterste gevallen”, terwijl de VVD de harde lijn kiest. Niet doen, omdat je „dan de ouders erbij krijgt”. Kamerlid Arno Rutte zei het ‘zo plat’ te willen zeggen als het volgens hem is. „Ik kies voor de veiligheid van de kinderen in Nederland.” Het CDA sprak zich nog niet uit, ongetwijfeld omdat het klem zit tussen christelijke barmhartigheid en harde vergelding, sentimenten die de partij splijten. Tel daarbij het harde publieke opinieklimaat op, waar premier Rutte aan bijdroeg toen hij zei te hopen dat terugkeer van Nederlandse IS-strijders het best voorkomen kon worden door hun dood op het slagveld. Maar aangezien de strijd er luwt is de werkelijkheid nu anders; bovendien wil Nederland nu vervolgen en straffen. Aangenomen mag worden niet alleen maar bij verstek.

Lees ook: Kalifaat-kinderen verdelen de coalitie

En nu dan de kinderen. Het zouden er 80 tot 100 zijn. Zij hadden stem noch inspraak in hun emigratie naar het kalifaat, waar ze ook buiten hun schuld verbleven. Volgens de AIVD is hun leven daar traumatiserend geweest; zij moesten publieke executies en lijfstraffen meemaken, waren voorwerp van bombardementen en hebben vanaf hun negende aan ideologische of militaire trainingskampen mee moeten doen. Voor zover ze het kalifaat wisten te ontvluchten, verblijven ze nu in vluchtelingenkampen onder erbarmelijke omstandigheden. Als ‘IS-kinderen’ worden ze er naar verluidt beschouwd als uitschot. Nederland steekt geen hand naar ze uit – pas als zij zelf een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in een hoofdstad weten te bereiken, is de staat bereid eventuele aanspraken te honoreren. De enige officiële belangstelling, buiten die van de AIVD, is die van het Openbaar Ministerie dat het handelen van hun ouders onderzoekt. Met het oog dus op vervolging na vrijwillige terugkeer. Dan krijg je dus ook het kind ‘erbij’.

Lees ook: Minister Grapperhaus wil kalifaatkinderen niet actief terughalen

Zij zijn dus wel minderjarige Nederlands staatsburgers. En voorzover zij daar uit Nederlandse ouders zijn geboren, zijn zij statenloze nakomelingen van Nederlandse staatsburgers. Welke rechten hebben zij? Wat is hier gepast, fatsoenlijk, verstandig, menselijk? De houding ‘laat ze daar maar kreperen’ is niet alleen ‘plat’ zoals het Kamerlid Arno Rutte tenminste nog onderkent, maar ook inhumaan en vermoedelijk wederrechtelijk. De minste verplichting die Nederland jegens zijn staatsburgers heeft, is om te controleren of zij, indien in buitenlandse detentie of vluchtelingenopvang, goed worden behandeld, toegang hebben tot rechtshulp en of hun mensenrechten worden gerespecteerd. Dat geldt behalve ‘onze’ drugssmokkelaars in Thailand op gelijke voet Nederlanders in kampen in het Midden-Oosten. En dan niet alleen de kinderen, maar ook hun ouders.

De houding ‘laat ze daar maar kreperen’ is niet alleen ‘plat’ maar ook inhumaan en vermoedelijk wederrechtelijk

We hebben het dan (nog) niet over terugkeer, maar louter over elementaire hulp ter plaatse. En dus over diplomatieke zorg en belangstelling vanuit een volkenrechtelijke plicht. Het moet ook voor een intern verdeelde coalitie mogelijk zijn om zich op die plicht te verenigen. Laat Nederlandse diplomaten er zo mogelijk gaan kijken en de situatie taxeren. Handel vervolgens naar bevind van zaken – dat moet om rechtsstatelijke redenen kunnen resulteren in terugkeer, opvang voor het kind en vervolging van de ouder.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.