De trompet van Hugh Masekela droeg vrijheid uit

Necrologie

Hugh Masekela was pionier van de Zuid-Afrikaanse jazz en stem van de anti-Apartheid beweging. De trompettist, tevens componist en zanger, stierf vandaag in Johannesburg.

Hugh Masekela in 2006, op het New Orleans Jazz Festival Foto Jeff Christensen / AP

Zijn trompet droeg vrijheid uit. Als Hugh Masekela hoge trillers blies op zijn trompet, gilden de mensen. Als hij zong met soepele, bijna tot de grond reikende danskronkels, klapten, lachten en dansten ze. Met ongepolijste townshipjazz als basis zette Hugh Masekela met aantrekkelijke Afro-grooves aan tot bewegen. Vaak greep het publiek elkaar dan vast, ontroerd door de ‘waarheid’ in zijn teksten. De op zijn 78ste, in Johannesburg overleden Masekela vertelde de geschiedenis van zijn land.

Zijn hele leven ageerde ‘Bra Hu’ Masekela tegen apartheid en uitbuiting. Als banneling was muziek zijn spreekbuis. Masekela’s klassieker Stimela (The Coaltrain) over het lot van Afrikaanse immigranten en hun ondergrondse leven in de mijnen van Witbank was bezwerend. Het in 1976 gecomponeerde Soweto Blues was een protestklassieker. Nelson Mandela zat nog gevangen op Robben Island toen Masekela het nummer Bring Back Nelson Mandela schreef. Het was een grote hit, maar vooral het anthem van Mandela’s vrijheidstournee rond de wereld.

De in 1939 in Witbank, Zuid-Afrika geboren Masekela leerde de townshipjazz – de muziek van de sloppenwijken – als klein jongetje kennen. Zijn trompet kreeg hij van aartsbisschop Trevor Huddleston, jazz leerde hij in het jeugdjazzorkest, de Huddleston Jazz Band. Vanaf 1959 toerde hij door Europa met de zwarte musicalproductie King Kong. Daar leerde hij zijn toekomstige echtgenote kennen, zangeres Miriam Makeba. Met de Jazz Epistles, de eerste zwarte Zuid-Afrikaanse groep die ooit een elpee maakte (met onder meer muzikanten Dollar Brand en Kippie Moeketsi) trok hij volle zalen.

Tot 21 maart 1960, toen de politie schoot op vreedzame protestbetogers in Sharpeville, en de Zuid-Afrikaanse regering samenkomsten van zwarte mensen verbood. Voor Masekela was het reden zijn geboorteland te verlaten.

New York

Na muziekstudies in Londen en New York wilde hij niets liever dan teruggaan naar Zuid-Afrika. „Om te laten horen wat ik had geleerd.” Maar het was te laat. Het land verkeerde in grote onrust. In de jaren zestig speelde Masekela waar hij maar kon in de Verenigde Staten – van jazzclub tot folkfestival. In 1964 begon hij op eigen naam albums te maken. Faam verwierf hij met een hybride vorm van Afrikaanse jazz en pop. De instrumentale jazztune Grazing in the Grass leverde hem in 1968 zelfs een soort pophit op.

Masekela werkte met artiesten als Harry Belafonte, Dizzy Gillespie en Herb Alpert. Begin jaren zeventig verdiepte hij zijn muziek door onder meer Fela Kuti’s afrobeat in zijn muziek te mengen. Dat leverde sterke albums op als Home Is Where the Music Is en The Boys Doin’ It. Zijn verlangen naar Afrika was groot. Lang werd Botswana zijn ballingsoord. Met de vrijlating van Mandela in 1990 kon Masekela eindelijk terugkeren. Naast het zelf musiceren zette Masekela zich in Zuid-Afrika in voor cultuureducatie, en zette onder meer een muziekopleiding op in Johannesburg.

In 2003 werd de documentairefilm Amandla! over hem gemaakt. Zijn 26 ballingsjaren dreven Masekela ertoe te werken voor twee, vertelde hij in 2009 in een interview met deze krant. Hij bouwde een muziekstudio, richtte een label op en bleef onverminderd toeren, onder meer met Paul Simon. Of zijn muziek concreet iets teweegbracht, wist hij niet zeker. „Maar zij draagt in ieder geval bij aan een bepaald bewustzijn. In Zuid-Afrika is muziek nu eenmaal een grote katalysator.”

    • Amanda Kuyper